gezinshuis

gezinshuis
de morgenster

woensdag 4 april 2018

Uganda deel 2

Dag 4 van onze reis is een reisdag. We reizen vanuit Kampala naar Paraa Safari Lodge. Halverwege de reis bezoeken we een Compassion-project. De kinderen hadden van alles voorbereid. Een welkomslied/dans. Maar ook de volwassenen heetten ons op eigenwijze welkom. Bij aankomst werden we verwelkomt met ons volkslied. De muziek loopt voor ons uit.

Langs de kant van de weg staan dorpelingen te kijken. Er staat een moeder met haar baby en als ik haar begroet geeft ze haar baby aan mij. Ik geniet even van dit kleine wonder en wil haar baby terug geven omdat de groep al verder loopt. Maar haar houding is afwerend. Take it, keep it. Ik weet even niet wat te doen maar dring er toch op aan dat ze haar baby terug neemt. Ze pakt haar baby bij de arm en slingert hem zo op haar rug. Ik weet dat dit hier heel normaal is maar het is niet zoals wij met een baby omgaan. Het is confronterend om te zien hoe onbelangrijk een baby kan zijn voor een moeder. Erica en ik kijken elkaar geschokt aan. Welke moeder geeft haar kind weg? Ik zie in mijn werk juist vaak de strijd die ouders voeren om hun kind. Het rouwproces waar ze in komen als hun kind uit huis geplaatst wordt. Dit hier is echt een wereld van verschil.



Deze break in de reis was fijn. Na dit bezoek zetten we de reis voort naar ons volgende hotel. We steken de Nijl over en komen in een zeer mooi natuur gebied. Onderweg komen we al verschillende dieren tegen. Het hotel is prachtig. Midden in het natuurgebied. We horen de brulapen en allerlei andere geluiden van de dieren in het gebied. 
De volgende dag(dag 5) gaan we op weg naar een kerkdienst. Onderweg hebben we al een preek te pakken vanuit de prachtige schepping. Olifanten en giraffen naast de bus, en wilde zwijnen en apen naast je hotelkamer. Bij de kerk aangekomen worden we welkom geheten door een uitzinnige groep mensen. Ze zingen, dansen en zwaaien met takken met bladeren. Ik werd erdoor geraakt. Hoe belangrijk zijn wij voor deze mensen? Wat komen we brengen? Hoop, bemoediging?
In de kerk aangekomen worden we omringd door de kinderen. Al direct komt er een klein meisje op mijn schoot zitten. Ze kijkt me met haar grote vragende ogen aan. Ik smelt. Ik wordt even terug gebracht in de tijd. Ons kleine pleegje dat zich vanaf dag 1 aan me vastklampte. Maar me ook nu als enige van het gezinshuis regelmatig even een berichtje stuurt. Even dat contact zoekt.        Als ik dit kindje zie vraag ik me af of ze al een sponsor heeft. Ze laat me niet meer los en als er, alweer, een baby in mijn armen wordt geduwd, laat ze even merken dat zij er ook nog is, en niet van mijn schoot af gaat. Voorzichtig gaan haar handje over mijn arm en dan over mijn wangen. Ze voelt en kijkt en geniet van mijn aandacht voor haar.



Mijn nichtje merkt gekscherend op: "er staat op jou voorhoofd: geef mij je baby." 
Na de dienst vraag ik aan de pastor of dit meisje al een sponsor heeft. Nee, dat heeft ze niet. Nu wel dus. 

Haar naam weet ik nog niet. Er moet eerst nog worden uitgezocht wie ze is en of ze ook daadwerkelijk in het project kan. Maar dat komt vast goed. 




maandag 2 april 2018

Uganda deel 1

I can't save the world, Jesus does.
Hier hield ik me steeds aan vast.
Als ik de uitzichtloosheid van de mensen zag. De armoede rook.
Vanaf dag 1 werd ik gegrepen door dit land. Uganda. Afrika.
Prachtig land met uitgestrekte natuurgebieden en wild. Maar het contrast is zo groot als je in de dorpen komt en in de sloppenwijken. Daar waar een moeder vandaag niet weet wat haar kind morgen eten zal. Daar waar zoveel moeders er alleen voor staan.
Ik denk aan onze kinderen thuis. Onze pleegjes. Wat is het ondanks alle strubbels die we tegenkomen in pleegzorgland, toch een voorrecht om te wonen in een land waar er gezorgd wordt voor kinderen in de knel. Ik herken de trauma's van de kinderen en hun ouders. Maar in ons land is er zoveel hulp dat er uitzicht is. In Uganda heb ik zoveel uitzichtloosheid gezien. De cirkel van armoede en trauma die moeilijk te doorbreken is.
Maar ik heb ook hoop gezien. Hoop in de ogen van de mensen. Hoop in de ogen van de kinderen. Hoop op de projecten waar kinderen een kans krijgen. Hoop en geloof in een God die boven alles staat.  Ik heb gezien hoe waardevol het is om een kind te sponsoren.
Dag 1 was de dag van aankomst. Een lange vliegreis en toen nog met de bus naar het hotel. Vermoeid kwamen we aan in ons eerste hotel. Maar van slapen kwam niet veel. 

De tweede dag hebben we een project bezocht van Compassion. Child Survival Programma. Dit programma is voor moeder en baby's die zonder hulp weinig overlevingskans hebben. Door middel van voedsel, (medische) zorg en voorlichting worden zowel moeder als kind ondersteund en bevrijd uit uitzichtloze en levensbedreigende situaties. We hebben gesproken met de moeders en zijn op een huisbezoek geweest bij Naomi die met haar zoontje woont in de slums van Kampala.

Dag 3 was de ontmoeting met mijn twee sponsorkinderen. Wat heb ik hiernaar uitgekeken. Rugzakjes gevuld voor henzelf maar ook een rugzakje voor de familie. We brengen de dag door in een overdekte speeltuin in Kampala. Bij binnenkomst staan de kinderen met hun begeleiders al in een kring en zingen een welkomslied. Mijn ogen speuren de rij af of ik mijn kinderen al ontdekken kan. Maar dat is lastig. Als de naam van het kind en sponsor wordt geroepen rent er een kind op me af. Dit is zo ontroerend, een kind dat jou kent van je brieven en foto's die je hebt gestuurd, rent zo in je armen. Gelukkig is er een tolk bij die kan vertalen. En ook kan vertellen hoe het met de kinderen op school en thuis gaat. Beide kinderen genieten van alles wat er te doen is in de speeltuin. Maar ook van het samen voetballen, bellenblazen, foto's maken, eten en het uitpakken van het rugzakje met spulletjes. 


Margaret en Brighton


En dan komt aan het einde van de dag het afscheid. Dat is nou niet echt mijn sterkste kant. Maar we hadden elkaar, mijn nichtje Erica en ik. 



En dan overheerst toch de dankbaarheid. Dat ik met eigen ogen heb mogen zien hoe ik het verschil kan maken in hun leven. Door deze kinderen te sponsoren krijgen ze een kans om te ontsnappen uit de armoede. 




maandag 12 maart 2018

mijn reis

Ik schiet overeind in bed. Gelukkig, het was een droom. Niet de eerste keer. De afgelopen tijd staat in het teken van inpakken en voorbereidingen voor mijn reis naar Uganda. En als ik dan zoveel moet regelen en doen, gaat het in mijn hoofd ook 's nachts gewoon door. En in mijn dromen gaat niet alles even goed. De gekste scenario's komen voorbij.  Doodmoe wordt ik ervan. Maar het gebeurt.
11 dagen ben ik weg. Ik wil dan ook thuis alles goed geregeld achterlaten. Slaat helemaal nergens op, want wat is het ergste dat er kan gebeuren? Dat het huis op zijn kop staat als ik terug kom? Alles loopt gewoon door, ook als ik er niet ben. Loslaten en overgeven heet dat. En vertrouwen hebben. 

En dan die koffer. Hoe krijg ik alles mee? 
Maar het is gelukt. Alles is klaar en morgen kan ik vertrekken. Aan mijn Uganda avontuur. 
Lang heb ik gevonden dat ik hier in Nederland wel genoeg deed voor kinderen die het niet zo goed getroffen hebben. Dat er ook in Nederland nog genoeg te doen is. Maar uiteindelijk gaat het er niet om of je genoeg doet. Maar of je doet wat God van je vraagt. Omzien naar de armen. Doen wat in je vermogen ligt om er te zijn voor je naaste. Dus financiële steun geven en schrijven aan kinderen in de allerarmste landen is iets wat ik best doen kan. Dit resulteerde dus in twee sponsorkindjes in Uganda en 1 in Haiti. De kans om nu twee kindjes te gaan ontmoeten is zo bijzonder. Dat we het financieel kunnen doen en dat ik een man heb die zegt: ga maar, ik red het wel hier. Terwijl het ook hier in ons gezinshuis soms best heftig is. 
Ik ben benieuwd wat deze reis met mij gaat doen. Ik ben best heftige verhalen en situaties gewend. In ons werk komen we veel dingen tegen die confronterend zijn. Hoe zal het zijn om geconfronteerd te worden met de armoede van dit land? Van de kinderen? Hoe zal het zijn om de projecten te zien en het werk dat gedaan wordt om deze kinderen hoop en uitzicht te geven? Hoe zal het zijn om onze eigen sponsorkindjes te ontmoeten?
Toen we besloten om sponsor te worden hebben we onze pleegjes gevraagd of ze een jongen of meisje wilde en welke leeftijd. Het moest maar een jongen zijn want we hadden al zoveel meiden. In de beleving van de kinderen kwam het kind naar ons toe. Zoals zij allemaal. Maar dat het een kind is dat we op afstand ondersteunen hadden ze niet helemaal begrepen. Maar toch moest het een jongetje zijn. Inmiddels hebben we twee jongetjes en één meisje als sponsorkindje. En in ons gezinshuis is het aantal jongens gelijk aan de meiden. Dus ook dat is in de loop der jaren veranderd.  De kinderen leven erg mee. Ze vinden het spannend. Als mama Jenny de kans krijgt, merkt ons bijdehandje op, neemt ze gewoon een kindje mee in haar koffer hoor. Ons bijdehandje. Zelf kwam ze als klein donker meisje met kroeshaarstaartjes bij ons. Haar grote ogen keken me angstig aan. Nu, elf jaar verder, is het ons meest bijdehand pleegje.. Erg gericht op mij. Ik denk zomaar dat zij het meeste moeite heeft om mij 11 dagen te missen. Als ze een weekend logeren is of wij zelf een paar dagen weg zijn, is zij het die even een berichtje stuurt. Als ze thuis komt is het eerste wat ze vraagt als ze mij niet ziet: waar is mama?  Het zal voor iedereen even wennen zijn. Zonder mama.  Maar we zullen er ook zeker allemaal iets van leren. 
Ik ga het avontuur aan. En bid om de zegen van God. Dat ik deze reis tot zegen mag zijn voor de ander. Ik hoop God te ontmoeten in de ander. Dan zal ook voor mij deze reis een zegen zijn. 
Ik hoop (als het lukt met wifi) tussendoor zeker te schrijven over mijn ervaringen in Uganda. En anders wordt het een reisverslag als ik terug ben. 






zaterdag 13 januari 2018

nieuw jaar en nieuwe kansen

De dagen vliegen voorbij en de weken rijgen zich aaneen. En voor ik er goed en wel erg in heb zitten we gewoon al dik in 2018. 2017 was een enerverend jaar. Maar eigenijk zijn alle voorgaande jaren als gezinshuisouder dat ook. Enerverend, uitdagend en bruisend. Geen dag is saai of hetzelfde. Geen dag is te plannen. Regelmatig moeten we onze plannen bijstellen en veranderd ons schema en onze afspraken. Maar juist daaar hou ik van. Soms zucht ik: kan het nu eens voor één keer rustig zijn en gaan zoals ik had bedacht? Nee, saai is het leven in een gezinshuis absoluut niet. Rust moeten we zorgvuldig plannen. En dat doen we zeker wel. Goed voor onszelf zorgen draagt bij aan het welzijn van de pleegjes. Want als ik niet uitgerust ben kan ik zeker minder hebben van de kinderen.  
Het was het afgelopen jaar erg onrustig. Ons gezinshuis telt vijf puber. De pubertijd. Dan komt er weer nieuw gedrag naar boven maar ook oud gedrag waarvan we dachten dat we die fase al gehad hadden. Dan is het weer aftasten en kijken wat dit specifieke kind nodig heeft en welke kaders je gaat zetten. En dan vinden ze ons streng. Heeeel streng.

Het hoogtepunt van het afgelopen jaar was toch wel de geboorte van onze kleindochter HALEY JENNY JOY.  Een prachtig kind.


Ook onze pleegjes genieten van dit kleine meisje. Opnieuw het wonder beleven van de geboorte van een kleinkind. Geweldig. En ook dit wonder heeft opa         mogen meebeleven. Mijn opa, de vijfde generatie.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              

                                                                                                                         
Er was ook in 2017 veel om dankbaar voor te zijn en mogen we terug kijken op een mooi en gezegend jaar.  Vreugde en verdriet. Een lach en een traan.  Het was er allemaal.
2018 is begonnen. Nieuwe uitdagingen liggen voor ons. Ons gezinshuis gaat uitbreiden. We gaan twee pleegjes verwelkomen de komende tijd. Spannend. Ook voor de pleegjes die al jaren bij ons wonen is dit spannend. Hoe zal het gaan. Wat betekend dit voor mijn plek? Voor ons weer genoeg uitdagingen om aan te gaan. Saai? Nee dat zal het ook in 2018 niet worden. Een nieuw jaar, nieuwe kansen, nieuwe uitdagingen. Ik heb de leukste baan die er is.

Ik hoop dat jullie ook in 2018 weer zullen mee genieten van alle dingen die gebeuren in en rondom ons gezinshuis. Bedankt voor alle leuke reacties die ik mocht krijgen op mijn schrijven en ik wens jullie alle goeds toe voor het nieuwe jaar.                  







vrijdag 22 december 2017

expleegje

De deur zwaait open. Een afwerende blik en dan verbaasde ogen. Als we zijn naam noemen lacht hij van oor tot oor. "André en Jenny", roept hij. "Hé, moet je kijken wie er zijn". Als we de woonkamer binnenlopen kijken twee verbaasde blije gezichten ons aan. Pleegje is er niet, sorry. Maar we komen niet alleen voor pleegje maar ook voor jou. We zijn erg benieuwd hoe het gaat. Na 11 jaar mocht pleegje eindelijk thuis gaan wonen. Drie jaar heeft hij bij ons gewoond. Daarna heeft hij het drama van verschillende instellingen en overplaatsingen moeten meemaken. Uiteindelijk heeft moeder haar gevecht gewonnen en mocht hij twee jaar geleden naar huis. Dit pleegje met zijn moeder hebben zo'n plekje in ons hart. Er is af en toe nog contact. Pleegje, met zijn guitige oogjes. Die als hij me weer ziet uitroept: hé mama Jenny. Ik gun hem zo deze plek bij zijn moeder. Dat we hem nu niet thuis treffen geeft niets. We kunnen heerlijk bijkletsen met mama en haar vriend. Er is zoveel gebeurt in de afgelopen twee jaar.
Maar we worden ook weer met onze neus op de feiten gedrukt. Dit kind en zijn moeder. Zo gestreden en zoveel bereikt. Maar dan nog zo achtervolgd worden door je dossier. Moeder strijd dus nog steeds. En nu om haar kind op school te krijgen. Ik ben verbaasd dat er zo weinig wordt gedaan, ook vanuit de jeugdbeschermer, om dit kind onderwijs te laten volgen.
"Jenny, je zult het niet geloven maar ik ben hem maar zelf wat les aan het geven. Hij wist niet eens waar België lag. Mijn hart huilt om mijn kind dat geen onderwijs kan krijgen"; zegt moeder. Geen enkele school ziet het zitten om deze jongen op te nemen. Ik snap het niet. Waar is de leerplichtambtenaar? Waarom kan niemand het proberen? Geef hem dan een proeftijd zodat hij het kan proberen. Het gedrag dat er was toen hij nog uithuisgeplaatst was, is zo anders dan nu hij bij moeder woont. Zo vaak zien we dat een dossier zo een moment opname is. Het kind kan op de ene plek gedrag laten zien terwijl hij dat op een ander plek niet laat zien. Het heeft zo te maken met de samenstelling van het gezin, de groep waar het kind woont. Wij zien het vaak genoeg gebeuren dat op papier een kind heel pittig is, maar als het bij ons komt we een heel ander kind in huis hebben dan we op papier hebben gelezen. En ook andersom. Dan denk je: oh dat gaat wel lukken en moet je alle zeilen bijzetten. Dit pleegje komt van zover en heeft al zoveel bereikt. En dan wordt hem de kans op onderwijs ontnomen. En met hem zoveel andere kinderen. Als ik deze moeder hoor vertellen over haar strijd, maar ook over haar overwinning. Over het genieten van haar zoon. Dan ben ik zo trots op haar. Ze heeft het toch maar voor elkaar. Ze heeft gevochten als een leeuwin en dat zal ze blijven doen. Dus pleegje zal op school komen. Het gaat haar lukken.
Als we even later afscheid nemen en ik haar een knuffel geef, voel ik haar broze lichaam. Haar verleden heeft zijn tol geëist op haar gezondheid. Maar oh wat een kracht heeft ze in zich.
Ik ben zo dankbaar voor wat we met elkaar hebben bereikt. Dat ook wij hierin een schakel mochten zijn. "Bij jou is het begonnen": zegt moeder. "Jij gaf me vertrouwen en geloofde in me". Weer besef ik hoe belangrijk het is om met ouders samen te werken. Om ze een plek te geven in je gezin. Dat vraagt wat van je. Maar dat is ook waar je voor kiest als je voor het kind van een ander gaat zorgen. Het is niet de gemakkelijkste weg. Maar voor het kind verreweg de beste weg.

zondag 29 oktober 2017

pubers

En zo zijn we van de zomervakantie tot over de herfstvakantie gevlogen. Ik zucht. Wat gaat dat snel als je dagen vol zitten. De eerste week na de zomervakantie kwam hortend en stotend op gang. Niet iedereen begon tegelijk. Rooster en boeken halen, nieuwe klas, nieuwe school. En wij gingen ook die eerste schoolweek nog samen een weekje weg. Onze dochter en schoonzoon kwamen in huis. Voorgaande jaren was de herfsvakantie voor ons, maar aangezien onze dochter dan is uitgerekend van haar eerst kind besloten we de eerste schoolweek te doen. Heerlijk om er even samen uit te zijn. Onze bestemming was Rusland. Een groepsreis naar Moskou en Sint Petersburg. Een mooie en indrukwekkende reis. De grootsheid van de stad Moskou laat een diepe indruk achter. De pracht en praal van onder andere de Hermitage, het paleizencomplex Peterhof en de ondergrondse metro het Rode Plein en het Kremlin. Het was geweldig om dit allemaal te zien. Van Moskou naar Sint Petersburg ging de reis per nachttrein. Die was verschrikkelijk. Maar ach, met elkaar maak je van iets verschrikkelijks toch iets leuks. We lagen met z'n vieren in een coupé.Wij deelden een coupé met een ander stel van onze groep. De mannen gingen beneden, dus wij naar boven. Maar om in zo'n smal bed te komen zo hoog is drama. Het was dan ook een film waard. Hillarisch zoals wij naar boven gingen. En dan lig je met je neus tegen het plafond. Niet echt comfortabel. Maar het hotel in Sint Petersburg maakte dat weer goed. Het was een geweldige week waar we echt even los konden komen van thuis. Even tijd hebben voor elkaar en voor andere contacten.
Het Rode Plein


De praal in de metrostations

De nachttrein

Peterhof

De Hermitage


Thuisgekomen slokt het gewone leven ons weer op. Steeds probeer ik tijd in te ruimen voor wat ontspanning, maar dit is zo lastig. Ben je net samen lunchen, belt de school van pleeg. Ik hoor pleeg al schreeuwen. Dat is een ritje naar school. Of ben je een middag weg,  belt pleeg: mijn fiets is gestolen. Komt u me halen? En dan de discussies, de eeuwige strijd van het puberleven. De fase van ik wil het snel, direct en nu. De fase van : ik heb overal recht op. De fase van: jullie moeten gewoon doen wat ik vraag. En als jullie dat doen maak ik ook geen ruzie. Het puberbrein dat zo bezig is met zichzelf en het hier en nu. Toekomst? Wat is dat? Voor puberpleegjes ingewikkeld. Want zij moeten wel nadenken over de toekomst. Hun leven bestaat uit doelen. En die doelen moeten worden gehaald.
En dat betekend dat wij wel willen zien dat er iets geleerd wordt. Iets gedaan wordt met dat wat we ze willen leren. Maar ja, ook dat vinden pubers weer onzin. "Ik kan het wel en weet het wel maar ik doe het nu niet omdat ik daar nu gewoon geen zin in heb en er het nut niet van inzie."  En dat geeft weleens, heel vaak, enorme botsingen en discussies. Ik zag een artikel voorbij komen met de titel: Stop met de "ik doe maar wat aanpak"want het werkt niet. Dit trok mijn aandacht. Want wat werkt dan wel? Ik doe niet zomaar wat. Ik ben juist heel erg bezig met sturen, doelen, plannen en ondersteunen. Maar ik laat ze inderdaad ook de consequenties dragen van hun gedrag. En we willen de kinderen ook graag zo gewoon mogelijk laten opgroeien. De kracht van het gewone leven. En met vijf pubers ben ik soms leeg. Leeggezogen door steeds weer dezelfde dingen te moeten zeggen. Door de discussies die soms onvermijdelijk zijn. Dan ben ik zo leeg en er zo klaar mee dat ik denk: zoek het maar even uit. Ga dan maar een keer onderuit. Misschien leer je daarvan. Ze willen het zo graag allemaal zelf doen. Dan help ik even niet meer. Dus dan zeg ik na het telefoontje dat de fiets weg is: je kom maar lopen. Lopen?? Weet u wel hoever dat is? Eh ja. Maar stond die fiets op slot? Ja...nee dus. 
En dan is het de dag na de wasdag je wasmand inleveren? Volgende week ben je weer aan de beurt. Ja, maar dat kan nu toch ook nog wel? Nee! We hebben je een aantal keer de kans gegeven. Nu moet je maar op tijd zijn. Afspraak is afspraak en regel is regel. En zondagavond als het bijna bedtijd is nog huiswerk doen want dat had ik vrijdag al af moeten hebben? Pech!
Dat geeft lucht zeg. Als ik de verantwoording bij de persoon neerleg waar hij hoort. En dat is niet bij mij. Ik wil helpen, zorgen en alles doen wat nodig is. Maar afspraken komen we allemaal na. Anders wordt het chaos. En dan doen we inderdaad allemaal maar wat.
Maar wat is dat lastig. Want nu wordt niet alles meer voor je geregeld en ben je zelf verantwoordelijk. Maar wat is het ook moeilijk voor mij. Om dingen te laten. Ik ben zo geneigd om alles op te lossen voor iedereen. Huiswerk niet af? Doe het dan nog maar snel, ook al is het al bedtijd. Je was vergeten? Geef nog maar. En zo loop ik steeds achter alles aan. En hebben afspraken en regels geen zin. Maar om het dan te laten liggen vind ik moeilijk. Maar ik leer het al. En dat geeft lucht en rust bij mij. En heb ik weer tijd voor mezelf.
Nu nog iets vinden om uit de discussie te blijven.


vrijdag 18 augustus 2017

vakantieperikelen

En dan is het ineens vakantie. De eerste week nog rommelig. Het voortgezet onderwijs heeft vrij maar de basisschool nog niet. Vakantie. Voor de kinderen wel maar achter de schermen gaat ons werk gewoon door. Mails, verslagen en afspraken met instanties lopen door. Aanvragen voor nieuwe plaatsingen blijven gewoon binnen komen. En dan zijn er ook nog de logeerzusjes die beide een paar daagjes komen. Maar toch. Langer op bed liggen en geen tijdsdruk van school en huiswerk is al een beetje vakantie. Het inpakken is dit jaar iets makkelijker met een aantal pubers die zelf hun koffers inpakken. Maar toch moet er worden gecontroleerd of alles mee is. En dan gaat de reis naar Voorthuizen.



Twee weken camping leven. Ondanks het wisselende weer, het dramatische matras in ons bed, een kapotte geiser, een schreeuwend en scheldend boos pleegje in het wok restaurant, over de grens lopende pubers die kotsend roepen: ik heb niet gedronken hoor, is het een heerlijke vakantie geweest. Ze hebben genoten allemaal en roepen nu al: Volgend jaar weer!
foto van Jenny Zwijnenburg.




En dan kom je thuis en begint het wassen, administratiewerk en telefoontjes weer. Een week en dan....

Stilte daalt neer in huis. Mijn oren suizen er gewoon van. Rust. Alle kinderen zijn een weekje logeren of op kamp. Wat is dat heerlijk om even samen thuis te zijn. Op te staan wanneer je zin hebt. Te eten wanneer je zin hebt. Gewoon even niets doen. Al is dat voor mij een enorme beproeving. Niks doen. Als ik dan even niks doe gaan de raderen in mijn hoofd al draaien en denk ik: wat zal ik eens gaan doen? Langzaam lukt het me om te ontspannen.
Ik dwaal wat rond in huis. Deze plek, dit huis. Een voorrecht om hier te wonen.Als ik kamer voor kamer inloop borrelt een dankbaar gevoel omhoog. Zes lege kamer, zes lege bedden. Zes pleegjes waar wij voor mogen zorgen. Leuk? Nee leuk is het juiste woord niet. Wel dankbaar werk, zwaar soms als kinderen zoveel last hebben van alles wat er in hun leven is gebeurt en ze nog steeds worden geconfronteerd met de gebrokenheid van het leven. Zo verschillend ieder kind ook omgaat met dat wat hun overkomt, maar ook met dat wat wij ze aanbieden. Regels en structuur. Als je een week weg bent laat je je kamer netjes achter. De verschillen die je dan ziet per kind. Terwijl je ze allemaal hetzelfde meegeeft. Duidelijk komt hun beschadiging hierin naar voren, maar ook het karakter. En dat is iets wat wij niet herkennen. In onze eigen kinderen zien we onszelf. In karaktertrekjes. Leuke in minder leuke. Ik kom in een zeer opgeruimde kamer. Bed netjes glad getrokken. Kleding in de kasten, een frissen opgeruimde kamer. Heerlijk om hier na je week logeren weer in te komen. Maar ik kom ook in kamers die niet fris ruiken. Waar de vloer bezaait ligt met kleding en waar weer, ja toch weer een fles met urine in de kast staat. Waar komt dit toch vandaan? Het waarom komt dit er ook in gesprekken niet uit. Zit deze gewoonte zo diep dat dit er niet meer uitgaat? Ik merk dat dit me irriteert. Waarom niet gewoon je kamerregels opvolgen? Is dit zo moeilijk?  Die balans vinden tussen wanneer iets acceptabel is en wanneer niet. Mijn strijd. Mijn eigen kinderen kunnen me soms even spiegelen. Mam, het zijn ook pubers en stop niet alles in haalbare en niet haalbare doelen. De focus op deze kinderen ligt zo op doelen waaraan gewerkt moet worden en behaald moet worden, want straks zijn ze 18 jaar. Soms moeten we ze ook gewoon kind/ puber laten zijn met alle onhebbelijkheden. En die zijn vaak wat verder over de grens dan ik zou willen.
En toch.. ondanks dit zware dankbare werk hebben we ruimte. Borrelt het in ons om onze grenzen te verleggen. Opnieuw uit onze comfort zone te stappen. Nieuwe plannen en ideeën borrelen op.
Wat de toekomst brengen moge......Eerst maar weer de kinderen thuis ontvangen en naar hun logeer verhalen luisteren.