Overal hoor je berichten dat Nederland in rust en stilte komt. Berichten voor iedereen die nog hard aan het werk is. Applaus voor de zorg en de supermarkten. Helemaal mee eens hoor. Het is een zware, moeilijke en onrustige tijd. Maar daalt voor veel mensen de rust neer en ont stressen ze. Is dit in ons gezinshuis anders. Hier geen rust en stilte, maar oneindig veel boze buien, herrie en rommel, heel veel rommel. Ons gezinshuis stuitert. Sinds maandag zijn alle 8 kinderen thuis. Geen school, geen stage, geen dagbesteding, geen logeer weekenden en geen sport. En dat nieuws wordt verschillend opgepakt. Ik denk: hoe ga ik dat doen? Ik heb niet genoeg computers om ze allemaal aan het werk te zetten. Een aantal pubers denkt: haha lekker extra vakantie. Ik ga chillen met vrienden. En de basisschool kinderen ontploffen. Hoezo niet naar school. Ik wil naar school en ik wil naar de voetbal. De dag verliep moeizaam. En dan hebben we best een groot huis en een grote tuin. Maar het gevoel dat je opgesloten zit. Ik ga vol goede moed naar de supermarkt, maar wat een desillusie. Het lijkt wel oorlog. Ik heb er nog een baan bij. Op zoek naar eten om 10 monden te vullen. Geen grap. Ik ben drie supermarkten afgelopen voor ik voor drie dagen eten in huis had. En dan die blikken van andere mensen. Ik schaam me als ik van sommige producten meer nodig heb dan het gemiddelde. Ik ben dan geneigd om hard te roepen dat ik voor 8 kinderen zorg. maar in mijn eigen supermarkt weten ze dit gelukkig wel.Thuis vallen we van de ene in de andere woedeaanval. Dinsdag gaat het al niet beter. Een aantal kinderen heeft al huiswerk. Dat komt dus goed op gang. En gelukkig zijn er een paar bij die het redelijk zelfstandig kunnen doen. Het overzicht van school is duidelijk en er kan altijd gebeld worden. En dan komt er ook gewoon iemand van school om te helpen als het met inloggen niet lukt. Maar de woedeaanvallen gaan door. Ongelooflijk hoe 1 kind de hele boel kan traineren. De deur hangt scheef van het getrap. De t en k scheldwoorden zijn niet van de lucht. Ons nieuwe pleegje kijkt verbaasd. Dit mag ik echt niet zeggen allemaal hoor van mijn moeder. Nee, ik had ook liever anders. maar daar heeft dit pleegje geen boodschap aan. Hij scheld gewoon door. Een bord vliegt door de lucht en breekt in honderdduizend stukken. Er vliegt er 1 de tuin in. Het hek zit gelukkig al op slot. Dus weglopen kan niet. Dat zou wat zijn zeg. Een wegloper in deze tijd. Iedereen reageert op elkaar en de spanning loopt op. Dinsdagavond ben ik een uitgewrongen sponsje. Twee dagen. En ik moet nog een aantal weken. Woensdag heeft iedereen zijn schoolwerk en komt er meer structuur in. Maar het boze pleegje is het niet kwijt. Was het voor de crisis al niet makkelijk met hem. Is het nu gewoon niet te doen. Als hij moet rekenen en zelfs hulp krijgt van manlief die echt heel geduldig iets kan uitleggen, ontploft pleegje weer. Ik ga dit niet doen. Dan maar niet. Energie steken in iets wat niet werkt moeten we zeker nu niet doen. Als de andere kinderen klaar zijn gaat manlief met hen naar het natuurgebied om te lopen en oa. vogels te spotten. Even rust. Morgen wordt het vast beter. Donderdag. Op tijd beginnen de kinderen aan hun schoolwerk. Er wordt hier en daar nog gestuiterd en heeft er één geen zin. Maar het is al rustiger. Ze merken dat ze sneller klaar zijn dan wanneer ze op school zitten. En als je klaar bent mag je de tuin in. Ik trek me even terug op mijn kantoor. Ik heb het gevoel dat er niets nuttigs uit mijn handen komt. Ik sta op overleven en vraag me af hoelang ik dit vol kan houden. Natuurlijk heb ik meer van die momenten dat ik er even klaar mee ben. Maar dan zeg ik tegen manlief: doei, ik ben even weg. Even stoom afblazen bij een vriendin, of even wat drinken ergens. Maar dat is er nu niet bij. Waar zou ik heen moeten? Zo min mogelijk contacten. En ja, dat moet ook met een huis vol met kinderen. Nu is iedereen gewoon 24x7 thuis en moeten we het met elkaar doen. En als er maar 1 is die dit niet wil heeft dit invloed op iedereen. De telefoon staat niet stil. Scholen bellen, ouders bellen, voogden bellen en mijn mailbox loopt vol. Gelukkig hebben de scholen begrip voor het feit dat wij in eerst instantie bezig zijn met overleven. En naast al deze perikelen verwachten ze ook nog dat ik mijn huis regelmatig ontsmet. Nou, dat gaat ook echt lukken hoor. De was stapelt zich op. In mijn huis is het alsof er een bom is ontploft. Overal troep, was en schoolspullen en daartussen nog kinderen die niet meer weten wat ze moeten doen. Het huilen staat me nader dan het lachen. Zelfs nu ik achter mijn computer zit hoor ik het geschreeuw buiten. Manlief is erbij, dus het gaat best goed. Maar het geeft geen rust. Ik open mijn mailbox. Ik moet toch echt iets gaan doen. De eerste mail die ik open is van onze gezinshuisbegeleidster. Een virtuele bos bloemen met een bemoedigende tekst. En dan komt mijn ontlading. Tranen lopen over mijn wangen. Ik weet echt wel dat ik gewaardeerd wordt. En dat niemand nu iets anders kan doen dan dat wat ze doen. Maar dit doet even zo goed. En ik ben het even kwijt. Ik ga weer aan de bak.
De kerstvakantie is weer achter de rug. Ik vind dit als gezinshuisouder de lastigste periode van het jaar. De kinderen zijn gespannen door alle feestdagen. Pakjesavond, kerstfeest op school, in de kerk en thuis, oud en nieuw en dan ook nog een jarige. De hele vakantie door hebben we brusjes te logeren. Zusjes en broertjes van onze pleegjes. Aan het eind van de vakantie staat mijn huis op zijn kop en vraag ik me dan ook altijd weer af: waarom doe ik dit eigenlijk. Is het niet druk genoeg met alleen onze eigen pleegjes? Stiekem weet ik natuurlijk wel waarom ik dit doe. Het is zo belangrijk om ruimte te geven aan biologische familie. Om op die manier het systeem van de kinderen in te zetten. Maar o wat geeft het dan een drukte. En dan fietsen daar ook onze eigen kinderen en kleinkinderen tussendoor. En hadden we een nieuwe plaatsing. Ons gezinshuis is weer vol met acht pleegjes. In de week voor kerst kwam het kerstnummer van de Libelle uit. Daar staat een stuk in over ons gezinshuis met prachtige foto's. Ik ben er trots op. Trots op de kinderen, die het een hele dag volgehouden hebben om mooie foto's te laten maken. Het resultaat mag er zijn.
De school is weer begonnen en de rust keert weer. Althans. In ons gezinshuis redelijk. Maar de onrust rondom de jeugdzorg is nog steeds heftig en stormachtig. Na alle berichten van sluiten van de Hoenderloo groep, het omvallen van jeugdzorg instellingen, van kinderen die "op straat" staan omdat de plek waar ze wonen en hulp krijgen gaat sluiten, is het in jeugdzorgland nog steeds niet rustig. En ook wij krijgen daar de klappen van mee. De verschillen in tarieven, de toewijzing van zorgopdrachten. Alles hangt af van de gemeente waar je mee te maken hebt. En daar zitten enorme verschillen in. Waarom krijgt het kind in gemeente A wel alle hulp die nodig is en in gemeente B niet? Het resulteert erin dat er in ons gezinshuis kinderen zijn waarbij het prima loopt. De hulp die wij aanvragen omdat die ook echt nodig is komt er. Maar er zijn ook kinderen waarbij de hulp steeds wordt afgewezen. Dan moet het budget van gezinshuis dekkend zijn voor hulp die ik niet kan bieden, maar alleen een GGZ instelling kan bieden. En dan loop je als gezinshuis muurvast. Maar blijkbaar is dat beter, vastlopen en uitplaatsen, in plaats van goede zorg leveren. En dan ben je zomaar anderhalf jaar verder en is er nog niets gebeurt. En ben je met elkaar aan het overleven. Mijn verhaal kan aansluiten bij zovelen die tegen deze dingen aanlopen. En dat zijn dan volgens de minister: incidenten. Maar als ik mijn gezinshuis bekijk, en 2 van de 8 krijgt niet de juiste hulp die nodig is om de plaatsing binnen ons gezinshuis tot een succes te maken, omdat een gemeente zegt: wij vinden de aangevraagde zorg te duur. Dan kan het aan mij liggen, maar zijn dat er 2 teveel. Als je al de verhalen van mensen bundelt zijn het geen incidenten meer. Ieder kind telt! Kinderen in gezinshuizen hebben meer nodig dan alleen een plek om te wonen. Het zijn vaak complexe problematieken die ze meebrengen. Soms heb ik het gevoel dat er een te groot beroep gedaan wordt om de loyaliteit van gezinshuisouders en pleegouders. Want je wil voor het kind, dat je in huis hebt gaan. En je gaat door , tot het echt niet meer kan. Hoeveel pleegouders en gezinshuizen moeten eerst omvallen voordat er in Den Haag een belletje gaat rinkelen dat er nu toch echt iets moet gaan gebeuren? Wij vechten voorlopig nog even door. Want ieder kind telt!
Het afgelopen ander half jaar is druk en vol geweest. Daardoor had ik weinig tijd en energie om een blog te schrijven. Ik zat een soort van op slot. Toch kriebelt het nu weer. De rust keert terug in mijn hoofd en huis. Drie nieuwe plaatsingen , twee verhuizingen, wisseling van school en een fikse verbouwing verder, daalt het stof wat neer. Heftig was het weer. Steeds weer ben ik verbaasd wat het doet als er nieuwe kinderen in je gezinshuis komen wonen. Het is als een kleerhanger in je kast waar je het kledingstuk afhaalt. De hanger schud nog een tijdje na. Ons gezinshuis is geschud. Heel hard geschud, en ook aan mijn liefde, geduld, energie, slaap, aandacht voor de andere kinderen, is geschud. We moesten echt tijd inplannen voor onszelf om toch maar weer die energie te houden om vol te houden. We weten dat de lange adem, komen tot het dieptepunt en er dan langzaam uitklauteren, erbij horen. Maar niet altijd werkt het. Soms heeft een kind meer nodig dan dat. Genieten kan ik als we kleine stapjes maken. Als ze vertrouwen gaan krijgen in jou als gezinshuisouder. Betrouwbaar zijn is belangrijk. Doen wat je zegt. En dat krijg ik inmiddels terug." Ik weet wel dat u het ook echt doet hoor". Maar om dan de stopknop te vinden als je boos, verdrietig of bang bent, is niet haalbaar. Dan hebben ze de hulp van een volwassene nodig, Zo gingen we nog naschuddend afgelopen jaar ook naar de camping. Dat was wat. Snapten wij allemaal wat er in ons gezinshuis gebeurde, was dat met de omgeving anders. Dus er moesten regelmatig ruzies worden goed gemaakt. Het gezinshuis is inmiddels rustiger en schud niet meer zo hevig. Iedereen heeft zijn plekje weer hervonden. En wij leren de nieuwe pleegjes beter kennen. Maar de pleegjes hebben daar verder geen boodschap aan en stormen rustig door. Wat geeft het veel spanning als je ergens komt waar de wereld zo anders is dan je gewent bent. Waar ineens regels zijn, en er dingen van je worden verwacht. Dan kan je alleen maar reageren zoals je geleerd hebt. Voor jezelf opkomen. Niet de regie uit handen geven, want dan kan het heel erg mis gaan. En dat geeft strijd. Dat geeft angst. Dan brengt trauma's tot leven. En dat is voor ons de uitdaging. Soms lijkt de aanleiding van een uitbarsting duidelijk. Tot ik in gesprek ga met het kind. En zijn verhaal hoor vanaf het begin. Toen het allemaal nog rustig was. Dan lijkt de aanleiding soms al ver daarvoor te liggen. Maar bouwt het op en komt de ontlading op een moment waarop je het niet verwacht. Heerlijk om dan de opluchting te zien bij het kind. Ze snappen mij en ze luisteren naar mij. Dat is steeds weer zo belangrijk voor deze kinderen. Gezien en gehoord worden. Dat is wat we allemaal nodig hebben. We maken ons op voor nog een nieuwe plaatsing en dan is ons gezinshuis weer vol met acht kinderen. De december maand zal dus met alle vaste onrustige feestdagen nog extra spannend worden met een nieuw kind op komst. Dus we schudden nog een beetje na.
Na de indrukwekkende kerkdienst gaan we eerst terug naar het hotel voor een lunch. In de middag maken we een boottocht. Wat een ervaring. Als we vanuit onze boot de prachtige krokodillen, nijlpaarden en allerlei vogels zien vergeet je even de andere kant van dit prachtige land. Het is heerlijk om even bij te komen van alle indrukken die we hebben opgedaan. Mijn hoofd is vol. Ongelooflijk vol. Ik geniet van dit mooie stuk land.
De volgende dag staan we vroeg op. Voor de liefhebbers is er nog een safaritocht. Die wil niet aan me voorbij laten gaan. 6.00 uur vertrekken. Wederom is het adembenemend. Langs de bus lopen de giraffen, leeuwen, olifanten. Als we ineens een leeuwenpaar met jongen zien gaat de bus van de weg af. Als we allemaal foto's hebben gemaakt wil de chauffeur verder rijden maar ....we zitten vast. Dus moeten we allemaal de bus uit. En duwen. Op de plek waar net nog een paar leeuwen liepen.
Na deze safari vertrekken we naar Gulu. Dit deel van Uganda en van de reis hebben erg veel indruk gemaakt. De trauma's die de mensen van generatie op generatie overbrengen is voelbaar. Het lijkt of een dikke deken het land bedekt. Vrouwen kijken je niet aan als je met ze praat. Als je contact maakt zie je ze opbloeien. Hun blik opent zich en ze stralen van de aandacht die je ze geeft. Hier gaan we aan de slag op een project. We hebben als groep geld bijeen gespaard voor twee klaslokalen. Die staan er al, maar wij gaan schilderen. Het resultaat is prachtig. Het is warm. Heel warm om te werken. We vermaken ons tussendoor met de kinderen. Twee dagen zijn we op dit project. Hier gaan we ook op huisbezoek. En dan ontmoet ik Benjamin. Benjamin zit al in het project zonder dat hij een sponsor heeft. Zijn ouders wonen samen met zijn oom en tante twee hutjes. De ouders met de kleine kinderen slapen in de ene hut en de opgroeiende grotere kinderen in de andere. We helpen met koken. En wat een werk heeft deze moeder aan het bereiden van het eten. Eerst moet de tarwe fijngemalen worden. Alles gebeurd met de hand. Een vuur wordt opgestookt. Het is veel, zwaar en tijdrovend werk. Vader werkt op het land. Ze hebben eigen land en ook de hutjes zijn van henzelf. Maar koeien en een ploeg hebben ze niet. Ik ben geraakt door hun verhaal en besluit om Benjamin te gaan sponsoren. De reactie van moeder is overweldigend. Ze is zo blij. Een sponsor voor haar kind. Hiermee wordt het hele gezin, en eigenlijk twee gezinnen geholpen. Want de twee gezinnen wonen gezamenlijk en doen alles gezamenlijk.
Ik ben zo blij dat ik deze reis heb mogen maken. Ik heb veel mogen geven, maar nog veel meer mogen ontvangen. Deze reis is een verrijking geweest. Ik heb mogen ervaren hoe dichtbij God is. Ondanks al de armoede in dit land. God is erbij. Deze mensen leven zo vanuit dit vertrouwen. Mijn blik op de kerk, het geloof en het leven is voorgoed veranderd.
Dag 4 van onze reis is een reisdag. We reizen vanuit Kampala naar Paraa Safari Lodge. Halverwege de reis bezoeken we een Compassion-project. De kinderen hadden van alles voorbereid. Een welkomslied/dans. Maar ook de volwassenen heetten ons op eigenwijze welkom. Bij aankomst werden we verwelkomt met ons volkslied. De muziek loopt voor ons uit.
Langs de kant van de weg staan dorpelingen te kijken. Er staat een moeder met haar baby en als ik haar begroet geeft ze haar baby aan mij. Ik geniet even van dit kleine wonder en wil haar baby terug geven omdat de groep al verder loopt. Maar haar houding is afwerend. Take it, keep it. Ik weet even niet wat te doen maar dring er toch op aan dat ze haar baby terug neemt. Ze pakt haar baby bij de arm en slingert hem zo op haar rug. Ik weet dat dit hier heel normaal is maar het is niet zoals wij met een baby omgaan. Het is confronterend om te zien hoe onbelangrijk een baby kan zijn voor een moeder. Erica en ik kijken elkaar geschokt aan. Welke moeder geeft haar kind weg? Ik zie in mijn werk juist vaak de strijd die ouders voeren om hun kind. Het rouwproces waar ze in komen als hun kind uit huis geplaatst wordt. Dit hier is echt een wereld van verschil.
Deze break in de reis was fijn. Na dit bezoek zetten we de reis voort naar ons volgende hotel. We steken de Nijl over en komen in een zeer mooi natuur gebied. Onderweg komen we al verschillende dieren tegen. Het hotel is prachtig. Midden in het natuurgebied. We horen de brulapen en allerlei andere geluiden van de dieren in het gebied. De volgende dag(dag 5) gaan we op weg naar een kerkdienst. Onderweg hebben we al een preek te pakken vanuit de prachtige schepping. Olifanten en giraffen naast de bus, en wilde zwijnen en apen naast je hotelkamer. Bij de kerk aangekomen worden we welkom geheten door een uitzinnige groep mensen. Ze zingen, dansen en zwaaien met takken met bladeren. Ik werd erdoor geraakt. Hoe belangrijk zijn wij voor deze mensen? Wat komen we brengen? Hoop, bemoediging? In de kerk aangekomen worden we omringd door de kinderen. Al direct komt er een klein meisje op mijn schoot zitten. Ze kijkt me met haar grote vragende ogen aan. Ik smelt. Ik wordt even terug gebracht in de tijd. Ons kleine pleegje dat zich vanaf dag 1 aan me vastklampte. Maar me ook nu als enige van het gezinshuis regelmatig even een berichtje stuurt. Even dat contact zoekt. Als ik dit kindje zie vraag ik me af of ze al een sponsor heeft. Ze laat me niet meer los en als er, alweer, een baby in mijn armen wordt geduwd, laat ze even merken dat zij er ook nog is, en niet van mijn schoot af gaat. Voorzichtig gaan haar handje over mijn arm en dan over mijn wangen. Ze voelt en kijkt en geniet van mijn aandacht voor haar.
Mijn nichtje merkt gekscherend op: "er staat op jou voorhoofd: geef mij je baby." Na de dienst vraag ik aan de pastor of dit meisje al een sponsor heeft. Nee, dat heeft ze niet. Nu wel dus.
Haar naam weet ik nog niet. Er moet eerst nog worden uitgezocht wie ze is en of ze ook daadwerkelijk in het project kan. Maar dat komt vast goed.
I can't save the world, Jesus does. Hier hield ik me steeds aan vast. Als ik de uitzichtloosheid van de mensen zag. De armoede rook. Vanaf dag 1 werd ik gegrepen door dit land. Uganda. Afrika. Prachtig land met uitgestrekte natuurgebieden en wild. Maar het contrast is zo groot als je in de dorpen komt en in de sloppenwijken. Daar waar een moeder vandaag niet weet wat haar kind morgen eten zal. Daar waar zoveel moeders er alleen voor staan. Ik denk aan onze kinderen thuis. Onze pleegjes. Wat is het ondanks alle strubbels die we tegenkomen in pleegzorgland, toch een voorrecht om te wonen in een land waar er gezorgd wordt voor kinderen in de knel. Ik herken de trauma's van de kinderen en hun ouders. Maar in ons land is er zoveel hulp dat er uitzicht is. In Uganda heb ik zoveel uitzichtloosheid gezien. De cirkel van armoede en trauma die moeilijk te doorbreken is. Maar ik heb ook hoop gezien. Hoop in de ogen van de mensen. Hoop in de ogen van de kinderen. Hoop op de projecten waar kinderen een kans krijgen. Hoop en geloof in een God die boven alles staat. Ik heb gezien hoe waardevol het is om een kind te sponsoren. Dag 1 was de dag van aankomst. Een lange vliegreis en toen nog met de bus naar het hotel. Vermoeid kwamen we aan in ons eerste hotel. Maar van slapen kwam niet veel.
De tweede dag hebben we een project bezocht van Compassion. Child Survival Programma. Dit programma is voor moeder en baby's die zonder hulp weinig overlevingskans hebben. Door middel van voedsel, (medische) zorg en voorlichting worden zowel moeder als kind ondersteund en bevrijd uit uitzichtloze en levensbedreigende situaties. We hebben gesproken met de moeders en zijn op een huisbezoek geweest bij Naomi die met haar zoontje woont in de slums van Kampala.
Dag 3 was de ontmoeting met mijn twee sponsorkinderen. Wat heb ik hiernaar uitgekeken. Rugzakjes gevuld voor henzelf maar ook een rugzakje voor de familie. We brengen de dag door in een overdekte speeltuin in Kampala. Bij binnenkomst staan de kinderen met hun begeleiders al in een kring en zingen een welkomslied. Mijn ogen speuren de rij af of ik mijn kinderen al ontdekken kan. Maar dat is lastig. Als de naam van het kind en sponsor wordt geroepen rent er een kind op me af. Dit is zo ontroerend, een kind dat jou kent van je brieven en foto's die je hebt gestuurd, rent zo in je armen. Gelukkig is er een tolk bij die kan vertalen. En ook kan vertellen hoe het met de kinderen op school en thuis gaat. Beide kinderen genieten van alles wat er te doen is in de speeltuin. Maar ook van het samen voetballen, bellenblazen, foto's maken, eten en het uitpakken van het rugzakje met spulletjes.
Margaret en Brighton
En dan komt aan het einde van de dag het afscheid. Dat is nou niet echt mijn sterkste kant. Maar we hadden elkaar, mijn nichtje Erica en ik.
En dan overheerst toch de dankbaarheid. Dat ik met eigen ogen heb mogen zien hoe ik het verschil kan maken in hun leven. Door deze kinderen te sponsoren krijgen ze een kans om te ontsnappen uit de armoede.
Ik schiet overeind in bed. Gelukkig, het was een droom. Niet de eerste keer. De afgelopen tijd staat in het teken van inpakken en voorbereidingen voor mijn reis naar Uganda. En als ik dan zoveel moet regelen en doen, gaat het in mijn hoofd ook 's nachts gewoon door. En in mijn dromen gaat niet alles even goed. De gekste scenario's komen voorbij. Doodmoe wordt ik ervan. Maar het gebeurt. 11 dagen ben ik weg. Ik wil dan ook thuis alles goed geregeld achterlaten. Slaat helemaal nergens op, want wat is het ergste dat er kan gebeuren? Dat het huis op zijn kop staat als ik terug kom? Alles loopt gewoon door, ook als ik er niet ben. Loslaten en overgeven heet dat. En vertrouwen hebben. En dan die koffer. Hoe krijg ik alles mee? Maar het is gelukt. Alles is klaar en morgen kan ik vertrekken. Aan mijn Uganda avontuur. Lang heb ik gevonden dat ik hier in Nederland wel genoeg deed voor kinderen die het niet zo goed getroffen hebben. Dat er ook in Nederland nog genoeg te doen is. Maar uiteindelijk gaat het er niet om of je genoeg doet. Maar of je doet wat God van je vraagt. Omzien naar de armen. Doen wat in je vermogen ligt om er te zijn voor je naaste. Dus financiële steun geven en schrijven aan kinderen in de allerarmste landen is iets wat ik best doen kan. Dit resulteerde dus in twee sponsorkindjes in Uganda en 1 in Haiti. De kans om nu twee kindjes te gaan ontmoeten is zo bijzonder. Dat we het financieel kunnen doen en dat ik een man heb die zegt: ga maar, ik red het wel hier. Terwijl het ook hier in ons gezinshuis soms best heftig is. Ik ben benieuwd wat deze reis met mij gaat doen. Ik ben best heftige verhalen en situaties gewend. In ons werk komen we veel dingen tegen die confronterend zijn. Hoe zal het zijn om geconfronteerd te worden met de armoede van dit land? Van de kinderen? Hoe zal het zijn om de projecten te zien en het werk dat gedaan wordt om deze kinderen hoop en uitzicht te geven? Hoe zal het zijn om onze eigen sponsorkindjes te ontmoeten? Toen we besloten om sponsor te worden hebben we onze pleegjes gevraagd of ze een jongen of meisje wilde en welke leeftijd. Het moest maar een jongen zijn want we hadden al zoveel meiden. In de beleving van de kinderen kwam het kind naar ons toe. Zoals zij allemaal. Maar dat het een kind is dat we op afstand ondersteunen hadden ze niet helemaal begrepen. Maar toch moest het een jongetje zijn. Inmiddels hebben we twee jongetjes en één meisje als sponsorkindje. En in ons gezinshuis is het aantal jongens gelijk aan de meiden. Dus ook dat is in de loop der jaren veranderd. De kinderen leven erg mee. Ze vinden het spannend. Als mama Jenny de kans krijgt, merkt ons bijdehandje op, neemt ze gewoon een kindje mee in haar koffer hoor. Ons bijdehandje. Zelf kwam ze als klein donker meisje met kroeshaarstaartjes bij ons. Haar grote ogen keken me angstig aan. Nu, elf jaar verder, is het ons meest bijdehand pleegje.. Erg gericht op mij. Ik denk zomaar dat zij het meeste moeite heeft om mij 11 dagen te missen. Als ze een weekend logeren is of wij zelf een paar dagen weg zijn, is zij het die even een berichtje stuurt. Als ze thuis komt is het eerste wat ze vraagt als ze mij niet ziet: waar is mama? Het zal voor iedereen even wennen zijn. Zonder mama. Maar we zullen er ook zeker allemaal iets van leren. Ik ga het avontuur aan. En bid om de zegen van God. Dat ik deze reis tot zegen mag zijn voor de ander. Ik hoop God te ontmoeten in de ander. Dan zal ook voor mij deze reis een zegen zijn. Ik hoop (als het lukt met wifi) tussendoor zeker te schrijven over mijn ervaringen in Uganda. En anders wordt het een reisverslag als ik terug ben.