gezinshuis

gezinshuis
de morgenster

maandag

afscheid


De dozen zijn gepakt. Alles staat klaar voor de verhuizing. 

9 jaar van jou 15-jarige leven mochten we voor je zorgen. 9 jaar waarin we lief en leed met elkaar deelde. Stuiterend kwam je binnen. Boze ogen keken me vaak aan. De boosheid spatte eruit. En schopte en sloeg je om je heen. Letterlijk en figuurlijk. Maar we kwamen met elkaar uit het dal. En wat hebben we van je mogen genieten. Je vrolijkheid, je energie, je leergierigheid, je hang naar spanning. Maar ook je kwetsbaarheid, je angst en je verdriet. Soms mochten we dichtbij komen, maar vaak ook niet. Mama Jenny noemde je mij. Je zocht je veiligheid bij ons. Als je angstig was of bang en je ontplofte om ogenschijnlijk niets, waren wij er voor jou om je eruit te halen. Toen je ouder werd kon je steeds beter onder woorden brengen wat je voelde en waardoor de boosheid kwam. 

We zijn zo super trots op jou. En nu is de tijd van afscheid aangebroken. Tijd voor een nieuwe plek. Omdat je zo graag dichter bij mama wilde wonen. En mama zo ver weg woont. Daarom hebben we met elkaar besloten dat het goed is om je te laten gaan. Naar een plek dicht bij mama. En mogen wij terugkijken op mooie en intense jaren. We zijn van je gaan houden. Je hebt een plekje in ons hart. Nu mag je verder groeien op een nieuwe plek. Het doet altijd pijn. Afscheid nemen. Dat is moeilijkste soms als gezinshuisouder. Dat je weet dat het een goede keus is. Maar ook dat je een kind dat zolang bij je heeft gewoond moet laten gaan. En dan weet ik dat ik me geen zorgen hoef te maken, omdat ook op je nieuwe plek goed voor je gezorgd wordt. Maar toch maak ik me zorgen. Wij kennen je zo goed. We zien aan je of het goed met je gaat of niet. Dat moeten ze daar allemaal gaan ontdekken. Maar het komt goed. Je hebt veel veerkracht. Je hebt veel geleerd en je ben dicht bij mama. We zullen je missen. Het ga je goed. 

We hebben je ook bij God mogen brengen. Je hebt ook zelf daar veel over mogen vertellen aan anderen. Wat God voor jou betekende. We bidden dat dit met je mee mag gaan. Dat je dit vast mag houden. Wat er ook gebeurt in je leven. De Zegen van God gaat met je mee. 

 

 

 

zaterdag

Coronacrisis. Overleven in het gezinshuis. Niet normaal het nieuwe normaal.

Ze kijkt me met grote ongelovige ogen aan. Moet ik ook anderhalve meter afstand houden als ik naar school ga? Ook van mijn vriendinnen? Waar slaat dat op. U vind dat toch ook onzin? Ja meid, maar het gaat er niet om wat ik vind, maar wat de regels zijn. Ik hoor het mezelf zeggen. En ik ben echt niet iemand die recalcitrant tegen regels inga. Ik ben juist altijd erg van de lieve vrede bewaren en het iedereen naar de zin maken. Maar dat lukt niet meer.
Ik vraag me ernstig af of we hier wel goed aan doen. Kinderen en jongeren afsluiten van wat normaal is. Want laten  we eerlijk zijn. Het nieuwe normaal is  toch niet normaal? Het zou het tijdelijk abnormaal moeten zijn. En natuurlijk was het goed dat we maatregelen hebben getroffen. Ik ontken niet dat veel mensen erg ziek zijn geworden en overleden zijn. Maar slaan we niet een beetje door? Een anderhalve meter samenleving is sociale en emotionele mishandeling. Jongeren hebben contacten nodig. En moeten dan niet steeds nadenken over of ze wel voldoende afstand houden. Juist dat aanraken van elkaar. Een duw, een knuffel of , zoals in ons gezinshuis met veel jongens, even stoeien. Ik vind echt dat onze kinderen lang genoeg "opgesloten" hebben gezeten in de polder. Zonder enig contact. Dus ik stop ermee. Natuurlijk zal ik afstand houden en niet onnodig binnen de anderhalve meter komen als de ander daar niet om vraagt. Ik heb ook zonder de corona maatregel een hekel aan mensen die binnen je intieme zone komen staan als je bijvoorbeeld in de winkel sta. Dit is wat ik de kinderen ook leer. Je ga in gesprek met anderen niet bovenop iemand staan. Dan hou je afstand. Ook bij de kassa als een ander nog aan het betalen is hou je afstand.  Maar als mensen mijn nabijheid nodig hebben, of ik heb zelf een arm om mij heen nodig, dan pas ik ervoor om de ander te vermijden. Hoe leg ik een jong kind met een verstandelijke beperking uit dat je mama wel mag zien , maar niet aanraken? Dat is niet uit te leggen. En dat ga ik ook niet meer proberen. Deze kinderen, die al zoveel hebben meegemaakt. En die nu zo angstig worden gemaakt. Ik moest met pleegje naar de bank. Er wordt voor hem een rekening geopend, maar zijn identiteit moet worden geverifieerd voordat jeugdzorg deze kan openen. Ik dacht: even naar de bank. Id laten zien en inscannen en klaar. We hebben beide met ogen vol verbazing gekeken wat daar gebeurde. Voelbaar de angst van mensen. Die wordt overgebracht op de ander. Je ga zelf automatisch ook voorzichtig lopen en weet even niet hoe en wat je doen moet. We komen de bank binnen en worden al door een paniekerige vrouw gewezen op het feit dat er maar 1 per gezin naar binnen mag. Ik leg rustig uit dat ik met een kind kom en daar dus toch echt bij aanwezig moet zijn. Oké, maar dan moet u buiten wachten want er zijn al 4 mensen binnen, en er mogen er 5 binnen zijn. Prima, dan wachten we allebei buiten even tot er iemand naar buiten gaat en wij samen naar binnen kunnen. . Enigszins verbaasd ga ik naar buiten. Ik kijk nog eens binnen en zie een grote ruimte waar je gemakkelijk afstand kan houden. Maar goed. Ik hou me aan de regels. Maar dan duikt er iemand voor ons de bank binnen. Ik zeg nog: meneer, wij staan ook te wachten. Er zijn teveel mensen binnen. Maar hij mompelt iets in een andere taal en loopt gewoon naar binnen. Als we eindelijk binnen zijn vraagt de paniekerige mevrouw wat we komen doen. Ik leg het haar uit. Ze kijkt schichtig in het rond en zegt dan dat we even moeten wachten op een medewerker. We doen een stapje opzij zodat we uit de weg staan, maar dat kon echt niet. U moet naar achteren lopen. Daar staat een tafel. Maar er is nog maar 1 stoel over hoor. Wij lopen naar achteren. Ik loop met een boog om de andere twee mensen die daar zitten. Meneer moppert over het overdreven gedoe. Ik knik maar een beetje. In het half uur dat we moeten wachten vallen we van de een in de andere verbazing. Wat een paniek. Mensen worden weggestuurd, en de beveiliger wordt nog eens goed breed bij de deur gezet en krijgt instructie van de medewerker om toch echt iedereen tegen te houden en zelf ook uit te kijken want: ze komen zomaar dicht bij je. Als een andere medewerker ons komt halen vallen we in een nieuwe verbazing. We worden in een ruimte gezet en de medewerker gaat in een andere ruimte zitten met een videoverbinding. Ze loopt mee om ons een plek te wijzen. Pleegje krijgt nog net geen slappe lach. Na afhandeling van wat we komen doen, komt ze terug om de papieren te overhandigen. Zo, in mijn hand gegeven. Niet op de tafel neerleggen, maar aangeven. Ehh anderhalve meter? Pleegje vraagt: maar waarom komt ze nu wel hier in deze kamer en geeft ze zo de papieren af? Had ze hier ook met een scherm ertussen kunnen zitten toch? Tja. zo zijn de regels overal anders. Maar wat overheerst is de paniek. Dit wil ik dus onze kinderen niet meegeven. 
We kunnen best rekening houden met elkaar en niet opeengepakt gaan zitten. Maar we moeten ook weer gewoon gaan leven. Dingen gaan ondernemen. En dat is wat onze pleegjes mogen gaan doen.
Weer genieten van papa en mama. Van vrienden en vriendinnen. En natuurlijk houden we rekening met wat verantwoord is en wat niet. Maar ik geloof niet in de anderhalve meter samenleving als het nieuwe normaal. Ik geloof in verbinding. Ik geloof in een samenleving die op een verstandige manier met elkaar kan omgaan. Ik geloof in de kracht van het samen zijn en doen.
Toen pleegje vroeg, vorige week toen we  naar de Mac gingen, en hij zijn menu achterin de auto moest opeten: wanneer gaan we allemaal weer normaal doen?
Toen besloot ik: we gaan weer normaal doen. Al zullen we met normaal doen nog steeds tegen allerlei beperkingen aanlopen. Enigszins normaal doen zullen we dan maar zeggen. Onze kinderen stemmen voor.







maandag

Coronacrisis. Overleven in het gezinshuis. Moederdag

De laatste week thuisschool voor de jongste twee. Ik merk direct de onrust als ze maandag na de meivakantie weer moeten beginnen. Na twee heerlijke vakantie weken is het verschil duidelijk zichtbaar. Ons jongste pleegje krijgt het niet voor elkaar. Te snappen dat ik nu de juf ben en dat thuis, school is. Terwijl de ander er juist veel baat bij heeft. Ik ga echt niet naar school hoor. Thuis werken is veel leuker. Die stomme school ga ik niet heen. Poep. Alles was niet leuk is geeft hij als antwoord op onze vraag hoe het was: poep. Dan weten we genoeg. En thuis is geen poep. Thuis is veilig. Weinig prikkels omdat iedereen op zijn eigen kamer werkt.
De middag wordt besteed aan het knutselen van de bloem afgewisseld door springen op de trampoline. De kinderen willen graag op zaterdag de bloem gaan rondbrengen. Want zondag is het moederdag. Ik hoor zo hier en daar gesmoes. Als ik zaterdag met de jongens op pad ben om komen we dochterlief met pleegje tegen. Ze duiken weg. Ik loop door en roep: ik zie je niet hoor.
De jongens genieten van de reacties van de mensen. Ze hebben bij de bloem een vergeet mij nietje als cadeautjes. Wat een lieve jongen ben  je toch dat je dit voor mij doet. Ik glimlach. Kijk hem daar nou staan. Ons pleegje met de bozerietusbuien. Maar ook zo lief. En wat wordt deze lieve kant nu in het zonlicht gezet door de bemoedigende woorden van de ander. Ik denk niet dat deze mensen in de gaten hebben hoe belangrijk dit compliment is voor hem. 


Zondag kijken en luisteren we eerst de kerkdienst en het kinderkwartier. 
In de tuin van de kerk is een grote steen neergezet. Met daarop de woorden: Stenen van Hoop. Iedereen kan en mag hier een steen bij leggen met een bemoedigend woord. Zodat deze hoop stenen mag groeien ter bemoediging en zodat we niet vergeten. Pleegje vind dit erg leuk en wil ook een steen brengen. 

Dan komen de pubers aan. Ballonnen, taart en cadeautjes. Ze glimmen. Onze dochter zet ons samen op de bank en opent haar laptop. Ze heeft een filmpje gemaakt waarop alle (pleeg)kinderen en kleinkinderen iets zeggen tegen en over mij. Dit is wat me het meest ontroerd. Ik, die sterk kan overkomen, maar soms zo onzeker ben of ik het allemaal wel goed doe. Als je kinderen dan zeggen hoe belangrijk je bent in hun leven en wat ze geleerd hebben. Als pleegjes zeggen: u voelt als mijn eigen moeder. Ik ben blij met u. Daar kan geen cadeautje tegenop. Ik geniet van dit mooie moment.
Ik realiseer me dat er veel moeders thuis zitten die dit moment moeten missen. Ook de moeders van deze kinderen. Er mag voorzichtig weer contact zijn, maar niet alle kinderen kunnen en mogen naar huis. Dan moeten ze wachten tot er een bezoek is voordat ze hun cadeautje kunnen geven en het nog een keer Moederdag is.
Maandag was het even wennen. Twee pleegjes gaan naar school. De een iedere dag en de ander om de dag. Er daalt wat meer rust neer in huis. En wat doen ze het goed. Al direct zit het ritme er thuis al in. En wat is het heerlijk voor ons. Van de zeven kinderen hebben er nu vijf een goede en afwisselende weekbesteding. Zo komen we de week wel door en knutselen de kinderen tussendoor verder. Op naar een lang Hemelvaart weekend. 

woensdag

Coronacrisis. Overleven in het gezinshuis. Haardrama

Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Is dit het resultaat van zes weken overleven in het gezinshuis? De enorme uitgroei bovenop mijn hoofd staart me aan. Ik heb mezelf in een joggingpak gehesen. De kinderen riepen al: gaat u sporten? Want dat draag ik dus nooit. Ik probeer die brede lijn in het midden van mijn haar weg te werken door mijn haar in een staart te doen. Tevergeefs.  Dit is dus het resultaat als je op overleven staat. Ik recht mijn schouders. Ik ga nu voor mezelf zorgen. en iedereen die voor me voeten kom moet maken datie wegkomt. Mamaaaa, Jennyy. Ruzie. Ik doe of ik niets hoor. Ik pak mijn schoenen en de autosleutels. Ik loop langs het schreeuwende pleegje. Ik roep nog even naar manlief: ik ben naar de winkel. En ik stap in de auto. Pleegje verbaasd achterlatend. Ik moet voor mezelf gaan zorgen en dat zullen ze me nu maar even moeten gunnen. Of is het anders? Gun ik het mezelf niet? Gun ik mezelf de tijd niet en de moeite niet? Daar denk ik nu maar even niet over na. Ik ga zelf iets aan mijn haar doen. Iets waar ik een verschrikkelijke hekel aan heb om dit zelf te doen. Juist dat uitje naar de kapper mis ik enorm. Ik kan daar zo van genieten. Maar dat is er nu even niet. En ik hoef ook niet voor gek te lopen. Dan maar zelf aan de slag. En hopen dat het niet mislukt. En ik straks groen ben ofzo. Dan zal je pleegje horen. " U loopt voor gek hoor. Ik schaam me ". Thuisgekomen leg ik de haarverf nog maar even weg.
Direct komt pleegje al aan rennen. Waar was u? Ik heb een tondeuse gekocht en ga jullie allemaal kaal scheren. Jullie lijken wel meisjes met dat lange haar. Of apen. Neee, gilt pleegje. Ik wil niet kaal.
een staartje mocht ik niet maken, maar de kapper is wel echt nodig.
Ik wil gewoon naar de kapper. Ja knul, dat kan nu even niet. Nou, dan heb ik maar lange haren hoor. U bent geen kapper, dus dat kan niet. Zo, die is even uit mijn buurt. Ik heb echt even overwogen om een tondeuse te kopen. Vroeger knipte ik mijn eigen kids ook altijd. Ik heb daar toen een cursus voor gevolgd. Maar blijkbaar was dat erg traumatisch want ze raden me nu aan het niet te doen. Dan hou ik het maar bij mijn eigen haar. En dat is al lastig genoeg. Zooo, roept pleegje. U heeft u haar gedaan. Blijkbaar valt het dus wel op. En dan gaan we nu nieuwe kaartjes maken. Ik wil een bloem maken. De kinderen zijn helemaal enthousiast. En dat blijven ze omdat ze respons krijgen. Een bedankkaartje, oranje tompoezen.

Dat was een super verrassing. We kregen op Koningsdag een heerlijke traktatie. Het was een gekke Koningsdag. Geen spelletjes en geen aubade en wat ze nog het meest erg vonden. Niet uit eten. Dan halen we het toch  hierheen. Dat werd met gejuich ontvangen. Zo was het toch nog een leuke Koningsdag. De jongste kinderen hebben nog een parcour dat is uitgezet door dochterlief gelopen. Wat hadden ze het naar hun zin. Het was ook fantastisch weer. Ik ga bijna wennen aan de Lock down en alle kids thuis hebben.  



Nu blijkt dat het gewaardeerd wordt willen de kinderen wel meer kaarten maken. En dat is zeker nu het buiten koud en nat is een welkome tijdsbesteding. 


En het haar? Ze dragen voorlopig maar een pet. 









zondag

Coronacrisis. Overleven in het gezinshuis. Teleurstelling

Wat een kater kregen onze pleegjes toen ze dinsdag de persconferentie keken. Nog niet naar school. Wat maakt nu het verschil tussen 12 jaar en in groep 8 zitten of 13 zijn en in de eerste zitten! Ik snap hun teleurstelling wel. Maar ik snap ook dat we niet alles tegelijk kunnen open gooien. En wat betreft de vakantie is het nog steeds onzeker. 
Maar mogen we dan nu wel afspreken met iemand? Onze kinderen zitten al die weken al thuis in de polder en snakken naar contacten.  En het is zeker lastig als je lees dat klasgenootjes wel afspreken en contacten hebben. Dus neem ik de meiden mee naar de winkel, zodat ze even hun eigen dingetjes kunnen kopen. Wat een blijdschap. Wat een hoogtepunt. Dit vergeet ik heel mijn leven niet meer: aldus pleegje. 
Toch was het voor de meiden gek om te zien hoe het eraan toe gaat in de winkels. Als je zes weken opgesloten heb gezeten en dan weer in de winkel komt, waar allerlei maatregelen zijn. De mensen lijken soms wel bang te zijn, merkt pleegje op. 
De rest van de week verloopt heerlijk rustig. Van het crisisfonds kregen we een budget om iets te kopen voor de kinderen. Na overleg met alle pleegjes is gekozen voor een spel voor op de WI. Dat kunnen ze gezamenlijk doen, en een voetbaltafel. Wat een succes is dit. Ze genieten er met volle teugen van. 
En wat zijn we blij met het mooie weer. We fietsen wat af met de kinderen. Als ze           naar school moeten ,is fietsen niet leuk. Maar nu, ook al staat er veel wind, fietsen ze met plezier mee. Alle kaarten zijn inmiddels rondgebracht en pleegje heeft al een nieuw   idee om te gaan maken.  Als ik bij de winkel kom om knutselspullen te halen zie ik dat er meer mensen zijn die knutselen. Het schap met knutselkarton is leeg. Bij de tweede winkel hadden ze nog wel wat liggen wat we kunnen gebruiken. We kunnen dus weer aan   de slag. De tweede week gaat in. Het gaat vast goed komen. Het vooruitzicht dat straks    twee van de zeven kinderen naar school gaat is al fijn. De teleurstelling van het niet naar school kunnen van de oudere pleegjes ebt langzaam weg. Overleven is deel van hun     leven, en ook teleurstellingen zijn vaak onderdeel van hun leven. Daardoor kunnen ze ook weer schakelen en het nemen zoals het is. Zeker als ze dan ook nog eens mogen bakken. Pannenkoekjes, wafels en smoothies.  Ik zie de tweede week vakantie wel zitten. We maken er weer iets gezelligs van met elkaar.                                                                                                                                                      
                                               
                  

woensdag

Coronacrisis. Overleven in het gezinshuis. Meivakantie

Eindelijk meivakantie. Onmiddellijk merken we hoeveel stress het schoolwerk met zich meebracht. Nu dit wegvalt is er direct rust. Nou ja. Rust in de zin van geen stress en boze buien van geen schoolwerk willen doen of laptops die niet doen wat je wilt. Maar daarvoor in de plaats is stress over wat gaan we doen. We kunnen nergens heen. Nee inderdaad niet. Dus gaan we op nieuw kaarten maken. Gelukkig krijgen ze daar nog geen genoeg van. Maar deze activiteit is voor de pubers geen optie. Zij willen chillen. Naar vrienden gaan en winkelen. Misschien ben ik een beetje te streng daarin. Maar thuis blijven is bij mij thuis blijven. Ze horen van andere pubers die wel bij elkaar komen. Gezellig gaan winkelen of varen. Ik baal hiervan enorm. Ik zie mijn kinderen en kleinkinderen al weken niet omdat het advies is thuis te blijven. Maar velen lappen dit aan hun laars. En onze pubers balen daar dubbel van.
 We hebben maandagochtend eerst even gezinshuisberaad. Dan bespreken we even hoe het gaat in het gezinshuis en of er nog dingen moeten veranderen. De pubers zuchten al. Die vinden dit helemaal niks. Maar ik had een tip voorbij zien komen die ik super goed vond maar bedacht me dat het misschien niet zou werken bij ons. Maar wat je niet probeert. Ik leg de kinderen uit dat we de afgelopen weken heel de dag met hun bezig zijn geweest. Normaal zitten jullie op school en hebben wij nog even tijd voor onszelf. Die tijd is er nu niet. En als het nog langer gaat duren, houden we dit niet vol. Dan worden we chagrijnige mensen. Er bromt er één, dat ben je nu al. Ik doe of ik het niet hoor en ga verder. Wat ons een prima idee lijkt is dat jullie na het middageten drie kwartier allemaal op je eigen kamer iets gaan doen. Zodat wij even de woonkamer voor onszelf hebben en even rust hebben. Geen geroep of geruzie. Maar rust. Iedereen begint ineens door elkaar te praten. De wat oudere pubers vinden het prima. Die lijken het wel een beetje te snappen. Maar de rest probeert toch even naar de mazen te zoeken. Als ik nu in de speelkamer mag met mijn telefoon. Dan ben ik ook heel stil. Nee, iedereen gelijk. Dus op je eigen kamer. En als je dat goed heb gedaan gaan we fietsen. Dan brengen we de kaarten die we vanmorgen gemaakt hebben rond. Na het eten gaan alle kinderen naar hun kamer. En er daalt een rust neer in mijn huis. Heerlijk. Even in de bank liggen waar anders een paar pubers hangen met hun veegmachine. Even geen Jenny...ze plagen me. Geen geschreeuw. Niets dan rust en stilte. Zou dit dan toch werken? Of is dit eenmalig. Ik geniet er maar extra van. Als de tijd om is gaan we op de fiets. Maar wat waait het hard. Ons jongste pleegje moet ik helpen anders komt hij niet tegen de wind in. Maar ze genieten. Kaarten door de bus bij de oudere mensen. En weer terug. Zo zijn we toch weer twee uur verder voordat we thuis zijn. 


Zo komt dag 1 van de vakantie ten einde. Ik ben best tevreden. Op naar morgen. De kinderen kijken uit naar de persconferentie. Nooit zijn ze zo betrokken op het nieuws dan nu. Kunnen we weer naar school? Mogen we weer naar vriendjes en vriendinnen en het aller aller belangrijkste: mogen we op vakantie? 







zaterdag

Coronacrisis. Overleven in het gezinshuis. Deel 10.

Vijf weken zitten erop. Vijf weken van thuisonderwijs. Vijf weken van tegenstribbelende kinderen en pubers die niet snappen dat thuis nu school is en geen vakantie. Vijf weken van brandjes blussen tussen de  kinderen. Die al vijf weken op elkaars lip zitten. Want ik mag nog zo een groot huis hebben. En nog zo een grote tuin. Ze zoeken elkaar op en gaan bij elkaar op het irriatieplekje zitten. En zo irriteren ze elkaar de hele dag. En tussendoor beantwoord ik beleefd en netjes de stroom van telefoontjes van juffen en meesters van school. Lees ik de mails van scholen met de laatste updates over het coronavirus en het laatste schoolwerk. En of ik nog schoolwerk wil in de vakantie. Want misschien geeft dit een beetje structuur en houvast. Ik doe mijn best om niet te ontploffen. Schoolwerk in de vakantie. Structuur? Nog nooit is de structuur in mijn gezinshuis zo ondersteboven gegooid dan nu. Want schoolwerk thuis maken is niet te doen voor kinderen die niets snappen van de situatie. Waarbij juist de structuur van naar school gaan, want daar hoor je schoolwerk te doen en thuis spelen, zo belangrijk is. Van de dagelijkse vaste dingen die nu meer dan ooit onder druk staan. Geen bezoeken, geen therapie en geen sport. Niets dan thuis zijn. En af en toe even een rondje lopen of fietsen. De afgelopen week had ik voor pleegje extra werk gevraagd. Hij heeft op school veel praktijk en dat valt weg. Toen ik vroeg of hij dan voor mij praktijk wilde doen in de vorm van ramen zemen kreeg ik een heftig verontwaardigde blik. Ja, daag. Dat ga ik niet doen. Toen ik dit met de leerkracht besprak heeft hij er een schoolopdracht van gemaakt. En toen lukte het wel. Hij moest eerst vragen beantwoorden over het zemen van ramen. En nadenken over wat je nodig hebt. En een filmpje bekijken. De andere dag mocht hij aan de slag. En wat heeft hij ervan genoten. Na de ramen is hij zelfs begonnen aan de caravans. Hij heeft de afgelopen week dus heel wat afgepoetst. 

Nu even twee weken niets doen. Heerlijk. Geen druk van schoolwerk dat gedaan moet worden. Geen mopperende kinderen (hoop ik). Even rust. We hadden voor het komende weekend een hotel geboekt in Maastricht. Dat kan niet doorgaan. Een heftige teleurstelling voor de kinderen. Want een weekend in een hotel slapen, uit eten gaan en leuke dingen bezoeken, en ook misschien de koning en koningin zien, dat willen ze wel. We zullen nu thuis creatief moeten zijn om het toch leuk en gezellig te maken. En wat in het vat zit...Dus we gaan zeker nog een keer naar Maastricht.  En nu maar hopen. Hopen dat de scholen na de meivakantie weer open gaan. 

dinsdag

Coronacrisis. Overleven in het gezinshuis. Deel 9. Waarom leren?

Vol goede moed begin ik aan de nieuwe week. Maar zo rustig als ik het me had voorgesteld is het niet. Met name de jongste kids moeten erg wennen aan het feit dat er een lege plek is. Ze moeten weer even als haantjes uit gaan vechten welke positie iedereen heeft. 
Eerst maar beginnen met het schoolwerk. Pleegje begint al te rammelen op zijn Chromebook. "Hij reageert niet", roept hij. Zijn Chromebook slaat hij zowat doormidden. "Waarom lukt het niet met dat stomme ding?" Ik probeer hem rustig uit te leggen dat ook een Chromebook weleens even moet nadenken. Dus hij rustig moet wachten als hij ergens op geklikt heeft. Het lukt. Direct hoor ik een ander roepen. "Jeeennyyy". "Ik snap het niet". "Waarom moeten we steeds maar weer leren", vraagt pleegje. Als het eindelijk pauze is ben ik al bekaf. Ik weet weer waarom ik geen juf ben geworden. En nooit zal worden ook. En tussen al deze bedrijvigheden door gaat de telefoon. Juf van de één en meester van de ander. De mailbox zit vol mails met schoolwerk." Puberpleegje heeft al drie weken niets ingeleverd. Lukt het wel"? 
Koffie. 
We overleggen er samen even over. Zo kan het niet. We kunnen niet alle kinderen geven wat ze op school krijgen. We deden al alleen in de ochtend schoolwerk. In de middag heerlijk spelen. Dan zie ik ze genieten. In de tuin. De springen wat af op de trampoline. We fietsen eens een rondje en brengen kaarten rond. En als ik steeds ruzie heb met kinderen die, of geen zin hebben, of zoveel hulp nodig hebben dat ze gefrustreerd worden als ik even bij een ander ben. Dan verkies ik de gezelligheid zonder schoolwerk of met minder schoolwerk, boven een ongezellig huishouden waar iedereen op zijn tenen moet lopen om alles gedaan te krijgen. En wat ben ik blij met onze scholen. Echt. Er is alle begrip voor dat dingen soms niet lukken. En met het feit dat we bijzondere kinderen in huis hebben. En dat het er niet 1 is maar 7 zijn. En ook als een pleegje wel alles heel snel klaar heeft wordt er nagedacht over extra werk. Want als je al snel klaar bent en de rest is nog bezig ga je natuurlijk de anderen irriteren. 
We doen wat we kunnen en zien na de crisis wel waar we uitkomen.
Vanmiddag weer op de fiets. Onze jongste ook mee. Waar wij één trap doen moet hij twee keer rond trappen. We hebben alles bij elkaar 2 uur gefietst. Maar wat was het heerlijk. De jongens kleuren al bruin van de zon. Ze genieten van de aandacht en van alles wat ze zien. Eerlijk om de beurt willen ze een kaart door de brievenbus doen. Hier geniet ik zo van. Ik krijg weer energie." Dit is veel leuker dan leren", roept pleegje. "Maar hier leren we toch ook"? Ik vraag wat hij dan leert. "Nou, niet zeuren als je moe bent. Maar gewoon doorfietsen. En goed uitkijken als we oversteken". Soms blijft hij wat achter. Slingerend kijkt hij om zich heen. Dan hoor ik ineens: God heb ik lief want die vertrouwe heer....
Ik kijk achterom. Daar fiets hij. Parmantig mannetje. Hij geniet. Dus ik geniet mee. 

zaterdag

Coronacrisis. Overleven in het gezinshuis deel 8 afscheid

De afgelopen week merkten we goed dat de kinderen het ritme van schoolwerk, pauze, en weer schoolwerk te pakken hadden. Contact met school was er ook volop. De begeleiding op afstand is super goed geregeld. Maar toch. Het blijft druk en veel. Mijn eigen werk blijft liggen. Er zijn drie pleegjes die eigenlijk 1 op 1  begeleiding nodig hebben. En dat is er ook nog 1 die binnen het uur klaar is met alles. En dan ga je natuurlijk niet iets voor jezelf doen, maar de anderen irriteren. Met ons pleegje die steeds maar weer boos is en iedere dag de strijd aangaat over alles gaat het steeds slechter. Ons gezinshuis valt om op deze manier. Alles draait om dit ene kind. En ik kan hem niet meer geven wat hij nodig heeft. En dan komt het moment dat je met elkaar moet besluiten dat het niet langer gaat. Hoe verschrikkelijk ik dit ook vind. Het is een keus die je eigenlijk niet wil maken. Er wordt gezocht naar een andere plek. We wilden niet dat pleegje eruit knalde in crisis en naar een crisis groep zou moeten. Maar crisis was het bij ons wel. Daarom waren we ook heel blij om te horen dat er een ander gezinshuis was waar een plaatsje voor hem was. En daar kon hij eind van de week al heen. Dan komt het moeilijkste van alles., We moesten het gaan vertellen. Manlief heeft dit op zich genomen. Hij heeft uitgelegd dat het misschien veel beter is om in een gezinshuis te wonen waar minder kinderen wonen en waar de kinderen rustiger zijn dan bij ons. Dat hij daar misschien minder boos hoeft te zijn en zij hem beter kunnen helpen dat wij. Ik zat te wachten op een woedeaanval en geschreeuw. Maar niets van dit al. Pleegje huilde even, want het is toch een heftige boodschap. Maar al snel was dit over en wilde hij helpen met inpakken. Hij had er zin in. Ik verbaas me steeds weer hoe kinderen kunnen reageren. Het lijkt er allemaal niet toe te doen. Het is weer iets nieuws en dat zal zeker leuker zijn. We zien zo duidelijk zijn verstoorde hechting hierin. Iedereen is inwisselbaar. Deze kinderen zijn zo gericht op het materiele en de dingen die ze wel of niet mogen. Een relatie aangaan en iemand missen kennen ze niet en past niet in hun leven. Het eerste wat pleegje ook vraagt: Mag ik daar later naar bed? Mag ik daar wel wifi? En aan pleegbroer: mag ik jou schoenen mee?
Ik ben blij dat pleegje het zo opneemt. Dat is wel zo fijn afscheid nemen. De rest van de week is het rustig. Heel rustig. We pakken alles in. Schoolwerk wordt gedaan. Ik weet niet wat ik meemaak. Is dit stilte voor de storm?

Zaterdag brengt manlief hem weg. We gaan meestal samen maar in verband met het coronavirus vonden we het beter om niet samen te gaan. Ik bleef thuis bij de andere kinderen. Voor hen is het ook altijd ingrijpend als er een kind weggaat. En zeker nu ook broertje in het gezinshuis blijft wonen. Na zoveel jaar niet meer samen ergens wonen. Dit kind had het de afgelopen dagen moeilijker dan zijn broer. Als de bus geladen is wil pleegje instappen. Ik roep hem nog even. Zeg je me nu helemaal geen gedag meer? Hij lacht. Dag, tot ziens. Een knuffel is teveel gevraagd. Ik geef hem een hand en wens hem het aller aller beste toe. Hij stapt in het zwaait. En ik blijf achter met een kater.
De andere kinderen vragen al snel mijn aandacht. Jongens pak je fiets. We gaan onze kaarten bij de mensen door de brievenbus doen. 

En dan fiets ik met vier jongens, en een pakketje kaarten naar Bath en naar het dorp. We zijn twee uur onderweg. Dit gaf ze even afleiding en het heerlijke weer werkte ook mee. De rest van de middag verloopt stroef. De kinderen zijn snel geïrriteerd en boos op elkaar. De lontjes zijn erg kort. Ik merk weer temeer hoe het stormt in het gezinshuis als er 1 kind weggaat. Iedereen moet zijn plek weer vinden en dat zal de komende week nog wel even doorgaan. 
Nu is er stilte in huis. André is met de kinderen nog een rondje lopen. Ik kom tot rust en overdenk de dag. Ik pink een traantje weg. Hoe beschadigd is een kind. Na twee jaar geen enkele band te hebben opgebouwd met de mensen die voor je zorgen. Ik hoop en bid dat het beter met hem zal gaan in het nieuwe gezinshuis. En dat wij de komende tijd tot rust mogen komen. Maar daar ben ik nog niet zo zeker van. 

maandag

Coronavirus. Overleven in het gezinshuis. deel 7 weekend

Ik loop weer in de polder. Met om mij heen vijf pubers. Steppend, op een Hoover board, en naast mij twee puber boys. We stappen stevig door. En er komt een gesprek. Het idee kwam van puber boy. En dat werd eerst begroet met. Neee,  niet wandelen. Maar het bleek toch echt een goed idee. De jongste twee pubers springen heel de dag op de trampoline. Maar als je de 15 jaar gepasseerd ben weet je echt niet meer wat je doen moet. Dan komen de muren dus op je af. Dus gingen ze allemaal mee. André bleef thuis voor de jongere kinderen. En ik mocht ook mee. Of ik vandaag nog niet genoeg had gelopen.


Maar dat was wel een ontzettend leuk loopje. 
Het weekend begon goed. Iedereen had heerlijk uit geslapen. Dus om 10 uur zaten we pas aan een verlaat ontbijt/koffietijd. In de loop van de ochtend zijn manlief en ik op pad gegaan. Bloemen bezorgen bij mensen die op dit moment even een bloemetje nodig hadden.  Even ter bemoediging. André had kaartjes gemaakt. Wat is dit ontzettend leuk om te doen. Die blije gezichten van mensen. Even iemand die vraagt hoe het met je gaat. Veel mensen zijn eenzaam en alleen. Durven of kunnen de deur niet uit. Dan is het super fijn als er mensen zijn die je even aandacht geven. Andere mensen hebben ook een wijk op zich genomen. Zo zijn er weer veel mensen blij gemaakt.



Bij het avondeten kwam het gesprek op de verschrikkelijk saaie dagen. Ik vraag ze wat ze zouden doen als corona over was of als er in elk geval weer van alles open gaat. Wat is het eerste dat je dan ga doen? Daar hadden ze nog niet over nagedacht. Ik stel voor om een leuk dagje uit te gaan met alle kinderen. Maar dat wordt niet echt gewaardeerd. U denkt toch zeker niet dat ik een dagje weg gaat met al deze kinderen waar ik weken mee opgesloten heb gezeten? Echt niet. Wij gaan wel logeren en dan kunnen jullie weg. Al pratend ontstond het idee om vanavond te gaan wandelen. Dan ben je er even uit. Even iets anders. De kinderen genieten van het buiten zijn en van de ruimte die er is. Geen of nauwelijks auto's die voorbij rijden. Dus de hele weg voor jezelf. Hier kan ik echt van genieten. Even de boze buien loslaten. Al pratend met de puber boys komen we na drie kwartier weer thuis. Morgen weer!

De zondag begint ook heerlijk laat. Na het ontbijt gaan de jongste drie werken aan het Paasproject. Ze waren hier al aan begonnen in de kerk. Nu het er voorlopig niet inzit dat we bij elkaar komen als kerk zijn alle werkjes thuisgebracht. Super goed idee. En terwijl zij knutselen luister en kijk ik mee met de dienst die wordt uitgezonden vanuit onze eigen kerk. Fijn om op deze manier toch verbonden te zijn.




Op de plaat zijn een groot kruis, de Bijbel, een palmtak, het open graf en de morgenster getekend. Daar staan stipjes op waar de kinderen een pinnetje in moeten prikken. Als dit klaar is gaan ze er met wol omheen. Ze vinden het heel leuk om te doen.
Na het avondeten roepen de pubers: wandelen. Ik kreun. Het is zo koud. Weet je het zeker? Een volmondig : ja. Dus daar ga ik weer. Toch is het zo goed om even uit te waaien. De wind snijd in mijn gezicht. Het is echt heel koud. Maar de gesprekken die ontstaan zijn goud waard. Ik zie de kinderen genieten. 
Zo komt er een einde aan dit weekend. Het was goed om even op te laden. Klaar voor de nieuwe week die komen gaat. Ik probeer me meer te focussen op alle dingen die goed gaan. Die zijn er genoeg, maar dat sneeuwt vaak onder door de strijd en boosheid van de ander. We kregen een bemoedigend kaartje. Soms voel ik me niet zo. Ik ben geen held. We zijn allemaal helden. Gezinshuisouders! Zet hem op allemaal. 














vrijdag

Coronavirus. Overleven in het gezinshuis deel 6

Ook de woensdag verliep niet helemaal gladjes. Maar toch merk ik wel dat de kinderen wennen aan het thuis werken. Mogen we een rondje fietsen? Tja, wat doe je dan. Binnen blijven of in de tuin van je eigen huis. Maar fietsen samen? Ik maak een goede afspraak met de jongens. Samen. Alleen in de polder, niet naar het dorp. Dus echt een rondje hier. Een half uurtje fietsen ongeveer. Kunnen ze even hun energie kwijt. En ze hebben zich aan hun afspraak gehouden.
Onze slecht etende puber vraagt of we nog eten hebben. Ja natuurlijk. Genoeg. Maar niet wat ze lekker vind. Ik vraag haar of ze pannenkoeken wil bakken. Het is woensdagmiddag en in plaats van brood een goed alternatief. Ze heeft wel trek in pannenkoeken maar zelf bakken? Natuurlijk niet. Ik hoor heel de dag: ik verveel me. Maar dit ga je natuurlijk niet doen. Maar er is al iemand anders die dit wel doen wil. Dus eten we heerlijk pannenkoeken.  
We hebben nog even gewerkt aan de vlinders. Die zijn nu allemaal ingekleurd/getekend. Nu nog een kaartje van maken en dan gaan we ze de komende week rondbrengen. Dus zo hebben we nog een activiteit tegoed. De woensdag eindigt in een heftig escalatie. Zo verdrietig om te zien hoeveel last de andere kinderen ervan hebben. Maar ik merk ook aan mezelf dat het op is. Als je iedere dag uitgescholden wordt dan is het incasseren en pedagogisch nadenken, over hoe het komt en dat het logisch is gezien de problematiek, wel een beetje op. Als ik ons jongste pleegje op bed leg, kijkt hij me met zijn Bambi ogen aan. Ik was braaf toch vandaag? Ik smelt. ja hoor. Je hebt goed je best gedaan. Dat niet alles even goed verloopt maakt niet uit. Maar dat je wel je best doet om het gezellig te houden is super goed. 
Donderdag kunnen ze allemaal tegelijk beginnen met hun huiswerk. Want ja, we hebben vier laptops te leen gekregen. Dus kunnen ze nu allemaal werken. Super fijn. Op hun eigen kamer zodat ze elkaar niet kunnen irriteren. Ik hoef niet meer te sporten, want ik loop in huis de marathon als ik alle kamers steeds na moet lopen om te helpen. Toch kunnen ze ook veel zelfstandig. Het was een super fijne rustige dag. Het lijkt erop dat iedereen zijn draai gevonden heeft. Maar dat was weer te voorbarig gezegd. 
Vrijdagochtend begint goed. Maar in de loop van de dag gaat het weer minder. Ik zie wel dat de oudere pleegjes steeds meer afstand kunnen nemen van het boze onrustige pleegje. Daardoor ontstaat er minder ruzie. De gesprekken aan tafel gaan veel over de situatie hoe het nu is. Hoe lastig het is om allemaal thuis te zijn. En niemand gaat logeren dit weekend. En hoe moet dat dan als het heel lang duurt. Of als we zelf ziek worden. Zien we papa en mama nog wel? Allemaal vragen die er gelukkig uit komen. 
Om de tijd een beetje vol te maken haal ik voor 1 pleegje zijn zomerkleding tevoorschijn. Jippie! Mijn lievelings. Ik pas alles nog hoor. Alles is altijd zijn lievelings. Maar als hij gaat passen ziet hij zelf ook wel dat hij overal in hangt. Wat ben je gegroeid knul.! Hij glimt van oor tot oor. Liefst wil hij alles houden, maar als hij hoort dat hij dan allemaal nieuwe kleding krijgt mag alles weg. Een vuilniszak vol. Dat ruimt op. Gaan we nu nieuwe kleren kopen? Eh, nee. Nu nog niet. Als alle winkels weer een beetje open gaan wel. Als ik zelf mijn boodschappen ga doen loop ik toch even bij de Hema naar binnen. En scoor een paar mooie T-shirts. En hiervan gaat pleegje nog meer glimmen. Zo simpel. Even een 1op1 moment . Maar wat waardevol. Ik kom tot rust en pleegje geniet van dit moment. 
Vol vertrouwen gaan we het weekend in.