gezinshuis

gezinshuis
de morgenster

dinsdag

Coronacrisis. Overleven in het gezinshuis. Deel 9. Waarom leren?

Vol goede moed begin ik aan de nieuwe week. Maar zo rustig als ik het me had voorgesteld is het niet. Met name de jongste kids moeten erg wennen aan het feit dat er een lege plek is. Ze moeten weer even als haantjes uit gaan vechten welke positie iedereen heeft. 
Eerst maar beginnen met het schoolwerk. Pleegje begint al te rammelen op zijn Chromebook. "Hij reageert niet", roept hij. Zijn Chromebook slaat hij zowat doormidden. "Waarom lukt het niet met dat stomme ding?" Ik probeer hem rustig uit te leggen dat ook een Chromebook weleens even moet nadenken. Dus hij rustig moet wachten als hij ergens op geklikt heeft. Het lukt. Direct hoor ik een ander roepen. "Jeeennyyy". "Ik snap het niet". "Waarom moeten we steeds maar weer leren", vraagt pleegje. Als het eindelijk pauze is ben ik al bekaf. Ik weet weer waarom ik geen juf ben geworden. En nooit zal worden ook. En tussen al deze bedrijvigheden door gaat de telefoon. Juf van de één en meester van de ander. De mailbox zit vol mails met schoolwerk." Puberpleegje heeft al drie weken niets ingeleverd. Lukt het wel"? 
Koffie. 
We overleggen er samen even over. Zo kan het niet. We kunnen niet alle kinderen geven wat ze op school krijgen. We deden al alleen in de ochtend schoolwerk. In de middag heerlijk spelen. Dan zie ik ze genieten. In de tuin. De springen wat af op de trampoline. We fietsen eens een rondje en brengen kaarten rond. En als ik steeds ruzie heb met kinderen die, of geen zin hebben, of zoveel hulp nodig hebben dat ze gefrustreerd worden als ik even bij een ander ben. Dan verkies ik de gezelligheid zonder schoolwerk of met minder schoolwerk, boven een ongezellig huishouden waar iedereen op zijn tenen moet lopen om alles gedaan te krijgen. En wat ben ik blij met onze scholen. Echt. Er is alle begrip voor dat dingen soms niet lukken. En met het feit dat we bijzondere kinderen in huis hebben. En dat het er niet 1 is maar 7 zijn. En ook als een pleegje wel alles heel snel klaar heeft wordt er nagedacht over extra werk. Want als je al snel klaar bent en de rest is nog bezig ga je natuurlijk de anderen irriteren. 
We doen wat we kunnen en zien na de crisis wel waar we uitkomen.
Vanmiddag weer op de fiets. Onze jongste ook mee. Waar wij één trap doen moet hij twee keer rond trappen. We hebben alles bij elkaar 2 uur gefietst. Maar wat was het heerlijk. De jongens kleuren al bruin van de zon. Ze genieten van de aandacht en van alles wat ze zien. Eerlijk om de beurt willen ze een kaart door de brievenbus doen. Hier geniet ik zo van. Ik krijg weer energie." Dit is veel leuker dan leren", roept pleegje. "Maar hier leren we toch ook"? Ik vraag wat hij dan leert. "Nou, niet zeuren als je moe bent. Maar gewoon doorfietsen. En goed uitkijken als we oversteken". Soms blijft hij wat achter. Slingerend kijkt hij om zich heen. Dan hoor ik ineens: God heb ik lief want die vertrouwe heer....
Ik kijk achterom. Daar fiets hij. Parmantig mannetje. Hij geniet. Dus ik geniet mee. 

zaterdag

Coronacrisis. Overleven in het gezinshuis deel 8 afscheid

De afgelopen week merkten we goed dat de kinderen het ritme van schoolwerk, pauze, en weer schoolwerk te pakken hadden. Contact met school was er ook volop. De begeleiding op afstand is super goed geregeld. Maar toch. Het blijft druk en veel. Mijn eigen werk blijft liggen. Er zijn drie pleegjes die eigenlijk 1 op 1  begeleiding nodig hebben. En dat is er ook nog 1 die binnen het uur klaar is met alles. En dan ga je natuurlijk niet iets voor jezelf doen, maar de anderen irriteren. Met ons pleegje die steeds maar weer boos is en iedere dag de strijd aangaat over alles gaat het steeds slechter. Ons gezinshuis valt om op deze manier. Alles draait om dit ene kind. En ik kan hem niet meer geven wat hij nodig heeft. En dan komt het moment dat je met elkaar moet besluiten dat het niet langer gaat. Hoe verschrikkelijk ik dit ook vind. Het is een keus die je eigenlijk niet wil maken. Er wordt gezocht naar een andere plek. We wilden niet dat pleegje eruit knalde in crisis en naar een crisis groep zou moeten. Maar crisis was het bij ons wel. Daarom waren we ook heel blij om te horen dat er een ander gezinshuis was waar een plaatsje voor hem was. En daar kon hij eind van de week al heen. Dan komt het moeilijkste van alles., We moesten het gaan vertellen. Manlief heeft dit op zich genomen. Hij heeft uitgelegd dat het misschien veel beter is om in een gezinshuis te wonen waar minder kinderen wonen en waar de kinderen rustiger zijn dan bij ons. Dat hij daar misschien minder boos hoeft te zijn en zij hem beter kunnen helpen dat wij. Ik zat te wachten op een woedeaanval en geschreeuw. Maar niets van dit al. Pleegje huilde even, want het is toch een heftige boodschap. Maar al snel was dit over en wilde hij helpen met inpakken. Hij had er zin in. Ik verbaas me steeds weer hoe kinderen kunnen reageren. Het lijkt er allemaal niet toe te doen. Het is weer iets nieuws en dat zal zeker leuker zijn. We zien zo duidelijk zijn verstoorde hechting hierin. Iedereen is inwisselbaar. Deze kinderen zijn zo gericht op het materiele en de dingen die ze wel of niet mogen. Een relatie aangaan en iemand missen kennen ze niet en past niet in hun leven. Het eerste wat pleegje ook vraagt: Mag ik daar later naar bed? Mag ik daar wel wifi? En aan pleegbroer: mag ik jou schoenen mee?
Ik ben blij dat pleegje het zo opneemt. Dat is wel zo fijn afscheid nemen. De rest van de week is het rustig. Heel rustig. We pakken alles in. Schoolwerk wordt gedaan. Ik weet niet wat ik meemaak. Is dit stilte voor de storm?

Zaterdag brengt manlief hem weg. We gaan meestal samen maar in verband met het coronavirus vonden we het beter om niet samen te gaan. Ik bleef thuis bij de andere kinderen. Voor hen is het ook altijd ingrijpend als er een kind weggaat. En zeker nu ook broertje in het gezinshuis blijft wonen. Na zoveel jaar niet meer samen ergens wonen. Dit kind had het de afgelopen dagen moeilijker dan zijn broer. Als de bus geladen is wil pleegje instappen. Ik roep hem nog even. Zeg je me nu helemaal geen gedag meer? Hij lacht. Dag, tot ziens. Een knuffel is teveel gevraagd. Ik geef hem een hand en wens hem het aller aller beste toe. Hij stapt in het zwaait. En ik blijf achter met een kater.
De andere kinderen vragen al snel mijn aandacht. Jongens pak je fiets. We gaan onze kaarten bij de mensen door de brievenbus doen. 

En dan fiets ik met vier jongens, en een pakketje kaarten naar Bath en naar het dorp. We zijn twee uur onderweg. Dit gaf ze even afleiding en het heerlijke weer werkte ook mee. De rest van de middag verloopt stroef. De kinderen zijn snel geïrriteerd en boos op elkaar. De lontjes zijn erg kort. Ik merk weer temeer hoe het stormt in het gezinshuis als er 1 kind weggaat. Iedereen moet zijn plek weer vinden en dat zal de komende week nog wel even doorgaan. 
Nu is er stilte in huis. André is met de kinderen nog een rondje lopen. Ik kom tot rust en overdenk de dag. Ik pink een traantje weg. Hoe beschadigd is een kind. Na twee jaar geen enkele band te hebben opgebouwd met de mensen die voor je zorgen. Ik hoop en bid dat het beter met hem zal gaan in het nieuwe gezinshuis. En dat wij de komende tijd tot rust mogen komen. Maar daar ben ik nog niet zo zeker van. 

maandag

Coronavirus. Overleven in het gezinshuis. deel 7 weekend

Ik loop weer in de polder. Met om mij heen vijf pubers. Steppend, op een Hoover board, en naast mij twee puber boys. We stappen stevig door. En er komt een gesprek. Het idee kwam van puber boy. En dat werd eerst begroet met. Neee,  niet wandelen. Maar het bleek toch echt een goed idee. De jongste twee pubers springen heel de dag op de trampoline. Maar als je de 15 jaar gepasseerd ben weet je echt niet meer wat je doen moet. Dan komen de muren dus op je af. Dus gingen ze allemaal mee. André bleef thuis voor de jongere kinderen. En ik mocht ook mee. Of ik vandaag nog niet genoeg had gelopen.


Maar dat was wel een ontzettend leuk loopje. 
Het weekend begon goed. Iedereen had heerlijk uit geslapen. Dus om 10 uur zaten we pas aan een verlaat ontbijt/koffietijd. In de loop van de ochtend zijn manlief en ik op pad gegaan. Bloemen bezorgen bij mensen die op dit moment even een bloemetje nodig hadden.  Even ter bemoediging. André had kaartjes gemaakt. Wat is dit ontzettend leuk om te doen. Die blije gezichten van mensen. Even iemand die vraagt hoe het met je gaat. Veel mensen zijn eenzaam en alleen. Durven of kunnen de deur niet uit. Dan is het super fijn als er mensen zijn die je even aandacht geven. Andere mensen hebben ook een wijk op zich genomen. Zo zijn er weer veel mensen blij gemaakt.



Bij het avondeten kwam het gesprek op de verschrikkelijk saaie dagen. Ik vraag ze wat ze zouden doen als corona over was of als er in elk geval weer van alles open gaat. Wat is het eerste dat je dan ga doen? Daar hadden ze nog niet over nagedacht. Ik stel voor om een leuk dagje uit te gaan met alle kinderen. Maar dat wordt niet echt gewaardeerd. U denkt toch zeker niet dat ik een dagje weg gaat met al deze kinderen waar ik weken mee opgesloten heb gezeten? Echt niet. Wij gaan wel logeren en dan kunnen jullie weg. Al pratend ontstond het idee om vanavond te gaan wandelen. Dan ben je er even uit. Even iets anders. De kinderen genieten van het buiten zijn en van de ruimte die er is. Geen of nauwelijks auto's die voorbij rijden. Dus de hele weg voor jezelf. Hier kan ik echt van genieten. Even de boze buien loslaten. Al pratend met de puber boys komen we na drie kwartier weer thuis. Morgen weer!

De zondag begint ook heerlijk laat. Na het ontbijt gaan de jongste drie werken aan het Paasproject. Ze waren hier al aan begonnen in de kerk. Nu het er voorlopig niet inzit dat we bij elkaar komen als kerk zijn alle werkjes thuisgebracht. Super goed idee. En terwijl zij knutselen luister en kijk ik mee met de dienst die wordt uitgezonden vanuit onze eigen kerk. Fijn om op deze manier toch verbonden te zijn.




Op de plaat zijn een groot kruis, de Bijbel, een palmtak, het open graf en de morgenster getekend. Daar staan stipjes op waar de kinderen een pinnetje in moeten prikken. Als dit klaar is gaan ze er met wol omheen. Ze vinden het heel leuk om te doen.
Na het avondeten roepen de pubers: wandelen. Ik kreun. Het is zo koud. Weet je het zeker? Een volmondig : ja. Dus daar ga ik weer. Toch is het zo goed om even uit te waaien. De wind snijd in mijn gezicht. Het is echt heel koud. Maar de gesprekken die ontstaan zijn goud waard. Ik zie de kinderen genieten. 
Zo komt er een einde aan dit weekend. Het was goed om even op te laden. Klaar voor de nieuwe week die komen gaat. Ik probeer me meer te focussen op alle dingen die goed gaan. Die zijn er genoeg, maar dat sneeuwt vaak onder door de strijd en boosheid van de ander. We kregen een bemoedigend kaartje. Soms voel ik me niet zo. Ik ben geen held. We zijn allemaal helden. Gezinshuisouders! Zet hem op allemaal. 














vrijdag

Coronavirus. Overleven in het gezinshuis deel 6

Ook de woensdag verliep niet helemaal gladjes. Maar toch merk ik wel dat de kinderen wennen aan het thuis werken. Mogen we een rondje fietsen? Tja, wat doe je dan. Binnen blijven of in de tuin van je eigen huis. Maar fietsen samen? Ik maak een goede afspraak met de jongens. Samen. Alleen in de polder, niet naar het dorp. Dus echt een rondje hier. Een half uurtje fietsen ongeveer. Kunnen ze even hun energie kwijt. En ze hebben zich aan hun afspraak gehouden.
Onze slecht etende puber vraagt of we nog eten hebben. Ja natuurlijk. Genoeg. Maar niet wat ze lekker vind. Ik vraag haar of ze pannenkoeken wil bakken. Het is woensdagmiddag en in plaats van brood een goed alternatief. Ze heeft wel trek in pannenkoeken maar zelf bakken? Natuurlijk niet. Ik hoor heel de dag: ik verveel me. Maar dit ga je natuurlijk niet doen. Maar er is al iemand anders die dit wel doen wil. Dus eten we heerlijk pannenkoeken.  
We hebben nog even gewerkt aan de vlinders. Die zijn nu allemaal ingekleurd/getekend. Nu nog een kaartje van maken en dan gaan we ze de komende week rondbrengen. Dus zo hebben we nog een activiteit tegoed. De woensdag eindigt in een heftig escalatie. Zo verdrietig om te zien hoeveel last de andere kinderen ervan hebben. Maar ik merk ook aan mezelf dat het op is. Als je iedere dag uitgescholden wordt dan is het incasseren en pedagogisch nadenken, over hoe het komt en dat het logisch is gezien de problematiek, wel een beetje op. Als ik ons jongste pleegje op bed leg, kijkt hij me met zijn Bambi ogen aan. Ik was braaf toch vandaag? Ik smelt. ja hoor. Je hebt goed je best gedaan. Dat niet alles even goed verloopt maakt niet uit. Maar dat je wel je best doet om het gezellig te houden is super goed. 
Donderdag kunnen ze allemaal tegelijk beginnen met hun huiswerk. Want ja, we hebben vier laptops te leen gekregen. Dus kunnen ze nu allemaal werken. Super fijn. Op hun eigen kamer zodat ze elkaar niet kunnen irriteren. Ik hoef niet meer te sporten, want ik loop in huis de marathon als ik alle kamers steeds na moet lopen om te helpen. Toch kunnen ze ook veel zelfstandig. Het was een super fijne rustige dag. Het lijkt erop dat iedereen zijn draai gevonden heeft. Maar dat was weer te voorbarig gezegd. 
Vrijdagochtend begint goed. Maar in de loop van de dag gaat het weer minder. Ik zie wel dat de oudere pleegjes steeds meer afstand kunnen nemen van het boze onrustige pleegje. Daardoor ontstaat er minder ruzie. De gesprekken aan tafel gaan veel over de situatie hoe het nu is. Hoe lastig het is om allemaal thuis te zijn. En niemand gaat logeren dit weekend. En hoe moet dat dan als het heel lang duurt. Of als we zelf ziek worden. Zien we papa en mama nog wel? Allemaal vragen die er gelukkig uit komen. 
Om de tijd een beetje vol te maken haal ik voor 1 pleegje zijn zomerkleding tevoorschijn. Jippie! Mijn lievelings. Ik pas alles nog hoor. Alles is altijd zijn lievelings. Maar als hij gaat passen ziet hij zelf ook wel dat hij overal in hangt. Wat ben je gegroeid knul.! Hij glimt van oor tot oor. Liefst wil hij alles houden, maar als hij hoort dat hij dan allemaal nieuwe kleding krijgt mag alles weg. Een vuilniszak vol. Dat ruimt op. Gaan we nu nieuwe kleren kopen? Eh, nee. Nu nog niet. Als alle winkels weer een beetje open gaan wel. Als ik zelf mijn boodschappen ga doen loop ik toch even bij de Hema naar binnen. En scoor een paar mooie T-shirts. En hiervan gaat pleegje nog meer glimmen. Zo simpel. Even een 1op1 moment . Maar wat waardevol. Ik kom tot rust en pleegje geniet van dit moment. 
Vol vertrouwen gaan we het weekend in. 

dinsdag

Coronavirus. Overleven in het gezinshuis. deel5

Ik klap de deur achter me dicht. Het is me nu echt even teveel. En voordat ik dingen ga zeggen en doen waar ik spijt van krijg, stap ik er even uit. Pleegje kijkt me met grote ogen aan. Die heeft de pech dat dit de laatste druppel is. De wind snijd in mijn gezicht. Het doet me even goed. De polder in met de zon die bijna onder gaat. De lucht tekent het avondrood. Ik vraag mezelf vertwijfeld af wat er met me gebeurt. Hoe het komt dat ik nu lijnrecht tegenover manlief kom te staan. Bedoelen we hetzelfde of niet? Onze aanpak is altijd duidelijk. Maar niets is meer duidelijk in deze crisis. Stond het met één pleegje voor de crisis al op scherp en was het op het randje van redden we het of valt pleegje om. En ja. Nu valt pleegje om en valt ons hele gezinshuis mee. En moeten de andere het bekopen met een gezinshuismoeder die geen geduld meer heeft. De tranen rollen over mijn wangen. Toch wel heerlijk om je even te kunnen laten gaan. Niemand die hier last van heeft of met allerlei vragen komt. Ik moet gewoon even alleen zijn en dit met mezelf uitvechten. Er zullen mensen zijn die me nu niet erg professioneel vinden. ( je hebt er toch zelf voor gekozen)Maar dat is dan maar even zo. Niets is meer hetzelfde. Ik wil eerlijk naar mijn eigen aandeel kijken. Vanmiddag stelde ik de vraag nog aan manlief. Vind je me nog wel leuk? Hij moest er hard om lachen. Maar ik meende het echt. Ik vind mezelf namelijk helemaal niet meer leuk. Ik mopper, ik zeur en ik klaag. Ruim je kamer op, doe je huiswerk, maak geen ruzie. Of lijkt dit maar zo? Ik probeer uit te leggen aan de kinderen dat we dit toch echt met elkaar moeten doen, dan is het een stuk gezelliger. Niemand heeft hiervoor gekozen. Ik snap dat als alles wat zeker was en duidelijk nu ineens zo onzeker is het spanning oproept. maar we hebben geen keus. Ik heb geen enkel moment van ontspanning. ben heel de dag alle ballen omhoog aan het houden. Van politie, schoonmaker, administratief medewerker, brandweer, kok tot schooljuf en ergens er tussenin ook nog vrouw van en moeder en oma van. Kleinzoon is ziek. Hoge koorts en hoesten. Zit in quarantaine thuis. Het is allemaal zo spannend en onrustig. Dan kom ik weer uit bij de Bron van mijn leven. Heer zorgt u voor ons. Het is al bijna donker als ik terug kom van mijn avondwandeling. Ik zet er nog even flink de pas in. Thuis gekomen is de rust weergekeerd in huis en een beetje in mijn hoofd. Morgen ga ik het anders doen.
En voor we gaan slapen even alles weer goed op een rij zetten samen.

Het is vandaag niet alleen maar "niet leuk" geweest. De kinderen hebben allemaal goed hun schoolwerk gedaan. Voor het eerst zonder woede uitbarstingen. In tweetallen buiten spelen werkt een stuk beter. Het is alleen een gepuzzel om iedereen om beurten achter de computer hun werk te laten doen. Er is 1 kind dat een laptop van school heeft. Maar de anderen moeten het doen met 1 computer. En ze moeten veel digitaal werken. 
Ook hebben ze nog gewerkt aan de vlinders. Die moesten versierd worden met tekeningen. Dat ging eerst niet helemaal goed. Ze waren alleen maar aan het gek doen en elkaar aan het opjutten. En toen stonden er ineens hele rare tekeningen op. Ik vroeg hen of ze dit zo konden geven aan mevrouw.. uit de kerk. Ze keken me stomverbaasd aan. Nee, dat is een beetje gek ja. Dus moeten er een paar nieuwe worden geknipt. Geen probleem. 



Ik merk dat het hele gebeuren van het coronavirus de kinderen erg bezig houd. Het is lastig als je eigenlijk een bezoek met mama hebt en dat gaat niet door. Of je zou gaan logeren en je moet in het gezinshuis blijven. Het is niet alleen voor ons als gezinshuisouders moeilijk, maar ook voor de kinderen zelf.
Morgen woensdag. Een korte dag, zou onze jongste zeggen. Ja. Een korte schooldag. En in de middag maar iets leuks bedenken. We gaan er morgen weer een leuke dag van maken.  


maandag

Coronavirus. Overleven in het gezinshuis. deel 4.

Maandagochtend. Het is moeilijk wakker worden. Ik  heb slecht geslapen. Mijn hoofd werd niet stil. Als ik opsta voelt het of mijn rug beurs is en stijf. Na een lekkere douche gaat het beter. Ik denk toch dat de klap van de auto harder was dan ik dacht en dat ik er dus meer last van heb. Ik had bedacht dat ik iets later uit bed zou komen zodat we de dag iets later opstarten. Het is anders een behoorlijk lange dag en sommige kinderen zijn al in de ochtend door hun schoolwerk heen. En als de verveling toeslaat gaan ze zeker ongewenst gedrag laten zien. De eerste die ik roep komt al niet goed uit bed. Ik krijg al verwensingen naar mijnhoofd en een middelvinger. Dat beloofd wat vandaag.  Om 9.00 uur kan iedereen starten met schoolwerk. De eerste is al na drie kwartier klaar. De volgende om 11.00 uur. Maar pleegje die al niet echt goed uit bed kwam maakte het weer erg bont. Hij snapte zijn rekensommen niet. Manlief heeft met veel geduld uitleg gegeven, maar pleegje wilde dat manlief ook alle antwoorden voor hem berekende. Nee maat, je hebt je uitleg gekregen en nu doe je het zelf. Veel gemopper en gescheld. De juf belt. Hij verteld de juf dat het niet lukt. De juf legt hem nog een keer uit hoe hij de sommen moet doen. Als hij naar zijn kamer gaat wil hij weer dat André mee komt. André loopt mee en legt hem het nog een keer uit, maar dat is niet naar zijn zin. En bam. Daar is weer een ontploffing. Maar er zijn meer kinderen die hulp nodig hebben, dus laten we hem op zijn kamer even uitstieren. Maar daar blijft het niet bij. Hij hoeft zijn sommen niet te maken, maar ook dat is niet goed. Wij moeten luisteren en doen wat hij wil. De speelkamer wordt verbouwd. Dit gaat tot na het middageten door. Dan komt hij aan en vraagt of de sommen nagekeken kunnen worden. Alles is gemaakt. En goed ook. De rest van de middag blijft het respectloos gedrag en veel schelden en schreeuwen. Ik stel voor om met de andere drie pleegjes te knutselen. We knippen vlinders uit. Als we die klaar hebben kunnen ze weer naar buiten. Morgen gaan we verder. Dan kunnen ze versierd worden. Wat we ermee gaan doen is nog een verrassing. Hier genieten ze erg van. Even iets anders dan school of in de tuin. 


Ik ga nog even naar mijn kantoor met een puber. Zij heeft hulp nodig met haar opdrachten van school. Samen maken we een gedeelte. Als ik haar begeleid lukt het haar wel. Alleen overziet ze het niet. Op school krijgt ze hiervoor ook altijd extra hulp. Maar ook dat ligt nu thuis. Toch ben ik heel blij met school. Ze bellen regelmatig om te vragen hoe het gaat en of ze nog iets kunnen betekenen. Ik laat de pubers in elk geval uitslapen. Die beginnen dus veel later aan hun schoolwerk. Maar dan kan ik het nog een beetje overzien. 

Eind van de middag mogen de jongste pleegjes op de Play Station. Maar als ik na drie kwartier ga kijken is er 1 pleegje die eerst een half uur alleen heeft gespeeld en nu een kwartier met een ander pleegje aan het spelen is en de derde zit mee te kijken. Ik vraag waarom nummer drie niet mag spelen. De leider die al drie kwartier bezig is mompelt wat en gaat gewoon door. Ik zeg hem dat hij moet stoppen en nummer drie mag spelen. Dat gaat mis. Dit pleegje heeft steeds weer moeite om te stoppen als zijn schermtijd op is. En nu is het dit pleegje dat uit zijn plaat gaat. Als ook zijn telefoon tijd op is ontploft hij helemaal. Tijdens het avondeten gaat het al niet beter. Pleegje die school niet wilde doen is gezellig aanwezig. maar nu is het weer een ander. Na het eten stampt hij naar boven en we horen hem schelden en vloeken en zijn kamer verbouwen. Ik zucht. Ik ben zo klaar met dit gedrag. Ik weet het even niet meer. Er zijn er twee bij die steeds, soms na lange tijd, terug vallen in oud gedrag. Niet te bereiken zijn ze dan. Ik moet even weg. Even niets zien en horen. Maar waarheen? Ik zoek mijn kantoor op en kruip achter de computer. Even stoom afblazen en schrijven. Mijn grens is op dit moment even bereikt. Ik vraag me af hoe andere gezinshuizen dit doen. Ik probeer de lat niet te hoog te leggen als het gaat om schoolwerk. Ze hoeven het niet te doen. Maar rustig spelen doen ze dan ook niet. En als de één het niet hoeft te doen wil de ander het ook niet doen. Dus moet er toch iets gedaan worden. Ik probeer iets extra's te organiseren. Of extra film of knutselen. Maar ik snap ook dat het voor deze kinderen erg lastig is om ineens zo anders je dagen te vullen. 
Maar dat neemt niet weg dat ik even geen energie meer heb. Ik wil mijn leven terug. Maar ik hoor net dat het voorlopig tot 1 juni duurt. Ik denk even maar niet verder en ga vroeg slapen. Morgen een nieuwe dag met nieuwe kansen. Ik denk terug aan zondag. De Heer is mijn Herder. Mij ontbreekt niets. Er komt een dag dat het over is en we weer ons leven kunnen leven. Maar hopelijk anders dan voorheen. Meer samen. Meer gericht op de ander en op God. Dat is mijn enige houvast. Mijn troost en steun. Als ik het even niet meer weet. Hij is er altijd. 

Mijn God, mijn herder, zorgt voor mij,
wijst mij een groene streek;
daar rust ik aan een stille stroom
en niets dat mij ontbreekt.


Coronavirus. Overleven in het gezinshuis. deel 3.

Zaterdagochtend. Ik word wakker van de eerste zonnestralen op mijn gezicht. Heerlijk wakker worden. Het is nog rustig in huis. De kinderen hebben geleerd op hun kamer te blijven tot ze worden geroepen. Voor pubers is dit geen opgave. Die willen helemaal niet meer geroepen worden. Maar voor de jongere kinderen is dit soms lastig. Want niet alleen op je kamer blijven, maar ook stil iets voor jezelf doen is de regel. Dat stil zijn is iets lastiger, maar ze leren het best wel. Na het late ontbijt hebben twee kids hun kamertijd. Ze kiezen beide voor lego. De andere twee gaan naar buiten en al snel komt daar één van de pubers bij. Ik wil beginnen om mijn administratie en boekhouding weg te werken, maar het is buiten net oorlog. Er wordt gegild en geschreeuwd, zo erg dat ik me niet kan concentreren. Ze spelen wel en maken geen ruzie. Maar het lawaai is niet leuk meer. Ik stop maar en wacht tot manlief thuis is. Het is fijn dat het zo lekker weer is en na de koffie alle kinderen naar buiten kunnen.
Halverwege de middag wil er 1 pannenkoekjes bakken. Hebben we in elk geval iets te doen. Dus haal ik het gourmetstel tevoorschijn. De pannetjes halen we eraf en zo kunnen ze met zes tegelijk kleine pannenkoekjes bakken. De jongste kinderen vinden het nog een beetje lastig, maar onze oudste pleeg wil wel helpen. Het is een gezellige boel. Dit geeft weer energie. Een mooi moment.



's Avonds hebben we met de pubers nog een discussie over weg gaan naar een plek die eigenlijk gesloten is. En het opzoeken van anderen. Wat kan wel en wat kan niet? Wij zijn een beetje streng misschien, maar willen ook uit respect voor de getroffenen van het coronavirus, zoveel mogelijk thuis blijven. Maar ik begrijp ook dat lang niet alle pubers dit begrijpen en het lastig is voor hen. En dan heb ik daar weer last van. Ik ben wel benieuwd hoe anderen dat doen met pubers in huis.

Zondagochtend weer heerlijk gewekt door de zon op mijn gezicht. Ik ga naar de kerk. Onze kerk is ook gesloten vanwege de coronacrisis. Maar we komen met een heel klein groepje bij elkaar om toch een dienst te houden en deze op te nemen. Dezelfde ochtend stond hij al op de website. (www.delevensbronsrilland.nl). Dit was voor mij echt even eruit zijn. Even opladen. 
De rest van de dag verloopt redelijk rustig. Het was heerlijk weer en de kinderen konden lekker in de tuin spelen. Met de nodige ruzie die elkaar soms ook weer vanzelf oplosten komt de dag ten einde. 
Op naar een nieuwe schoolweek thuis.