gezinshuis

gezinshuis
de morgenster

zaterdag 23 januari 2016

IK WIL RUST

Rust. IK WIL EVEN RUST.
Ik neem even time out op mijn eigen kamer. Boek mee. Maar na nog geen bladzijde lezen staat er een stel pleegjes in de veranda (naast mijn kamer) te discussiëren. Ga ik op mijn kantoor zitten zie ik sterretjes van pleegje die uitbundig (wees blij dat ze vrolijk is) aan het zingen is. Eh, zingen. Zo hard dat het meer schreeuwen is. Zijn de kinderen net even heerlijk in de speelkamer bezig en ga ik op de bank met een boek: ping,ping,ping. Dochter. Ben ik aan het bellen, ma hebt u de wasmachine nodig? Ga ik een keer op tijd mijn bed in, besluiten onze zonen dat het best gezellig is om samen televisie te kijken. Boven mijn hoofd met een hond erbij die af en toe even denkt dat hij in de tuin is en dus voor mijn gehoor bijna door het plafond heen komt. En ik wil slapen.
En als het dan eindelijk rustig wordt omdat ze ook gaan slapen begint naast me de stoomlocomotief te starten. KAN HET NU EINDELIJK EENS STIL ZIJN!  Morgen. Hoop ik. Maar als ik de volgende avond eindelijk mijn bed zie , na een dag soppen, boodschappen, bellen, administratie....doen en na een heerlijk bad lig te doezelen komt manlief binnen. Moet je horen, ik doe even het licht aan hoor. AHHH ik wil slapen. Ik wil gillen maar probeer vriendelijk te blijven. Zoon is op weg naar huis met twee logés. Of we even de logeerkamer in orde kunnen maken. Ik kijk op mijn wekker. Kwart over 12. Kreun. "Blijf jij maar liggen hoor, ik doe het wel. Als je even kan zeggen waar de luchtbedden liggen". Ik leg hem uit dat in de kast een wit krat staat waar een groot tweepersoonsluchtbed in zit. Ik wil nog roepen, niet opblazen in de woonkamer, maar hij is al weg. Licht nog aan. Ik hoor gerommel (het gaat niet goed, hij heeft niet het goede luchtbed) en even later de elektrische pomp. En ik wil slapen. Ik hijs mezelf uit bed want dit kan ik niet aanhoren. En jawel hoor. Ligt er al een opgeblazen een persoonsluchtbed, en de tweede wil niet hard worden.
" Nee, die is lek".
"??Waarom gooi je die dan niet weg"?
 "Eh, ja dat moest ik nog doen. Of misschien kan hij nog gemaakt. Maar ik zei toch dat je...
"Niet gehoord".
"En nu maak je de kinderen boven wakker. Waarom ga je die dingen niet opblazen op de kamer van zoon"? Ik voel me kriegel worden. Luister dan ook een keer! denk ik. of nee, zeg ik.
Ik pluk het goede luchtbed uit de kast en duik mijn bed weer in. Manlief komt nog even melden dat hij wacht tot zoon thuis is. Na een uur draaien strompel ik naar de andere kant van het bed om het licht uit te doen. Ik hoor praten, heen en weer lopen en weet niet meer hoelang ik al wakker lig en of ik al geslapen heb. De volgende morgen heb ik het gevoel niet te hebben geslapen. En ik heb ook nog een kinderfeestje. Ik wordt wakker van gerommel in de speelkamer. Ik kreun. Half 7 en dat voor de zaterdag. Gesnurk is het antwoord. Dan ga ik er zelf maar even uit. En daar tref ik pleeg aan. Geheel aangekleed, want ik hoef nu niet te douchen omdat ik geen luier meer heb, spelend op de grond. Hoe kan dit? Hij heeft een alarm op zijn deur. Ja, zegt hij ,maar die is leeg. Die doet het niet meer.
"Oh, maar veranderd dat de regels? Je blijf op je kamer tot je geroepen wordt!"
Ik stuur hem direct terug naar zijn kamer en ga nog even liggen. Maar mijn hoofd wil niet stoppen met denken. Van slapen komt dus niets meer.
Waarom roepen ze altijd als eerste: MAAA. kunt u even, of wilt u even, of zelfs: ik neem of ik heb gedaan.. Ik wil ook weleens rust.
Half 8 stap ik onder de douche en begin aan de nieuwe dag.
Vandaag het feestje van pleeg. Daar zie ik niet zo tegenop. Manlief gaat met de kids naar het zwembad en vriendin heeft een high tea klaargemaakt voor als ze terug komen. En dan is er één pleegje naar mama, één pleegje naar de zorgboerderij en één pleegje naar de voetbal. Dus ik heb er één thuis, die ook nog even weg is met een vriendin. Straks even het huis voor mezelf. Rust.
Eerst ontbijten. Pleegje merkt even op dat logé wel heel veel praat. Ik schiet in de lach. En dat zegt onze altijd, zelfs in haar slaap , pratende stuiterbal. Ik geniet dan toch weer even van het samen eten en koffie drinken. Het is voor ons zo gewoon dat onze kinderen logés meenemen. Altijd al zo geweest. Dan kwamen we beneden en zagen we een aantal onbekende schoenen staan. Oh, er heeft weer iemand vrienden of vriendinnen meegenomen. Eén meer of minder, maakt niet uit zeggen we altijd. Maar soms. Dan wil ik gewoon even alleen zijn. Rust. En dan bedoel ik niet in het vrije weekend geen pleegjes hebben en samen leuke dingen doen. Of even alleen weg gaan.  Maar echt even mijn huis voor mezelf alleen. Stilte. Niks hoeven doen. maar dat is ook al zo lastig. Waren ze allemaal weg vanmiddag. Stilte. Rust. Ik ga in mijn heerlijke relax stoel zitten met een boek. Maar ik kan me gewoon niet concentreren. Ik denk aan de was, aan de strijk, aan mijn boekhouding. Want dat is ook zo heerlijk om even te kunnen doen zonder dat er iemand roept. Ik dwing mezelf te blijven zitten. Dan maar met een dicht boek op mijn schoot en doezel warempel even weg. Maar dan: ping. Een berichtje. Manlief. De meiden zijn al uit het zwembad. Waaat, nu al? Ja ze vonden het saai. Ik wil zeggen: stuur ze er maar weer terug in. Maar dat kan natuurlijk ook weer niet. Dus ik bericht terug: kom dan maar weer hierheen. Weg stilte.

De high tea was een succes.

Na het avondeten sta ik op knappen. Mijn ballon is te vol. Ga dan even op bed liggen ofzo. Ik doe het hier wel. (aldus manlief)
Ik zucht. En begin met de twee wassen die nog in de machine zitten eruit te halen en op te hangen. Ik smijt net iets te hard de wasmand op de grond.( ik voel me een beetje zielig, zo van; begrijp je dan niet dat alles blijft liggen als ik ga liggen?)  Nog geen drie stukjes was verder en er staat al weer iemand achter me. Ik wil gillen: nu even niet.!! Maar hou mezelf nog in de hand en vraag: wil je wat vragen? Ondertussen heb ik het bad aangezet voor pleegje. Tussen was ophangen, stapels strijkgoed op de kamers brengen door, stop ik pleegje in bad. De was hangt en ik vraag of hij nog bubbels wil. Na een poosje bubbels is het zo gaan soppen dat je pleegje bijna niet meer ziet. Hij geniet hier altijd zo van. Gedachteloos haal ik de stop uit het bad en geeft hem zijn handdoek. Even later staat hij achter me. Ik heb geen hemd. Pfff waarom denken ze zelf niet even na? Ik wil even time out nemen. Maar weet even niet waar. Als ik in mijn kantoor zit hoor ik het geblèr van pleegje. Die is aan het zingen. Het lijkt meer op schreeuwen, want volgens mij doet ze mee aan een wedstrijd wie het hardst zingt. En des te meer ik aan rust denk, des te drukker wordt het in mijn hoofd. Ik werk op de automatische piloot verder. Pleeg uit bad in bed. Andere pleegjes onder de douche. Nog een was aanzetten en dan is het 8 uur. Tijd om te gaan zitten. Denk je even rustig te kunnen thee drinken. Ratelt pleegje nog steeds maar door. Ik hoor niet waar over maar ik laat eerst even wat lucht uit mijn ballonnetje lopen en vraag haar heeel vriendelijk om stil te zijn. Anders ga je naar bed en mag je geen stukje van: Wie is de Mol kijken. Stilte. Als om 9 uur de jongste drie op bed liggen en manlief in de auto stapt om de twee pubers op te halen van de tienerclub van de kerk doet de stilte gewoon zeer aan mijn oren. Maar niet voor lang. Zoon komt thuis. Die stuitert ook even door het huis en gaat naar zijn eigen stekkie. Stilte. Heerlijk. Half 10 lig ik in bed. Man steekt een kwartier later zijn hoofd om de hoek van de deur. Mag ik ook al komen of wil je dat ik even weg blijf.
 Maak me niet uit. Als je maar STIL bent. Ik wil slapen. Morgen ben ik zeker een stuk gezelliger.

woensdag 20 januari 2016

2016 rommel en boosheid

Ik zit achter mijn computer en in de kamer naast me hoor ik zingen. Dat was vorige week wel anders. Toen is pleegje maandag en dinsdag nog behoorlijk opstandig geweest en had ik weer bijtplekken en krassen op mijn arm. Maar nu is de rust in het lijfje terug. En hij zingt. Af en toe hoor ik een grom tussendoor. En dan gaat hij weer verder. "Zelfs vind de mus een huis o Heer." ....Ik kan me nog steeds zo verbazen om dit kind. Op en neer gaat het in emoties. Boosheid , aanhankelijkheid. Afstoten en aanhalen. Ik ben blij dat de rust een beetje terug is. Bijna jarig geeft ook spanning. Maar zolang we voorspelbaar zijn en steeds weer uitleggen wat en wanneer er iets gaat gebeuren kan hij het overzicht bewaren en geeft hem dit rust.
Inmiddels is ook zijn verjaardag voorbij en komt de rust een beetje terug.
Saai wordt het er in elk geval niet op in ons gezinshuis. Ook al groeien de kinderen steeds verder in ontwikkeling en leren ze met vallen en opstaan. Toch schiet er dan ineens weer iets voorbij dat ik denk...hoe kan dit! Ik sta verbaasd op één van de slaapkamers van onze pleegjes. De oudere kinderen moeten hun eigen kamer bijhouden en af en toe inspecteer ik de boel en ga er soms ook even extra goed doorheen. Ik sta, ik kijk en ik ruik? Wat is dit? Overal spullen, kleding (niet schoon en wel schoon) door elkaar. Ik haal her gordijn een stukje weg en zie tot mijn verbazing, eh meer tot mijn verbijstering vier grote flessen frisdrank staan. maar die zitten niet bepaald vol met frisdrank. Ach, als je geen zin hebt om naar beneden te gaan dan doe je het toch in een fles? En dan gaat het er natuurlijk niet allemaal netjes in dus vandaar die lucht. Ik doe de kast open en er buitelt aardig wat rommel al naar buiten. Ik kom lege verpakking tegen van koek en snoep die verdacht veel lijken op dat wat ik uit de voorraadkast mis. Als ik dit allemaal zie denk ik, heel mijn voorraadkast is leeg gesnaaid. Laat maar liggen oppert manlief. Ik spreek hem wel aan uit school. Lastig voor mij want de opruim drang zit er dan wel in. Maar die flessen? Die ga ik echt niet leegmaken. Dus laat ik de kamer voor wat die is.
Direct ga ik de andere ook even langs. Nu ik toch bezig ben. De één is keurig netjes. Gelukkig. heb ik toch nog wat over kunnen brengen. Maar de andere is op een andere manier ook een troep. Die heeft op school een houten kist gemaakt en gebruikt die voor afval, schone was en vuile was. Dat de schone was in de kast hoort? Oh dat weet ik eigenlijk niet meer. Dit pleegje krijgt altijd hulp van onze stagiair om zijn kamer te doen omdat het anders niet lukt. Dus ik geef ze de opdracht om ook even de kist en de kasten na te lopen. Dat was even schrikken. Ogenschijnlijk is de kamer netjes, maar ja. Die kast. Kom daar maar niet in hoor: zegt pleegje. Stagiair doet toch de kast open. En daar komt een boterham uit, een vieze appel en nog veel meer troep. Als we vragen waar die appel toch vandaan komt zegt hij vrolijk: oh die is nog van de schoolreis van de Zandbaan. ??Dat was voor de zomervakantie.!!
Als wij in een daverende lacht schieten kijkt hij ons verbaasd aan. Waarom lachen jullie?
 Nou, je snapt wel dat onze vuilcontainers vol zaten. Er kwamen aardig wat vuilniszakken uit die kamers. En ook de wasmand zat vol, want als alles door elkaar ligt gooi je toch alles in de was? Ik neem me voor om toch wat meer te controleren. Of niet. Loslaten zeggen we dan. Misschien wat vaker even herinneren aan het opruimen van de kamers? Meer bijsturen?  In elk geval is er een slot op de voorraadkast gegaan. Daar kan niet meer in gesnaaid worden als wij liggen te slapen.
Ben benieuwd hoe de kamers er de komende weken uit zullen zien. Tot nu toe gaat het goed. Maar hoelang houden ze het vast? En kan ik dan loslaten? Ook dit gaat de ene keer beter dan de andere keer. Zo hadden we een pleegje die in de hoek van zijn kamer had geplast. geen zin om naar toilet te gaan? Of uitdagen? Hij lag nog maar een half uurtje op bed en was al twee keer na toilet geweest. dus daar kon het niet aan liggen. Hij was ook al boos geweest daarvoor. Ik ga kijken waarom het zo'n herrie is op zijn kamer en het licht brand en ik zie een natte plek in zijn broek. Terwijl hij nog een luier draagt. Ik heb hier geplast. triomfantelijk kijkt hij me aan. Oké: zeg ik. Dat is dan jou probleem. Welterusten. Ik zie voordat ik het licht uitdoe en de deur sluit nog het verbaasde koppie. Maar ik hoor niets meer. De volgende morgen geef ik hem na het douchen een emmer en een dweil. Hij kijkt me verbaasd aan. Dweil maar even je plas weg: zeg ik rustig. Al zuchtend doet hij dit. Dit herhaald zich de volgende dag nog een keer. maar ik reageerde op dezelfde manier. En toen was het klaar. Ik leer het wel!
Langzaam merk ik aan mezelf dat, na de heftige periode in ons gezinshuis voor de kerstvakantie, mijn energie weer terug komt.  Alles komt tot rust, voor zover dat kan met nog zes pleegjes. Ik kan weer genieten van de dingen van alle dag en tijd nemen voor mezelf. Ook aan de andere kinderen merken we dat ze ontspannen. Zo is er al bijna weer een maand voorbij in het nieuwe jaar.
Met een lach en een traan. En een kind dat verzucht: u bent toch de liefste pleegmoeder, want u doet altijd alles voor ons.