gezinshuis

gezinshuis
de morgenster

zondag 29 oktober 2017

pubers

En zo zijn we van de zomervakantie tot over de herfstvakantie gevlogen. Ik zucht. Wat gaat dat snel als je dagen vol zitten. De eerste week na de zomervakantie kwam hortend en stotend op gang. Niet iedereen begon tegelijk. Rooster en boeken halen, nieuwe klas, nieuwe school. En wij gingen ook die eerste schoolweek nog samen een weekje weg. Onze dochter en schoonzoon kwamen in huis. Voorgaande jaren was de herfsvakantie voor ons, maar aangezien onze dochter dan is uitgerekend van haar eerst kind besloten we de eerste schoolweek te doen. Heerlijk om er even samen uit te zijn. Onze bestemming was Rusland. Een groepsreis naar Moskou en Sint Petersburg. Een mooie en indrukwekkende reis. De grootsheid van de stad Moskou laat een diepe indruk achter. De pracht en praal van onder andere de Hermitage, het paleizencomplex Peterhof en de ondergrondse metro het Rode Plein en het Kremlin. Het was geweldig om dit allemaal te zien. Van Moskou naar Sint Petersburg ging de reis per nachttrein. Die was verschrikkelijk. Maar ach, met elkaar maak je van iets verschrikkelijks toch iets leuks. We lagen met z'n vieren in een coupé.Wij deelden een coupé met een ander stel van onze groep. De mannen gingen beneden, dus wij naar boven. Maar om in zo'n smal bed te komen zo hoog is drama. Het was dan ook een film waard. Hillarisch zoals wij naar boven gingen. En dan lig je met je neus tegen het plafond. Niet echt comfortabel. Maar het hotel in Sint Petersburg maakte dat weer goed. Het was een geweldige week waar we echt even los konden komen van thuis. Even tijd hebben voor elkaar en voor andere contacten.
Het Rode Plein


De praal in de metrostations

De nachttrein

Peterhof

De Hermitage


Thuisgekomen slokt het gewone leven ons weer op. Steeds probeer ik tijd in te ruimen voor wat ontspanning, maar dit is zo lastig. Ben je net samen lunchen, belt de school van pleeg. Ik hoor pleeg al schreeuwen. Dat is een ritje naar school. Of ben je een middag weg,  belt pleeg: mijn fiets is gestolen. Komt u me halen? En dan de discussies, de eeuwige strijd van het puberleven. De fase van ik wil het snel, direct en nu. De fase van : ik heb overal recht op. De fase van: jullie moeten gewoon doen wat ik vraag. En als jullie dat doen maak ik ook geen ruzie. Het puberbrein dat zo bezig is met zichzelf en het hier en nu. Toekomst? Wat is dat? Voor puberpleegjes ingewikkeld. Want zij moeten wel nadenken over de toekomst. Hun leven bestaat uit doelen. En die doelen moeten worden gehaald.
En dat betekend dat wij wel willen zien dat er iets geleerd wordt. Iets gedaan wordt met dat wat we ze willen leren. Maar ja, ook dat vinden pubers weer onzin. "Ik kan het wel en weet het wel maar ik doe het nu niet omdat ik daar nu gewoon geen zin in heb en er het nut niet van inzie."  En dat geeft weleens, heel vaak, enorme botsingen en discussies. Ik zag een artikel voorbij komen met de titel: Stop met de "ik doe maar wat aanpak"want het werkt niet. Dit trok mijn aandacht. Want wat werkt dan wel? Ik doe niet zomaar wat. Ik ben juist heel erg bezig met sturen, doelen, plannen en ondersteunen. Maar ik laat ze inderdaad ook de consequenties dragen van hun gedrag. En we willen de kinderen ook graag zo gewoon mogelijk laten opgroeien. De kracht van het gewone leven. En met vijf pubers ben ik soms leeg. Leeggezogen door steeds weer dezelfde dingen te moeten zeggen. Door de discussies die soms onvermijdelijk zijn. Dan ben ik zo leeg en er zo klaar mee dat ik denk: zoek het maar even uit. Ga dan maar een keer onderuit. Misschien leer je daarvan. Ze willen het zo graag allemaal zelf doen. Dan help ik even niet meer. Dus dan zeg ik na het telefoontje dat de fiets weg is: je kom maar lopen. Lopen?? Weet u wel hoever dat is? Eh ja. Maar stond die fiets op slot? Ja...nee dus. 
En dan is het de dag na de wasdag je wasmand inleveren? Volgende week ben je weer aan de beurt. Ja, maar dat kan nu toch ook nog wel? Nee! We hebben je een aantal keer de kans gegeven. Nu moet je maar op tijd zijn. Afspraak is afspraak en regel is regel. En zondagavond als het bijna bedtijd is nog huiswerk doen want dat had ik vrijdag al af moeten hebben? Pech!
Dat geeft lucht zeg. Als ik de verantwoording bij de persoon neerleg waar hij hoort. En dat is niet bij mij. Ik wil helpen, zorgen en alles doen wat nodig is. Maar afspraken komen we allemaal na. Anders wordt het chaos. En dan doen we inderdaad allemaal maar wat.
Maar wat is dat lastig. Want nu wordt niet alles meer voor je geregeld en ben je zelf verantwoordelijk. Maar wat is het ook moeilijk voor mij. Om dingen te laten. Ik ben zo geneigd om alles op te lossen voor iedereen. Huiswerk niet af? Doe het dan nog maar snel, ook al is het al bedtijd. Je was vergeten? Geef nog maar. En zo loop ik steeds achter alles aan. En hebben afspraken en regels geen zin. Maar om het dan te laten liggen vind ik moeilijk. Maar ik leer het al. En dat geeft lucht en rust bij mij. En heb ik weer tijd voor mezelf.
Nu nog iets vinden om uit de discussie te blijven.


vrijdag 18 augustus 2017

vakantieperikelen

En dan is het ineens vakantie. De eerste week nog rommelig. Het voortgezet onderwijs heeft vrij maar de basisschool nog niet. Vakantie. Voor de kinderen wel maar achter de schermen gaat ons werk gewoon door. Mails, verslagen en afspraken met instanties lopen door. Aanvragen voor nieuwe plaatsingen blijven gewoon binnen komen. En dan zijn er ook nog de logeerzusjes die beide een paar daagjes komen. Maar toch. Langer op bed liggen en geen tijdsdruk van school en huiswerk is al een beetje vakantie. Het inpakken is dit jaar iets makkelijker met een aantal pubers die zelf hun koffers inpakken. Maar toch moet er worden gecontroleerd of alles mee is. En dan gaat de reis naar Voorthuizen.



Twee weken camping leven. Ondanks het wisselende weer, het dramatische matras in ons bed, een kapotte geiser, een schreeuwend en scheldend boos pleegje in het wok restaurant, over de grens lopende pubers die kotsend roepen: ik heb niet gedronken hoor, is het een heerlijke vakantie geweest. Ze hebben genoten allemaal en roepen nu al: Volgend jaar weer!
foto van Jenny Zwijnenburg.




En dan kom je thuis en begint het wassen, administratiewerk en telefoontjes weer. Een week en dan....

Stilte daalt neer in huis. Mijn oren suizen er gewoon van. Rust. Alle kinderen zijn een weekje logeren of op kamp. Wat is dat heerlijk om even samen thuis te zijn. Op te staan wanneer je zin hebt. Te eten wanneer je zin hebt. Gewoon even niets doen. Al is dat voor mij een enorme beproeving. Niks doen. Als ik dan even niks doe gaan de raderen in mijn hoofd al draaien en denk ik: wat zal ik eens gaan doen? Langzaam lukt het me om te ontspannen.
Ik dwaal wat rond in huis. Deze plek, dit huis. Een voorrecht om hier te wonen.Als ik kamer voor kamer inloop borrelt een dankbaar gevoel omhoog. Zes lege kamer, zes lege bedden. Zes pleegjes waar wij voor mogen zorgen. Leuk? Nee leuk is het juiste woord niet. Wel dankbaar werk, zwaar soms als kinderen zoveel last hebben van alles wat er in hun leven is gebeurt en ze nog steeds worden geconfronteerd met de gebrokenheid van het leven. Zo verschillend ieder kind ook omgaat met dat wat hun overkomt, maar ook met dat wat wij ze aanbieden. Regels en structuur. Als je een week weg bent laat je je kamer netjes achter. De verschillen die je dan ziet per kind. Terwijl je ze allemaal hetzelfde meegeeft. Duidelijk komt hun beschadiging hierin naar voren, maar ook het karakter. En dat is iets wat wij niet herkennen. In onze eigen kinderen zien we onszelf. In karaktertrekjes. Leuke in minder leuke. Ik kom in een zeer opgeruimde kamer. Bed netjes glad getrokken. Kleding in de kasten, een frissen opgeruimde kamer. Heerlijk om hier na je week logeren weer in te komen. Maar ik kom ook in kamers die niet fris ruiken. Waar de vloer bezaait ligt met kleding en waar weer, ja toch weer een fles met urine in de kast staat. Waar komt dit toch vandaan? Het waarom komt dit er ook in gesprekken niet uit. Zit deze gewoonte zo diep dat dit er niet meer uitgaat? Ik merk dat dit me irriteert. Waarom niet gewoon je kamerregels opvolgen? Is dit zo moeilijk?  Die balans vinden tussen wanneer iets acceptabel is en wanneer niet. Mijn strijd. Mijn eigen kinderen kunnen me soms even spiegelen. Mam, het zijn ook pubers en stop niet alles in haalbare en niet haalbare doelen. De focus op deze kinderen ligt zo op doelen waaraan gewerkt moet worden en behaald moet worden, want straks zijn ze 18 jaar. Soms moeten we ze ook gewoon kind/ puber laten zijn met alle onhebbelijkheden. En die zijn vaak wat verder over de grens dan ik zou willen.
En toch.. ondanks dit zware dankbare werk hebben we ruimte. Borrelt het in ons om onze grenzen te verleggen. Opnieuw uit onze comfort zone te stappen. Nieuwe plannen en ideeën borrelen op.
Wat de toekomst brengen moge......Eerst maar weer de kinderen thuis ontvangen en naar hun logeer verhalen luisteren.

woensdag 14 juni 2017

ik ga naar Uganda!!

Ondanks alle chaos in mijn huis,  het afstoten en weer dichterbij komen, jaloezie en ruzie, is er ook genoeg gezelligheid te melden. Soms sta ik met mijn handen in het haar, temidden van vuile was, chips en koekkruimels, vuile bedden, boeken over de vloer en wat er al niet aan viezigheid en rommel in een puberhok kan zijn.Dan kan ik gewoon niet begrijpen waar dit vandaan komt en hoe iemand zo gezellig in zijn/haar kamer kan zitten. Om nog maar niet over de stank die je soms al tegemoet komt te praten. Maar als het echt nodig is kunnen ze het oh zo netjes maken. Zo hadden we het Pinksterweekend. Met elkaar naar Opwekking. Vorig jaar voor het eerst met vier pubers. Nu met heel het stel. En dat was best even spannend. Want het kan zomaar zijn dat het zo overweldigend is allemaal dat we alleen maar brandjes aan het blussen zijn en dat er scheldpartijen komen die je liever niet op een christelijk evenement wil horen. Maar het ging zo goed. Bijna niet te geloven zo goed. Voordat we weggingen had iedereen zijn kamer netjes gemaakt. Hun eigen spullen ingepakt en beloofd hun tent ook netjes te houden en zelf weer op te ruimen.Ook tijdens het weekend ging het zo goed. Als we pleegje een pluim geven dat hij nog helemaal niet boos is geweest en zich zo goed kan vermaken, geeft hij als antwoord: ja maar mama Jenny is nu ook niet zo streng.  Dit antwoord noodzaakt mij tot enig zelfonderzoek. Ben ik thuis strenger, waardoor ik de lat te hoog leg, waardoor er meer woede uitbarstingen zijn? Het zou zomaar kunnen. Pleegje kreeg veel ruimte dit weekend en hij ging er goed mee om. Reflecteren op jezelf. Daar zorgt dit pleegje wel voor. De pubers hadden even moeite om op gang te komen. Alles is onbekend en het is zo groot en vrij dat ze even moeten zoeken naar balans. Uiteindelijk komt het wel en hebben ze genoten. Het was voor ons ook echt een heerlijk weekend.
Geestelijk opladen en lichamelijk uitrusten. Genieten van de gesprekken met anderen. Van de sprekers en muziek. Een terugkerend thema was een oproep om buiten je kaders te gaan. Durf verder te gaan dan de veilige kaders die we gemaakt hebben. Durf voorbij de vogelverschrikker te gaan, was de oproep van één van de sprekers. We hebben allemaal onze eigen veilige kaders in ons leven. In de dingen van alle dag, opvoeding en geloof. Zo liet ik het veilige kader van begrenzing van ons pleegje los en liet hem ontdekken hoe hij zelf contact kon maken met anderen en afspraken met ons kon maken. En dan mag je fouten maken. Maar dan gaat pleegje ontdekken dat je ook daar gewoon over praten kan.
Maar heb ik zelf ook een stap gezet waarvan ik achteraf schrok. Heb ik dat gedaan? Ik ga mee naar Uganda met een sponsor reis. Dit is zo uit mijn veilige haven stappen. Ik wilde graag, en toen de mail kwam dat er in maart 2018 een reis naar onze sponsorkindjes ging vroeg ik manlief of hij zin had. Maar nee, dat trekt hem niet aan. Ga maar alleen hoor. Tja, daar had ik niet zoveel zin in. Als nicht Erica nu gaat, ga ik ook. Zij heeft daar de Muskathlon gelopen en ik weet dat haar hart daar ligt. Toen ik die week daarna mijn nicht sprak vertelde ze me dat ze zo een mooi moederdag kado had gehad. Ik ga naar Uganda. Mijn mond viel open. En diezelfde dag heb ik me opgegeven. En toen dacht ik: wat heb ik gedaan? Ga ik zomaar 10 dagen weg van huis. En nog niet naast de deur ook. Hoe moet dat met ons gezinshuis? Manlief is daar heel nuchter onder. Dat lukt me heus wel hoor. En daar heb je het weer. Loslaten. Ja het lukt hem heus wel. Maar het is mijn strijd dingetje. Dat loslaten en overgeven. Ik kan het nog niet bevatten. Ik ga daar onze twee sponsor kindjes ontmoeten.Een meisje van 6 en een jongetje van 9 jaar. Hun foto staat op de kast bij onze pleegjes. Ze horen er net zo goed bij, alleen op afstand. En nu mag ik ze in mijn armen sluiten. Hoe zal dat zijn? Het zal geweldig zijn maar ook zeker moeilijk. Want ook dan komt dat dingetje weer om de hoek kijken. Loslaten. En ik ga thuis loslaten en het aan manlief overlaten. En erop vertrouwen dat de pleegjes het ook dan gewoon kunnen. Misschien anders dat dat ik zou willen. Maar dat gebeurt nu ook. Als ik zeg opruimen krijg ik vaak het antwoord: het is toch opgeruimd?Dan kijk ik in het rond en snap het niet. Opgeruimd? Mijn kaders zijn anders dan die van de pleegjes. En dat mag ook. Ze moeten ook zelf gaan ontdekken wat bij hen past en hoe zij het geleerde straks in praktijk willen brengen. En dan zal het anders opgeruimd zijn dan bij mij. Maar dat mag ook. Maar zolang ze in mijn huis wonen zijn er natuurlijk grenzen. En daar gaan pubers nu eenmaal graag overheen.


vrijdag 19 mei 2017

moederdag

Hechting. Wat is dat toch? Bijna alle pleegje in ons gezinshuis hebben te kampen met deze problematiek en worden hier dagelijks mee geconfronteerd en soms ook belemmerd in hun functioneren. Ik weet er alles van. Opleiding, cursus, seminar. Maar naast die theorie is er die harde werkelijkheid en de praktijk van alle dag. En dan verbaasd het me soms weer zo enorm. Hoe weerbarstig het kan zijn. Naast de dagen van afzien, afzetten en afstoten, is er ineens een moment waarin mijn mond openvalt. Of liever gezegd: dicht valt. Geen woorden voor.
Zondagochtend. Moederdag. We waren de zaterdag naar de braderie in Bleskensgraaf geweest. De kinderen gingen hun eigen weg, maar als we ze soms zagen was het smoezen en snel omdraaien. Ze voeren wat in hun schild. Gelukkig voor hen, werden wij steeds in beslag genomen door oude bekenden waar we mee aan de praat raakten.
Het is nog vroeg, deze zondagmorgen. Ik hoor deuren, en gefluister. Ik moet me bedwingen om niet te gaan kijken. Ik wil hun verrassing niet verknallen. Ik ga maar vast douchen. Als ik onder de douche sta roept pleegje: nog even niet komen hoor. We komen jullie halen. Het is ook voor papa. Ik moet mijn ogen dicht doen en twee paar handen nemen me mee. Mijn vertrouwen wordt op de proef gesteld, want ik moet op hun aanwijzing meelopen. Opstapje, afstapje.Ze brengen me naar buiten. Ogen open.! De zon schijnt, de tafel is gedekt met geroosterd brood, gebakken ei, thee en fruitsap en vers fruit. Daarnaast staan alle kado's. Eet smakelijk roepen ze in koor. Als we samen genieten van ons ontbijt komen er regelmatig hoofdjes om de hoek om even te kijken hoe het gaat. Ze genieten bijna nog meer dan dat ik doe. Allemaal hebben ze iets gekocht. Zelfs pleegje die het hardst riep dat ze niets ging kopen. Zo bezig met zichzelf vaak, met overleven, en dan dit. En dan weet ik het weer. Hier doe ik het voor. Die glunderende gezichten. De spanning op hun gezicht: vind u het leuk? Zo zorgzaam. Dan ben ik sprakeloos. Er zit soms veel meer in deze kinderen dan dat eruit komt.Hiermee laten ze zien dat ze blij zijn met ons. Voordat de dag voorbij is schakelen ze alweer over in de overleefmodus. Maar dit lichtpuntje hebben we toch weer mee mogen pakken.


zondag 30 april 2017

tranen

Ik wil antwoord geven op de vraag die me gesteld wordt, maar ik voel het al weer opkomen. Tranen. Tranen stromen wel erg snel de laatste dagen. Om de meest eenvoudige dingen gaat die kraan al open. En ik kan er niets aan doen. Het komt gewoon. Het is begin april en we hebben net een paar dagen geleden een pleegje naar een nieuwe plek gebracht. We wisten allemaal dat hij tijdelijk bij ons zou zijn, maar dat tijdelijk heeft nog een jaar geduurd. En dat heeft zijn weerslag gehad op ons allemaal. Het gekke is dat je lichaam en geest bijna automatisch overstappen op overleven. Zonder dat je het zelf in de gaten hebt. Het gebeurt gewoon.Alles wat je inzet om het in het gezinshuis goed te laten verlopen, ga je als normaal zien. Terwijl veel dingen niet normaal/standaard zijn. En als er dan een andere plek is gaat het ineens snel. Inpakken, afscheid nemen op school en in het gezinshuis. En nog staat de knop op overleven. Ook pleegje laat nauwelijks emotie zien. Maar als alles in de bus zit en we weg rijden wordt het wel wat stil. Weer opnieuw worden we geconfronteerd met de weerbarstigheid van pleegzorg. Je wil zo graag anders, maar soms is dat anders toch anders dan wij in gedachten hadden. En stoppen we het leven van een kind weer in de auto en brengen het weer ergens anders heen. Ik snap dat ook pleegje de knop op overleven zet. Ze zeggen dat je een stem hebt, maar uiteindelijk beslissen anderen over waar je gaat wonen. Pleegje heeft geen keus en dat weet hij. Dus waarom emotie op "aan" zetten als dat alleen maar pijn doet? Waarom je hechten, als je weet dat je maar tijdelijk ergens woont? 
Als we op zijn nieuwe woonplek zijn aangekomen helpt pleegje ijverig mee om alles op zijn nieuwe kamer te zetten. Maar als dan het moment van het afscheid komt breekt er iets in hem. En wat ik een jaar lang niet heb mogen doen, mocht nu wel. Dichterbij komen. Troosten. Mijn armen om hem heen slaan. Mijn hart huilt. Ook al was het een heftig jaar voor ons allemaal. De realiteit is hard. Het verdriet van een kind snijd in mijn hart. Snoeihard ervaar ik weer dat verstand en gevoel mijlenver bij elkaar vandaan liggen. Met mijn verstand weet ik dat het goed is maar mijn gevoel wil heel iets anders. Mijn gevoel wil koesteren, troosten, een plek bieden. Tegelijk realiseer ik me dat het soms niet anders kan. Dan komen de vragen. Hadden we er niet aanmoeten beginnen? Wat hadden we anders moeten doen. En dan komen er tranen. Tranen. Ik weet niet waarvan. Maar ik merk dat het geestelijk en lichamelijk veel van me heeft gevraagd. En dan is het ineens over. Er is rust in het gezinshuis. Alle andere kinderen komen langzaam, al nastuiterend tot rust.
We zijn inmiddels drie weken verder. Ik merk dat ik mijn energie weer terug krijg.De tranen zijn gedroogt. Lichaam en geest zijn tot rust gekomen en er is weer plek voor andere dingen. De lege kamer blijft nog even leeg.
We gaan eerst maar eens de dingen doen die zijn blijven liggen. Er met een kamer opgeknapt. De speelkamer is, op nog wat verfwerk na, ook omgetoverd tot een chillroom voor de pubers en ze hebben er al veel plezier van gehad. En we maken nog een fotoboek voor pleegje. Als herinnering aan de tijd bij ons. En die gaan we brengen.
Soms vraag ik mezelf af: waarom doe ik dit? waarom....Zo denk je: het gaat goed en is het rustig en zo krijg je weer een duw en is er weer onrust. En toch weet ik, ook al zie ik het nu niet altijd en kunnen de pleegjes het nu nog niet laten zien of benoemen, dat wij het verschil maken in hun leven. En dat wat ze hier in het gezinshuis meekrijgen ze voor hun leven mee krijgen. Die ervaring neemt niemand ze af.


maandag 27 maart 2017

ik ben het grip kwijt

Daar zit je dan. "Wilt u zeggen dat u het grip op u dochter kwijt ben"? Ik knipper even met mijn ogen, mijn mond valt nog net niet open, en kijk mevrouw aan. Hoor ik de vraag echt goed? Eh, nee dat is niet wat ik zeg. Ik zeg dat ze 16 jaar is en ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Natuurlijk ben ik eindverantwoordelijk voor haar. Maar als ze zich niet goed voelt, ga ik ze niet naar school slepen. Ik wil de moeder die dit lukt met een 16 jarige weleens spreken. We hebben dit al vaker aan de hand gehad. En ik weet dat het met onze dochter echt wel goed komt. Mevrouw wil toch wel even weten waarop ik dat baseer. Ik ken mijn dochter en ik weet wat ze wel en niet kan. Ik wordt er een beetje kortaf van. Maak geen problemen die er niet zijn. En hoe krom kan het zijn in ons land. Ik ben wel tot 21 jaar verantwoordelijk voor mijn kind. Financieel, het halen van een startkwalificatie, dus dat ze naar school gaat. Maar als mijn pleegje 18 jaar is zegt ons systeem. Dag, veel succes, zoek het maar uit. En wie is dan verantwoordelijk? Niemand meer? Eigen ouders, die niet in staat waren om voor deze kinderen te zorgen, maar als ze 18 jaar zijn kunnen deze zelfde ouders het wel? En wat dan met dat pleegje dat helemaal geen contact meer heeft met ouders, of geen ouders meer heeft? En dat pleegje dat met 18 jaar nog moet beginnen aan het MBO? Dus wat startkwalificatie. Dus wat jeugdzorg tot 18 jaar. Laten we dan eerst maar eens beginnen met die leeftijd voor pleegzorg op te schroeven naar 21 jaar.
Ik merk dat tijdens het gesprek mijn verdedigingsmechanisme in actie kom. Ga mij niet vertellen hoe ik het moet doen. Toch brengt het me weer aan het twijfelen. Moet ik strenger zijn? Maar als we thuis alles op een rij zetten en we bij de fysio zijn geweest weet ik gewoon dat ik de goede keuzes maak met haar. Ook dochterlief was zeer verbolgen. Wat denkt ze wel. U het grip kwijt zijn op mij?

Wat is dat eigenlijk? Grip hebben op je kind? Is dat als jij aan de touwtjes trekt het kind doet wat je wil? Of heeft het kind ook nog iets te zeggen. ALs ik daarover nadenk en kijk naar mijn gezinshuis met daarin op dit moment zes pleegpubers. Dan ben ik het grip kwijt ja. Ze vormen zich een eigen mening, zeggen ja en doen nee, liegen en stelen is geen uitzondering, hebben ook nog een papa en mama die een mening heeft en waardoor de pleegjes worden beinvloed, lappen alle huisregels aan hun laars. Ga er maar aan staan om dan alle touwtjes nog in handen te hebben. Ik begin er niet eens aan. We doen de dingen samen. We bespreken het gedrag wat we niet willen zien en wat we dan wel willen zien. We stimuleren en activeren en motiveren daar waar nodig is. En natuurlijk lukt dat niet altijd. En moet ik soms echt letterlijk het touwtje uit handen nemen en overnemen. Maar samen komen we ergens. Als ze de dingen doen omdat ik het vraag en ze niet voelen en begrijpen waarom ik dit vraag is het water naar de zee dragen. Maar als we steeds weer herhalen en blijven voordoen zullen het zeker een keer gaan begrijpen. En dan gaan we soms weer drie stappen vooruit en dan weer twee achteruit. Maar we gaan vooruit. Dus het grip kwijt? Nee ik ben het grip op niemand kwijt.

woensdag 8 februari 2017

afwijzing

De eerste weken van 2017 zitten er alweer op. Wat gaat de tijd snel. Zeker als je dagen vol zitten.
En dan ineens sta je stil. Ziek. Griep. En wat is dat moeilijk voor mij. Ik sleep me uit bed en doe mijn ding met af en toe even liggen tussendoor. Maar als het eenmaal avond is barst mijn hoofd bijna uit elkaar. Ik heb het koud en warm tegelijk. Dus de volgende ochtend blijf ik toch echt liggen. Ik hoor de stemmen van de kinderen. Zacht, fluisterend in de veranda. Stampende voetstappen. Heen en weer lopen. Zou alles goed gaan? Vergeten ze niets? Eigenlijk ben ik te moe om me daar zorgen om te maken. Ik geeft me over en doezel nog even weg. En dan is het stil in huis. Er is nog één pleegje vrij. Hij heeft de tafel afgeruimd en is aan het spelen. Manlief is met twee pleegjes naar de orthodontist. En ik stap onder de douche. Langzaam kom ik op gang.
Nu zit ik met een mok koffie en mijmer verder. De afgelopen tijd was heftig. Ik kan met alles wat in mij is niet voorkomen dat onze kinderen worden teleurgesteld. Pijn gedaan. Vertrouwen wordt beschaamd. Ze groeien op in een wereld die niet lief en aardig is. Kinderen zijn naar elkaar toe genadeloos. Beseffen niet hoeveel pijn ze de ander doen met dat wat ze zeggen en dat wat ze doen, of juist niet doen. Opmerkingen als: jij ziet je moeder lekker niet vaak of ga terug naar je eigen land??
Maar ook volwassenen beseffen vaak niet dat wat zij doen of zeggen impact heeft op de kinderen. Afwijzing. Jij hoort er niet bij.
Ook de confrontatie met het netwerk is soms heftig. Ze zitten vaak klem tussen twee werelden. Maken zich zorgen om dingen waar een kind zich helemaal geen zorgen om behoord te maken. En allemaal reageren ze in gedrag anders. De één klapt dicht en verwerkt in stilte. De ander gooit het meubilair door de kamer of zoekt in alles de discussie op. Soms loop ik er zo op leeg. Want iedere reactie geeft ook weer een tegenreactie. En dat is soms heel veel herrie met zeven pleegjes. Maar het maakt me ook strijdvaardig. Het  doet me pijn om hun verdriet en onmacht te zien. Ik denk aan die Psalm.
De Filistijn, de Tyriër, de Moren,
Zijn binnen u, o Godsstad, voortgebracht;
Van Sion zal het blijde nageslacht
Haast zeggen: "Deez' en die is daar geboren".

We zingen het uit volle borst mee. Toch? Maar brengen we in praktijk wat we zingen?  Beseffen we echt wat we zingen?
Deze kinderen, zo kwetsbaar, hebben juist mensen om hen heen nodig die zeggen: je bent welkom. Je hoort erbij. Ongeacht je huidskleur, ongeacht waar je vandaan komt, ongeacht je achtergrond, ja zelfs ongeacht je gedrag.
Ik schrik ervan dat er juist binnen onze christelijke cultuur zoveel onbegrip en discriminatie is. Zoveel afwijzing. Jezelf beter achten dan de ander. Terwijl Jezus zegt: maar gij geheel anders.
ALs ik terug kijk op de afgelopen 15 jaar dat wij dit werk doen zijn er zoveel voorbeelden te noemen. Zoals dat jongetje dat weggestuurd werd bij een vriendje uit zijn klas. Jij bent een raar jongetje, jij mag hier niet spelen. Hij kwam bij ons verdrietig thuis. Hij snapte het niet. Mama Jenny: deze mensen zijn toch ook christen? Ik zit bij dat jongetje in de klas.
Ik snap dat als je naar het gedrag van sommige van onze kinderen kijkt, je ogen en oren soms klapperen. Maar stuur dan een kind niet weg, maar ga in gesprek. Zo alleen kan je begrijpen waarom een kind doet wat hij doet.
Ik kan me dan soms net zo troosteloos voelen als het weer nu buiten. Druilerig, mistig en grauw. Dan bid ik: Heer leer mij te zien met U ogen. Dat ik dicht bij mezelf blijf. Wat kan ik doen om het verschil voor die ander te maken.
Dan kan ik door het troosteloze, de hoop zien gloren.
En hoor ik Zijn belofte: Eens zal Ik alles nieuw maken.