Maandagochtend. Het is moeilijk wakker worden. Ik heb slecht geslapen. Mijn hoofd werd niet stil. Als ik opsta voelt het of mijn rug beurs is en stijf. Na een lekkere douche gaat het beter. Ik denk toch dat de klap van de auto harder was dan ik dacht en dat ik er dus meer last van heb. Ik had bedacht dat ik iets later uit bed zou komen zodat we de dag iets later opstarten. Het is anders een behoorlijk lange dag en sommige kinderen zijn al in de ochtend door hun schoolwerk heen. En als de verveling toeslaat gaan ze zeker ongewenst gedrag laten zien. De eerste die ik roep komt al niet goed uit bed. Ik krijg al verwensingen naar mijnhoofd en een middelvinger. Dat beloofd wat vandaag. Om 9.00 uur kan iedereen starten met schoolwerk. De eerste is al na drie kwartier klaar. De volgende om 11.00 uur. Maar pleegje die al niet echt goed uit bed kwam maakte het weer erg bont. Hij snapte zijn rekensommen niet. Manlief heeft met veel geduld uitleg gegeven, maar pleegje wilde dat manlief ook alle antwoorden voor hem berekende. Nee maat, je hebt je uitleg gekregen en nu doe je het zelf. Veel gemopper en gescheld. De juf belt. Hij verteld de juf dat het niet lukt. De juf legt hem nog een keer uit hoe hij de sommen moet doen. Als hij naar zijn kamer gaat wil hij weer dat André mee komt. André loopt mee en legt hem het nog een keer uit, maar dat is niet naar zijn zin. En bam. Daar is weer een ontploffing. Maar er zijn meer kinderen die hulp nodig hebben, dus laten we hem op zijn kamer even uitstieren. Maar daar blijft het niet bij. Hij hoeft zijn sommen niet te maken, maar ook dat is niet goed. Wij moeten luisteren en doen wat hij wil. De speelkamer wordt verbouwd. Dit gaat tot na het middageten door. Dan komt hij aan en vraagt of de sommen nagekeken kunnen worden. Alles is gemaakt. En goed ook. De rest van de middag blijft het respectloos gedrag en veel schelden en schreeuwen. Ik stel voor om met de andere drie pleegjes te knutselen. We knippen vlinders uit. Als we die klaar hebben kunnen ze weer naar buiten. Morgen gaan we verder. Dan kunnen ze versierd worden. Wat we ermee gaan doen is nog een verrassing. Hier genieten ze erg van. Even iets anders dan school of in de tuin.
Ik ga nog even naar mijn kantoor met een puber. Zij heeft hulp nodig met haar opdrachten van school. Samen maken we een gedeelte. Als ik haar begeleid lukt het haar wel. Alleen overziet ze het niet. Op school krijgt ze hiervoor ook altijd extra hulp. Maar ook dat ligt nu thuis. Toch ben ik heel blij met school. Ze bellen regelmatig om te vragen hoe het gaat en of ze nog iets kunnen betekenen. Ik laat de pubers in elk geval uitslapen. Die beginnen dus veel later aan hun schoolwerk. Maar dan kan ik het nog een beetje overzien.
Eind van de middag mogen de jongste pleegjes op de Play Station. Maar als ik na drie kwartier ga kijken is er 1 pleegje die eerst een half uur alleen heeft gespeeld en nu een kwartier met een ander pleegje aan het spelen is en de derde zit mee te kijken. Ik vraag waarom nummer drie niet mag spelen. De leider die al drie kwartier bezig is mompelt wat en gaat gewoon door. Ik zeg hem dat hij moet stoppen en nummer drie mag spelen. Dat gaat mis. Dit pleegje heeft steeds weer moeite om te stoppen als zijn schermtijd op is. En nu is het dit pleegje dat uit zijn plaat gaat. Als ook zijn telefoon tijd op is ontploft hij helemaal. Tijdens het avondeten gaat het al niet beter. Pleegje die school niet wilde doen is gezellig aanwezig. maar nu is het weer een ander. Na het eten stampt hij naar boven en we horen hem schelden en vloeken en zijn kamer verbouwen. Ik zucht. Ik ben zo klaar met dit gedrag. Ik weet het even niet meer. Er zijn er twee bij die steeds, soms na lange tijd, terug vallen in oud gedrag. Niet te bereiken zijn ze dan. Ik moet even weg. Even niets zien en horen. Maar waarheen? Ik zoek mijn kantoor op en kruip achter de computer. Even stoom afblazen en schrijven. Mijn grens is op dit moment even bereikt. Ik vraag me af hoe andere gezinshuizen dit doen. Ik probeer de lat niet te hoog te leggen als het gaat om schoolwerk. Ze hoeven het niet te doen. Maar rustig spelen doen ze dan ook niet. En als de één het niet hoeft te doen wil de ander het ook niet doen. Dus moet er toch iets gedaan worden. Ik probeer iets extra's te organiseren. Of extra film of knutselen. Maar ik snap ook dat het voor deze kinderen erg lastig is om ineens zo anders je dagen te vullen. Maar dat neemt niet weg dat ik even geen energie meer heb. Ik wil mijn leven terug. Maar ik hoor net dat het voorlopig tot 1 juni duurt. Ik denk even maar niet verder en ga vroeg slapen. Morgen een nieuwe dag met nieuwe kansen. Ik denk terug aan zondag. De Heer is mijn Herder. Mij ontbreekt niets. Er komt een dag dat het over is en we weer ons leven kunnen leven. Maar hopelijk anders dan voorheen. Meer samen. Meer gericht op de ander en op God. Dat is mijn enige houvast. Mijn troost en steun. Als ik het even niet meer weet. Hij is er altijd.
Mijn God, mijn herder, zorgt voor mij,
wijst mij een groene streek;
daar rust ik aan een stille stroom
en niets dat mij ontbreekt.
Zaterdagochtend. Ik word wakker van de eerste zonnestralen op mijn gezicht. Heerlijk wakker worden. Het is nog rustig in huis. De kinderen hebben geleerd op hun kamer te blijven tot ze worden geroepen. Voor pubers is dit geen opgave. Die willen helemaal niet meer geroepen worden. Maar voor de jongere kinderen is dit soms lastig. Want niet alleen op je kamer blijven, maar ook stil iets voor jezelf doen is de regel. Dat stil zijn is iets lastiger, maar ze leren het best wel. Na het late ontbijt hebben twee kids hun kamertijd. Ze kiezen beide voor lego. De andere twee gaan naar buiten en al snel komt daar één van de pubers bij. Ik wil beginnen om mijn administratie en boekhouding weg te werken, maar het is buiten net oorlog. Er wordt gegild en geschreeuwd, zo erg dat ik me niet kan concentreren. Ze spelen wel en maken geen ruzie. Maar het lawaai is niet leuk meer. Ik stop maar en wacht tot manlief thuis is. Het is fijn dat het zo lekker weer is en na de koffie alle kinderen naar buiten kunnen. Halverwege de middag wil er 1 pannenkoekjes bakken. Hebben we in elk geval iets te doen. Dus haal ik het gourmetstel tevoorschijn. De pannetjes halen we eraf en zo kunnen ze met zes tegelijk kleine pannenkoekjes bakken. De jongste kinderen vinden het nog een beetje lastig, maar onze oudste pleeg wil wel helpen. Het is een gezellige boel. Dit geeft weer energie. Een mooi moment.
's Avonds hebben we met de pubers nog een discussie over weg gaan naar een plek die eigenlijk gesloten is. En het opzoeken van anderen. Wat kan wel en wat kan niet? Wij zijn een beetje streng misschien, maar willen ook uit respect voor de getroffenen van het coronavirus, zoveel mogelijk thuis blijven. Maar ik begrijp ook dat lang niet alle pubers dit begrijpen en het lastig is voor hen. En dan heb ik daar weer last van. Ik ben wel benieuwd hoe anderen dat doen met pubers in huis.
Zondagochtend weer heerlijk gewekt door de zon op mijn gezicht. Ik ga naar de kerk. Onze kerk is ook gesloten vanwege de coronacrisis. Maar we komen met een heel klein groepje bij elkaar om toch een dienst te houden en deze op te nemen. Dezelfde ochtend stond hij al op de website. (www.delevensbronsrilland.nl). Dit was voor mij echt even eruit zijn. Even opladen. De rest van de dag verloopt redelijk rustig. Het was heerlijk weer en de kinderen konden lekker in de tuin spelen. Met de nodige ruzie die elkaar soms ook weer vanzelf oplosten komt de dag ten einde. Op naar een nieuwe schoolweek thuis.
Donderdag lees ik het bericht dat nu ook alle Makro en Sligro winkels open zijn voor iedereen. Ik dacht: kan ik beter nu even gaan voordat het ook daar een gekkenhuis is. Het viel mee, maar drukker dan normaal was het wel. Op de parkeerplaats was het een gekrioel van auto's. Iedereen wil zo dicht mogelijk bij de deur staan. Ik rij mijn kar terug en sta even stil, omdat er voor mij een auto die op een plek wilde gaan staan dicht bij de deur en op het laatste moment NP zag staan, achteruit komt. Ik zwaai en roep. Hij stopt. Maar direct wordt ik vanachteren aangereden door een andere auto die ook achteruit kwam. Vol in mijn rug. Gaat het mevrouw, roept er iemand. Een oud mannetje die zijn auto aan het inladen was maakt een vuist en roept tegen de chauffeur wat verwensingen. Maar alleen die mevrouw komt even naar mij toe. De auto wil wegrijden. Maar ziet toch waarschijnlijk de opschudding die hij veroorzaakt heeft. De bijrijder komt uit de auto en vraagt of het gaat. Ehh, nee niet echt, je rij net vol in mijn rug. Ik loopt verder om mijn karretje weg te brengen. Het gaat wel hoor. Als ik terug naar mijn auto loopt vraagt mevrouw nog of het echt wel gaat. Lukt wel, hoor ik mezelf zeggen. Pleegje zit in de auto. Zij was al gaan zitten en heeft niets meegekregen van wat er gebeurde. Ik voel mijn rug en nek. Thuis gekomen bedenk ik me dat ik beter even het kenteken op had kunnen schrijven. Want wat nou als ik last blijf houden. De jongste pleegjes zijn gevieren naar buiten gegaan. Toch maar weer proberen of het lukt. Maar nee. Binnen vijf minuten staat er 1 binnen. Huilend want ze schelden hem uit en willen zijn bestuurbare auto kapot maken. Ik geef hem een pluim dat hij uit de situatie is gegaan en niet verder is gegaan met ruzie maken. Ga maar in de speelkamer rijden met je auto. Normaal mag dat niet, maar nu moeten er soms even uitzonderingen gemaakt worden. Hij is nog maar net naar de speelkamer of nummer twee komt zich al huilend melden. Nu schelden en pesten ze hem. Ik geef ook hem een pluim dat hij niet terug is gaan ruzie maken en ook hij kan naar de speelkamer. Maar doet u er niets aan dan dat ze me pesten? Nu even niet. Straks mogen jullie twee op de PlayStation en zij blijven buiten. Zijn gezicht klaart op. Samen spelen ze nog een half uurtje binnen en mogen dan op de PlayStation. De twee ruziemakers voelen waarschijnlijk al nattigheid want zij durven niet komen vragen of ze schermtijd mogen. Ze weten de consequentie van pestgedrag. Vandaag hadden we onze eerste zieke ook al thuis. Hoesten en hoofdpijn en heel moe. Dus een dag in bed blijven en geen contact met de anderen. Het avondeten verloopt redelijk rustig. De borden blijven in elk geval staan en heel. Dan moeten we nog video bellen met een moeder. En beslissen we samen dat het logeren dit weekend niet door gaat. Het is op dit moment even niet verstandig. Pleegje neemt het goed op. Hij snapt het gelukkig wel. Het is ook zo verschrikkelijk moeilijk voor deze kinderen. Alles wat hen houvast en zekerheid gaf ligt overhoop. Geen school, geen bezoeken, geen logeermomenten, geen zorgboerderij en geen sport. Misschien kunnen we dan gezellig gaan wokken: roept er één. Want er is vandaag een pleegje jarig. Kan dat ook al niet? Gezellige verjaardag. Moedeloos worden ze ervan. Alles is gewoon dicht. We kunnen dus helemaal niets gaan doen? We moeten het met elkaar gezellig maken. Als de twee jongste kinderen naar bed gaan neem ik een emmer sop en de stofzuiger mee. Deze twee kamers eerst maar doen zodat ze morgen weer schoolwerk kunnen doen. De speelkamer ook direct mee genomen en de was. Dit ruimt even op. Morgen de rest. Als alles op bed ligt ben ik moe.
Vrijdagochtend gaan alle kids weer aan de slag. Het lijkt erop dat het wat beter opstart. Het is wel even plannen. We hebben 1 gezamenlijke computer. 1 kind heeft een eigen laptop en 1 kind heeft een laptop van school. En 1 kind werkt. Maar dan blijven er nog vijf over die om beurten hun werk op de computer moeten doen. Als iedereen aan het werk is komt ook mijn hulp. Wat ben ik blij dat zij wel komt. Even goed door het huis heen soppen. Eind van de ochtend is mijn huis netjes, zijn de kinderen klaar met hun school werk (zonder al teveel gemopper) en zijn ze de middag lekker vrij. Ik ben blij met de scholen waar de kinderen op zitten. Ze hebben allemaal hun best gedaan om ervoor te zorgen dat de kinderen kunnen werken. Regelmatig belt er een juf of meester hoe het gaat. Een pluim voor hen! Als er verder goed wordt gespeelt mogen de kids na de koffie een film kijken. En dat vinden ze echt wel leuk. Dus doen ze ook goed hun best. Zo gaan we rustig het weekend in. Geen zieken meer, genoeg boodschappen om zaterdag toch nog even aandacht aan de verjaardag te besteden van ons eerste pleegje dat 18 jaar is geworden. En even uit te rusten. De eerste week thuis hebben we best goed gedaan. Als ze 's avonds op een rijtje in pyjama op de bank zitten met een bak chips op schoot en genieten van de film (de tweede vandaag), ben ik dankbaar. Het blijft ondanks alle strubbelingen en heftige momenten toch het mooiste beroep dat er is. Gezinshuisouder.
Overal hoor je berichten dat Nederland in rust en stilte komt. Berichten voor iedereen die nog hard aan het werk is. Applaus voor de zorg en de supermarkten. Helemaal mee eens hoor. Het is een zware, moeilijke en onrustige tijd. Maar daalt voor veel mensen de rust neer en ont stressen ze. Is dit in ons gezinshuis anders. Hier geen rust en stilte, maar oneindig veel boze buien, herrie en rommel, heel veel rommel. Ons gezinshuis stuitert. Sinds maandag zijn alle 8 kinderen thuis. Geen school, geen stage, geen dagbesteding, geen logeer weekenden en geen sport. En dat nieuws wordt verschillend opgepakt. Ik denk: hoe ga ik dat doen? Ik heb niet genoeg computers om ze allemaal aan het werk te zetten. Een aantal pubers denkt: haha lekker extra vakantie. Ik ga chillen met vrienden. En de basisschool kinderen ontploffen. Hoezo niet naar school. Ik wil naar school en ik wil naar de voetbal. De dag verliep moeizaam. En dan hebben we best een groot huis en een grote tuin. Maar het gevoel dat je opgesloten zit. Ik ga vol goede moed naar de supermarkt, maar wat een desillusie. Het lijkt wel oorlog. Ik heb er nog een baan bij. Op zoek naar eten om 10 monden te vullen. Geen grap. Ik ben drie supermarkten afgelopen voor ik voor drie dagen eten in huis had. En dan die blikken van andere mensen. Ik schaam me als ik van sommige producten meer nodig heb dan het gemiddelde. Ik ben dan geneigd om hard te roepen dat ik voor 8 kinderen zorg. maar in mijn eigen supermarkt weten ze dit gelukkig wel.Thuis vallen we van de ene in de andere woedeaanval. Dinsdag gaat het al niet beter. Een aantal kinderen heeft al huiswerk. Dat komt dus goed op gang. En gelukkig zijn er een paar bij die het redelijk zelfstandig kunnen doen. Het overzicht van school is duidelijk en er kan altijd gebeld worden. En dan komt er ook gewoon iemand van school om te helpen als het met inloggen niet lukt. Maar de woedeaanvallen gaan door. Ongelooflijk hoe 1 kind de hele boel kan traineren. De deur hangt scheef van het getrap. De t en k scheldwoorden zijn niet van de lucht. Ons nieuwe pleegje kijkt verbaasd. Dit mag ik echt niet zeggen allemaal hoor van mijn moeder. Nee, ik had ook liever anders. maar daar heeft dit pleegje geen boodschap aan. Hij scheld gewoon door. Een bord vliegt door de lucht en breekt in honderdduizend stukken. Er vliegt er 1 de tuin in. Het hek zit gelukkig al op slot. Dus weglopen kan niet. Dat zou wat zijn zeg. Een wegloper in deze tijd. Iedereen reageert op elkaar en de spanning loopt op. Dinsdagavond ben ik een uitgewrongen sponsje. Twee dagen. En ik moet nog een aantal weken. Woensdag heeft iedereen zijn schoolwerk en komt er meer structuur in. Maar het boze pleegje is het niet kwijt. Was het voor de crisis al niet makkelijk met hem. Is het nu gewoon niet te doen. Als hij moet rekenen en zelfs hulp krijgt van manlief die echt heel geduldig iets kan uitleggen, ontploft pleegje weer. Ik ga dit niet doen. Dan maar niet. Energie steken in iets wat niet werkt moeten we zeker nu niet doen. Als de andere kinderen klaar zijn gaat manlief met hen naar het natuurgebied om te lopen en oa. vogels te spotten. Even rust. Morgen wordt het vast beter. Donderdag. Op tijd beginnen de kinderen aan hun schoolwerk. Er wordt hier en daar nog gestuiterd en heeft er één geen zin. Maar het is al rustiger. Ze merken dat ze sneller klaar zijn dan wanneer ze op school zitten. En als je klaar bent mag je de tuin in. Ik trek me even terug op mijn kantoor. Ik heb het gevoel dat er niets nuttigs uit mijn handen komt. Ik sta op overleven en vraag me af hoelang ik dit vol kan houden. Natuurlijk heb ik meer van die momenten dat ik er even klaar mee ben. Maar dan zeg ik tegen manlief: doei, ik ben even weg. Even stoom afblazen bij een vriendin, of even wat drinken ergens. Maar dat is er nu niet bij. Waar zou ik heen moeten? Zo min mogelijk contacten. En ja, dat moet ook met een huis vol met kinderen. Nu is iedereen gewoon 24x7 thuis en moeten we het met elkaar doen. En als er maar 1 is die dit niet wil heeft dit invloed op iedereen. De telefoon staat niet stil. Scholen bellen, ouders bellen, voogden bellen en mijn mailbox loopt vol. Gelukkig hebben de scholen begrip voor het feit dat wij in eerst instantie bezig zijn met overleven. En naast al deze perikelen verwachten ze ook nog dat ik mijn huis regelmatig ontsmet. Nou, dat gaat ook echt lukken hoor. De was stapelt zich op. In mijn huis is het alsof er een bom is ontploft. Overal troep, was en schoolspullen en daartussen nog kinderen die niet meer weten wat ze moeten doen. Het huilen staat me nader dan het lachen. Zelfs nu ik achter mijn computer zit hoor ik het geschreeuw buiten. Manlief is erbij, dus het gaat best goed. Maar het geeft geen rust. Ik open mijn mailbox. Ik moet toch echt iets gaan doen. De eerste mail die ik open is van onze gezinshuisbegeleidster. Een virtuele bos bloemen met een bemoedigende tekst. En dan komt mijn ontlading. Tranen lopen over mijn wangen. Ik weet echt wel dat ik gewaardeerd wordt. En dat niemand nu iets anders kan doen dan dat wat ze doen. Maar dit doet even zo goed. En ik ben het even kwijt. Ik ga weer aan de bak.
De kerstvakantie is weer achter de rug. Ik vind dit als gezinshuisouder de lastigste periode van het jaar. De kinderen zijn gespannen door alle feestdagen. Pakjesavond, kerstfeest op school, in de kerk en thuis, oud en nieuw en dan ook nog een jarige. De hele vakantie door hebben we brusjes te logeren. Zusjes en broertjes van onze pleegjes. Aan het eind van de vakantie staat mijn huis op zijn kop en vraag ik me dan ook altijd weer af: waarom doe ik dit eigenlijk. Is het niet druk genoeg met alleen onze eigen pleegjes? Stiekem weet ik natuurlijk wel waarom ik dit doe. Het is zo belangrijk om ruimte te geven aan biologische familie. Om op die manier het systeem van de kinderen in te zetten. Maar o wat geeft het dan een drukte. En dan fietsen daar ook onze eigen kinderen en kleinkinderen tussendoor. En hadden we een nieuwe plaatsing. Ons gezinshuis is weer vol met acht pleegjes. In de week voor kerst kwam het kerstnummer van de Libelle uit. Daar staat een stuk in over ons gezinshuis met prachtige foto's. Ik ben er trots op. Trots op de kinderen, die het een hele dag volgehouden hebben om mooie foto's te laten maken. Het resultaat mag er zijn.
De school is weer begonnen en de rust keert weer. Althans. In ons gezinshuis redelijk. Maar de onrust rondom de jeugdzorg is nog steeds heftig en stormachtig. Na alle berichten van sluiten van de Hoenderloo groep, het omvallen van jeugdzorg instellingen, van kinderen die "op straat" staan omdat de plek waar ze wonen en hulp krijgen gaat sluiten, is het in jeugdzorgland nog steeds niet rustig. En ook wij krijgen daar de klappen van mee. De verschillen in tarieven, de toewijzing van zorgopdrachten. Alles hangt af van de gemeente waar je mee te maken hebt. En daar zitten enorme verschillen in. Waarom krijgt het kind in gemeente A wel alle hulp die nodig is en in gemeente B niet? Het resulteert erin dat er in ons gezinshuis kinderen zijn waarbij het prima loopt. De hulp die wij aanvragen omdat die ook echt nodig is komt er. Maar er zijn ook kinderen waarbij de hulp steeds wordt afgewezen. Dan moet het budget van gezinshuis dekkend zijn voor hulp die ik niet kan bieden, maar alleen een GGZ instelling kan bieden. En dan loop je als gezinshuis muurvast. Maar blijkbaar is dat beter, vastlopen en uitplaatsen, in plaats van goede zorg leveren. En dan ben je zomaar anderhalf jaar verder en is er nog niets gebeurt. En ben je met elkaar aan het overleven. Mijn verhaal kan aansluiten bij zovelen die tegen deze dingen aanlopen. En dat zijn dan volgens de minister: incidenten. Maar als ik mijn gezinshuis bekijk, en 2 van de 8 krijgt niet de juiste hulp die nodig is om de plaatsing binnen ons gezinshuis tot een succes te maken, omdat een gemeente zegt: wij vinden de aangevraagde zorg te duur. Dan kan het aan mij liggen, maar zijn dat er 2 teveel. Als je al de verhalen van mensen bundelt zijn het geen incidenten meer. Ieder kind telt! Kinderen in gezinshuizen hebben meer nodig dan alleen een plek om te wonen. Het zijn vaak complexe problematieken die ze meebrengen. Soms heb ik het gevoel dat er een te groot beroep gedaan wordt om de loyaliteit van gezinshuisouders en pleegouders. Want je wil voor het kind, dat je in huis hebt gaan. En je gaat door , tot het echt niet meer kan. Hoeveel pleegouders en gezinshuizen moeten eerst omvallen voordat er in Den Haag een belletje gaat rinkelen dat er nu toch echt iets moet gaan gebeuren? Wij vechten voorlopig nog even door. Want ieder kind telt!
Het afgelopen ander half jaar is druk en vol geweest. Daardoor had ik weinig tijd en energie om een blog te schrijven. Ik zat een soort van op slot. Toch kriebelt het nu weer. De rust keert terug in mijn hoofd en huis. Drie nieuwe plaatsingen , twee verhuizingen, wisseling van school en een fikse verbouwing verder, daalt het stof wat neer. Heftig was het weer. Steeds weer ben ik verbaasd wat het doet als er nieuwe kinderen in je gezinshuis komen wonen. Het is als een kleerhanger in je kast waar je het kledingstuk afhaalt. De hanger schud nog een tijdje na. Ons gezinshuis is geschud. Heel hard geschud, en ook aan mijn liefde, geduld, energie, slaap, aandacht voor de andere kinderen, is geschud. We moesten echt tijd inplannen voor onszelf om toch maar weer die energie te houden om vol te houden. We weten dat de lange adem, komen tot het dieptepunt en er dan langzaam uitklauteren, erbij horen. Maar niet altijd werkt het. Soms heeft een kind meer nodig dan dat. Genieten kan ik als we kleine stapjes maken. Als ze vertrouwen gaan krijgen in jou als gezinshuisouder. Betrouwbaar zijn is belangrijk. Doen wat je zegt. En dat krijg ik inmiddels terug." Ik weet wel dat u het ook echt doet hoor". Maar om dan de stopknop te vinden als je boos, verdrietig of bang bent, is niet haalbaar. Dan hebben ze de hulp van een volwassene nodig, Zo gingen we nog naschuddend afgelopen jaar ook naar de camping. Dat was wat. Snapten wij allemaal wat er in ons gezinshuis gebeurde, was dat met de omgeving anders. Dus er moesten regelmatig ruzies worden goed gemaakt. Het gezinshuis is inmiddels rustiger en schud niet meer zo hevig. Iedereen heeft zijn plekje weer hervonden. En wij leren de nieuwe pleegjes beter kennen. Maar de pleegjes hebben daar verder geen boodschap aan en stormen rustig door. Wat geeft het veel spanning als je ergens komt waar de wereld zo anders is dan je gewent bent. Waar ineens regels zijn, en er dingen van je worden verwacht. Dan kan je alleen maar reageren zoals je geleerd hebt. Voor jezelf opkomen. Niet de regie uit handen geven, want dan kan het heel erg mis gaan. En dat geeft strijd. Dat geeft angst. Dan brengt trauma's tot leven. En dat is voor ons de uitdaging. Soms lijkt de aanleiding van een uitbarsting duidelijk. Tot ik in gesprek ga met het kind. En zijn verhaal hoor vanaf het begin. Toen het allemaal nog rustig was. Dan lijkt de aanleiding soms al ver daarvoor te liggen. Maar bouwt het op en komt de ontlading op een moment waarop je het niet verwacht. Heerlijk om dan de opluchting te zien bij het kind. Ze snappen mij en ze luisteren naar mij. Dat is steeds weer zo belangrijk voor deze kinderen. Gezien en gehoord worden. Dat is wat we allemaal nodig hebben. We maken ons op voor nog een nieuwe plaatsing en dan is ons gezinshuis weer vol met acht kinderen. De december maand zal dus met alle vaste onrustige feestdagen nog extra spannend worden met een nieuw kind op komst. Dus we schudden nog een beetje na.
Na de indrukwekkende kerkdienst gaan we eerst terug naar het hotel voor een lunch. In de middag maken we een boottocht. Wat een ervaring. Als we vanuit onze boot de prachtige krokodillen, nijlpaarden en allerlei vogels zien vergeet je even de andere kant van dit prachtige land. Het is heerlijk om even bij te komen van alle indrukken die we hebben opgedaan. Mijn hoofd is vol. Ongelooflijk vol. Ik geniet van dit mooie stuk land.
De volgende dag staan we vroeg op. Voor de liefhebbers is er nog een safaritocht. Die wil niet aan me voorbij laten gaan. 6.00 uur vertrekken. Wederom is het adembenemend. Langs de bus lopen de giraffen, leeuwen, olifanten. Als we ineens een leeuwenpaar met jongen zien gaat de bus van de weg af. Als we allemaal foto's hebben gemaakt wil de chauffeur verder rijden maar ....we zitten vast. Dus moeten we allemaal de bus uit. En duwen. Op de plek waar net nog een paar leeuwen liepen.
Na deze safari vertrekken we naar Gulu. Dit deel van Uganda en van de reis hebben erg veel indruk gemaakt. De trauma's die de mensen van generatie op generatie overbrengen is voelbaar. Het lijkt of een dikke deken het land bedekt. Vrouwen kijken je niet aan als je met ze praat. Als je contact maakt zie je ze opbloeien. Hun blik opent zich en ze stralen van de aandacht die je ze geeft. Hier gaan we aan de slag op een project. We hebben als groep geld bijeen gespaard voor twee klaslokalen. Die staan er al, maar wij gaan schilderen. Het resultaat is prachtig. Het is warm. Heel warm om te werken. We vermaken ons tussendoor met de kinderen. Twee dagen zijn we op dit project. Hier gaan we ook op huisbezoek. En dan ontmoet ik Benjamin. Benjamin zit al in het project zonder dat hij een sponsor heeft. Zijn ouders wonen samen met zijn oom en tante twee hutjes. De ouders met de kleine kinderen slapen in de ene hut en de opgroeiende grotere kinderen in de andere. We helpen met koken. En wat een werk heeft deze moeder aan het bereiden van het eten. Eerst moet de tarwe fijngemalen worden. Alles gebeurd met de hand. Een vuur wordt opgestookt. Het is veel, zwaar en tijdrovend werk. Vader werkt op het land. Ze hebben eigen land en ook de hutjes zijn van henzelf. Maar koeien en een ploeg hebben ze niet. Ik ben geraakt door hun verhaal en besluit om Benjamin te gaan sponsoren. De reactie van moeder is overweldigend. Ze is zo blij. Een sponsor voor haar kind. Hiermee wordt het hele gezin, en eigenlijk twee gezinnen geholpen. Want de twee gezinnen wonen gezamenlijk en doen alles gezamenlijk.
Ik ben zo blij dat ik deze reis heb mogen maken. Ik heb veel mogen geven, maar nog veel meer mogen ontvangen. Deze reis is een verrijking geweest. Ik heb mogen ervaren hoe dichtbij God is. Ondanks al de armoede in dit land. God is erbij. Deze mensen leven zo vanuit dit vertrouwen. Mijn blik op de kerk, het geloof en het leven is voorgoed veranderd.