gezinshuis

gezinshuis
de morgenster

woensdag 14 juni 2017

ik ga naar Uganda!!

Ondanks alle chaos in mijn huis,  het afstoten en weer dichterbij komen, jaloezie en ruzie, is er ook genoeg gezelligheid te melden. Soms sta ik met mijn handen in het haar, temidden van vuile was, chips en koekkruimels, vuile bedden, boeken over de vloer en wat er al niet aan viezigheid en rommel in een puberhok kan zijn.Dan kan ik gewoon niet begrijpen waar dit vandaan komt en hoe iemand zo gezellig in zijn/haar kamer kan zitten. Om nog maar niet over de stank die je soms al tegemoet komt te praten. Maar als het echt nodig is kunnen ze het oh zo netjes maken. Zo hadden we het Pinksterweekend. Met elkaar naar Opwekking. Vorig jaar voor het eerst met vier pubers. Nu met heel het stel. En dat was best even spannend. Want het kan zomaar zijn dat het zo overweldigend is allemaal dat we alleen maar brandjes aan het blussen zijn en dat er scheldpartijen komen die je liever niet op een christelijk evenement wil horen. Maar het ging zo goed. Bijna niet te geloven zo goed. Voordat we weggingen had iedereen zijn kamer netjes gemaakt. Hun eigen spullen ingepakt en beloofd hun tent ook netjes te houden en zelf weer op te ruimen.Ook tijdens het weekend ging het zo goed. Als we pleegje een pluim geven dat hij nog helemaal niet boos is geweest en zich zo goed kan vermaken, geeft hij als antwoord: ja maar mama Jenny is nu ook niet zo streng.  Dit antwoord noodzaakt mij tot enig zelfonderzoek. Ben ik thuis strenger, waardoor ik de lat te hoog leg, waardoor er meer woede uitbarstingen zijn? Het zou zomaar kunnen. Pleegje kreeg veel ruimte dit weekend en hij ging er goed mee om. Reflecteren op jezelf. Daar zorgt dit pleegje wel voor. De pubers hadden even moeite om op gang te komen. Alles is onbekend en het is zo groot en vrij dat ze even moeten zoeken naar balans. Uiteindelijk komt het wel en hebben ze genoten. Het was voor ons ook echt een heerlijk weekend.
Geestelijk opladen en lichamelijk uitrusten. Genieten van de gesprekken met anderen. Van de sprekers en muziek. Een terugkerend thema was een oproep om buiten je kaders te gaan. Durf verder te gaan dan de veilige kaders die we gemaakt hebben. Durf voorbij de vogelverschrikker te gaan, was de oproep van één van de sprekers. We hebben allemaal onze eigen veilige kaders in ons leven. In de dingen van alle dag, opvoeding en geloof. Zo liet ik het veilige kader van begrenzing van ons pleegje los en liet hem ontdekken hoe hij zelf contact kon maken met anderen en afspraken met ons kon maken. En dan mag je fouten maken. Maar dan gaat pleegje ontdekken dat je ook daar gewoon over praten kan.
Maar heb ik zelf ook een stap gezet waarvan ik achteraf schrok. Heb ik dat gedaan? Ik ga mee naar Uganda met een sponsor reis. Dit is zo uit mijn veilige haven stappen. Ik wilde graag, en toen de mail kwam dat er in maart 2018 een reis naar onze sponsorkindjes ging vroeg ik manlief of hij zin had. Maar nee, dat trekt hem niet aan. Ga maar alleen hoor. Tja, daar had ik niet zoveel zin in. Als nicht Erica nu gaat, ga ik ook. Zij heeft daar de Muskathlon gelopen en ik weet dat haar hart daar ligt. Toen ik die week daarna mijn nicht sprak vertelde ze me dat ze zo een mooi moederdag kado had gehad. Ik ga naar Uganda. Mijn mond viel open. En diezelfde dag heb ik me opgegeven. En toen dacht ik: wat heb ik gedaan? Ga ik zomaar 10 dagen weg van huis. En nog niet naast de deur ook. Hoe moet dat met ons gezinshuis? Manlief is daar heel nuchter onder. Dat lukt me heus wel hoor. En daar heb je het weer. Loslaten. Ja het lukt hem heus wel. Maar het is mijn strijd dingetje. Dat loslaten en overgeven. Ik kan het nog niet bevatten. Ik ga daar onze twee sponsor kindjes ontmoeten.Een meisje van 6 en een jongetje van 9 jaar. Hun foto staat op de kast bij onze pleegjes. Ze horen er net zo goed bij, alleen op afstand. En nu mag ik ze in mijn armen sluiten. Hoe zal dat zijn? Het zal geweldig zijn maar ook zeker moeilijk. Want ook dan komt dat dingetje weer om de hoek kijken. Loslaten. En ik ga thuis loslaten en het aan manlief overlaten. En erop vertrouwen dat de pleegjes het ook dan gewoon kunnen. Misschien anders dat dat ik zou willen. Maar dat gebeurt nu ook. Als ik zeg opruimen krijg ik vaak het antwoord: het is toch opgeruimd?Dan kijk ik in het rond en snap het niet. Opgeruimd? Mijn kaders zijn anders dan die van de pleegjes. En dat mag ook. Ze moeten ook zelf gaan ontdekken wat bij hen past en hoe zij het geleerde straks in praktijk willen brengen. En dan zal het anders opgeruimd zijn dan bij mij. Maar dat mag ook. Maar zolang ze in mijn huis wonen zijn er natuurlijk grenzen. En daar gaan pubers nu eenmaal graag overheen.


vrijdag 19 mei 2017

moederdag

Hechting. Wat is dat toch? Bijna alle pleegje in ons gezinshuis hebben te kampen met deze problematiek en worden hier dagelijks mee geconfronteerd en soms ook belemmerd in hun functioneren. Ik weet er alles van. Opleiding, cursus, seminar. Maar naast die theorie is er die harde werkelijkheid en de praktijk van alle dag. En dan verbaasd het me soms weer zo enorm. Hoe weerbarstig het kan zijn. Naast de dagen van afzien, afzetten en afstoten, is er ineens een moment waarin mijn mond openvalt. Of liever gezegd: dicht valt. Geen woorden voor.
Zondagochtend. Moederdag. We waren de zaterdag naar de braderie in Bleskensgraaf geweest. De kinderen gingen hun eigen weg, maar als we ze soms zagen was het smoezen en snel omdraaien. Ze voeren wat in hun schild. Gelukkig voor hen, werden wij steeds in beslag genomen door oude bekenden waar we mee aan de praat raakten.
Het is nog vroeg, deze zondagmorgen. Ik hoor deuren, en gefluister. Ik moet me bedwingen om niet te gaan kijken. Ik wil hun verrassing niet verknallen. Ik ga maar vast douchen. Als ik onder de douche sta roept pleegje: nog even niet komen hoor. We komen jullie halen. Het is ook voor papa. Ik moet mijn ogen dicht doen en twee paar handen nemen me mee. Mijn vertrouwen wordt op de proef gesteld, want ik moet op hun aanwijzing meelopen. Opstapje, afstapje.Ze brengen me naar buiten. Ogen open.! De zon schijnt, de tafel is gedekt met geroosterd brood, gebakken ei, thee en fruitsap en vers fruit. Daarnaast staan alle kado's. Eet smakelijk roepen ze in koor. Als we samen genieten van ons ontbijt komen er regelmatig hoofdjes om de hoek om even te kijken hoe het gaat. Ze genieten bijna nog meer dan dat ik doe. Allemaal hebben ze iets gekocht. Zelfs pleegje die het hardst riep dat ze niets ging kopen. Zo bezig met zichzelf vaak, met overleven, en dan dit. En dan weet ik het weer. Hier doe ik het voor. Die glunderende gezichten. De spanning op hun gezicht: vind u het leuk? Zo zorgzaam. Dan ben ik sprakeloos. Er zit soms veel meer in deze kinderen dan dat eruit komt.Hiermee laten ze zien dat ze blij zijn met ons. Voordat de dag voorbij is schakelen ze alweer over in de overleefmodus. Maar dit lichtpuntje hebben we toch weer mee mogen pakken.


zondag 30 april 2017

tranen

Ik wil antwoord geven op de vraag die me gesteld wordt, maar ik voel het al weer opkomen. Tranen. Tranen stromen wel erg snel de laatste dagen. Om de meest eenvoudige dingen gaat die kraan al open. En ik kan er niets aan doen. Het komt gewoon. Het is begin april en we hebben net een paar dagen geleden een pleegje naar een nieuwe plek gebracht. We wisten allemaal dat hij tijdelijk bij ons zou zijn, maar dat tijdelijk heeft nog een jaar geduurd. En dat heeft zijn weerslag gehad op ons allemaal. Het gekke is dat je lichaam en geest bijna automatisch overstappen op overleven. Zonder dat je het zelf in de gaten hebt. Het gebeurt gewoon.Alles wat je inzet om het in het gezinshuis goed te laten verlopen, ga je als normaal zien. Terwijl veel dingen niet normaal/standaard zijn. En als er dan een andere plek is gaat het ineens snel. Inpakken, afscheid nemen op school en in het gezinshuis. En nog staat de knop op overleven. Ook pleegje laat nauwelijks emotie zien. Maar als alles in de bus zit en we weg rijden wordt het wel wat stil. Weer opnieuw worden we geconfronteerd met de weerbarstigheid van pleegzorg. Je wil zo graag anders, maar soms is dat anders toch anders dan wij in gedachten hadden. En stoppen we het leven van een kind weer in de auto en brengen het weer ergens anders heen. Ik snap dat ook pleegje de knop op overleven zet. Ze zeggen dat je een stem hebt, maar uiteindelijk beslissen anderen over waar je gaat wonen. Pleegje heeft geen keus en dat weet hij. Dus waarom emotie op "aan" zetten als dat alleen maar pijn doet? Waarom je hechten, als je weet dat je maar tijdelijk ergens woont? 
Als we op zijn nieuwe woonplek zijn aangekomen helpt pleegje ijverig mee om alles op zijn nieuwe kamer te zetten. Maar als dan het moment van het afscheid komt breekt er iets in hem. En wat ik een jaar lang niet heb mogen doen, mocht nu wel. Dichterbij komen. Troosten. Mijn armen om hem heen slaan. Mijn hart huilt. Ook al was het een heftig jaar voor ons allemaal. De realiteit is hard. Het verdriet van een kind snijd in mijn hart. Snoeihard ervaar ik weer dat verstand en gevoel mijlenver bij elkaar vandaan liggen. Met mijn verstand weet ik dat het goed is maar mijn gevoel wil heel iets anders. Mijn gevoel wil koesteren, troosten, een plek bieden. Tegelijk realiseer ik me dat het soms niet anders kan. Dan komen de vragen. Hadden we er niet aanmoeten beginnen? Wat hadden we anders moeten doen. En dan komen er tranen. Tranen. Ik weet niet waarvan. Maar ik merk dat het geestelijk en lichamelijk veel van me heeft gevraagd. En dan is het ineens over. Er is rust in het gezinshuis. Alle andere kinderen komen langzaam, al nastuiterend tot rust.
We zijn inmiddels drie weken verder. Ik merk dat ik mijn energie weer terug krijg.De tranen zijn gedroogt. Lichaam en geest zijn tot rust gekomen en er is weer plek voor andere dingen. De lege kamer blijft nog even leeg.
We gaan eerst maar eens de dingen doen die zijn blijven liggen. Er met een kamer opgeknapt. De speelkamer is, op nog wat verfwerk na, ook omgetoverd tot een chillroom voor de pubers en ze hebben er al veel plezier van gehad. En we maken nog een fotoboek voor pleegje. Als herinnering aan de tijd bij ons. En die gaan we brengen.
Soms vraag ik mezelf af: waarom doe ik dit? waarom....Zo denk je: het gaat goed en is het rustig en zo krijg je weer een duw en is er weer onrust. En toch weet ik, ook al zie ik het nu niet altijd en kunnen de pleegjes het nu nog niet laten zien of benoemen, dat wij het verschil maken in hun leven. En dat wat ze hier in het gezinshuis meekrijgen ze voor hun leven mee krijgen. Die ervaring neemt niemand ze af.


maandag 27 maart 2017

ik ben het grip kwijt

Daar zit je dan. "Wilt u zeggen dat u het grip op u dochter kwijt ben"? Ik knipper even met mijn ogen, mijn mond valt nog net niet open, en kijk mevrouw aan. Hoor ik de vraag echt goed? Eh, nee dat is niet wat ik zeg. Ik zeg dat ze 16 jaar is en ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Natuurlijk ben ik eindverantwoordelijk voor haar. Maar als ze zich niet goed voelt, ga ik ze niet naar school slepen. Ik wil de moeder die dit lukt met een 16 jarige weleens spreken. We hebben dit al vaker aan de hand gehad. En ik weet dat het met onze dochter echt wel goed komt. Mevrouw wil toch wel even weten waarop ik dat baseer. Ik ken mijn dochter en ik weet wat ze wel en niet kan. Ik wordt er een beetje kortaf van. Maak geen problemen die er niet zijn. En hoe krom kan het zijn in ons land. Ik ben wel tot 21 jaar verantwoordelijk voor mijn kind. Financieel, het halen van een startkwalificatie, dus dat ze naar school gaat. Maar als mijn pleegje 18 jaar is zegt ons systeem. Dag, veel succes, zoek het maar uit. En wie is dan verantwoordelijk? Niemand meer? Eigen ouders, die niet in staat waren om voor deze kinderen te zorgen, maar als ze 18 jaar zijn kunnen deze zelfde ouders het wel? En wat dan met dat pleegje dat helemaal geen contact meer heeft met ouders, of geen ouders meer heeft? En dat pleegje dat met 18 jaar nog moet beginnen aan het MBO? Dus wat startkwalificatie. Dus wat jeugdzorg tot 18 jaar. Laten we dan eerst maar eens beginnen met die leeftijd voor pleegzorg op te schroeven naar 21 jaar.
Ik merk dat tijdens het gesprek mijn verdedigingsmechanisme in actie kom. Ga mij niet vertellen hoe ik het moet doen. Toch brengt het me weer aan het twijfelen. Moet ik strenger zijn? Maar als we thuis alles op een rij zetten en we bij de fysio zijn geweest weet ik gewoon dat ik de goede keuzes maak met haar. Ook dochterlief was zeer verbolgen. Wat denkt ze wel. U het grip kwijt zijn op mij?

Wat is dat eigenlijk? Grip hebben op je kind? Is dat als jij aan de touwtjes trekt het kind doet wat je wil? Of heeft het kind ook nog iets te zeggen. ALs ik daarover nadenk en kijk naar mijn gezinshuis met daarin op dit moment zes pleegpubers. Dan ben ik het grip kwijt ja. Ze vormen zich een eigen mening, zeggen ja en doen nee, liegen en stelen is geen uitzondering, hebben ook nog een papa en mama die een mening heeft en waardoor de pleegjes worden beinvloed, lappen alle huisregels aan hun laars. Ga er maar aan staan om dan alle touwtjes nog in handen te hebben. Ik begin er niet eens aan. We doen de dingen samen. We bespreken het gedrag wat we niet willen zien en wat we dan wel willen zien. We stimuleren en activeren en motiveren daar waar nodig is. En natuurlijk lukt dat niet altijd. En moet ik soms echt letterlijk het touwtje uit handen nemen en overnemen. Maar samen komen we ergens. Als ze de dingen doen omdat ik het vraag en ze niet voelen en begrijpen waarom ik dit vraag is het water naar de zee dragen. Maar als we steeds weer herhalen en blijven voordoen zullen het zeker een keer gaan begrijpen. En dan gaan we soms weer drie stappen vooruit en dan weer twee achteruit. Maar we gaan vooruit. Dus het grip kwijt? Nee ik ben het grip op niemand kwijt.

woensdag 8 februari 2017

afwijzing

De eerste weken van 2017 zitten er alweer op. Wat gaat de tijd snel. Zeker als je dagen vol zitten.
En dan ineens sta je stil. Ziek. Griep. En wat is dat moeilijk voor mij. Ik sleep me uit bed en doe mijn ding met af en toe even liggen tussendoor. Maar als het eenmaal avond is barst mijn hoofd bijna uit elkaar. Ik heb het koud en warm tegelijk. Dus de volgende ochtend blijf ik toch echt liggen. Ik hoor de stemmen van de kinderen. Zacht, fluisterend in de veranda. Stampende voetstappen. Heen en weer lopen. Zou alles goed gaan? Vergeten ze niets? Eigenlijk ben ik te moe om me daar zorgen om te maken. Ik geeft me over en doezel nog even weg. En dan is het stil in huis. Er is nog één pleegje vrij. Hij heeft de tafel afgeruimd en is aan het spelen. Manlief is met twee pleegjes naar de orthodontist. En ik stap onder de douche. Langzaam kom ik op gang.
Nu zit ik met een mok koffie en mijmer verder. De afgelopen tijd was heftig. Ik kan met alles wat in mij is niet voorkomen dat onze kinderen worden teleurgesteld. Pijn gedaan. Vertrouwen wordt beschaamd. Ze groeien op in een wereld die niet lief en aardig is. Kinderen zijn naar elkaar toe genadeloos. Beseffen niet hoeveel pijn ze de ander doen met dat wat ze zeggen en dat wat ze doen, of juist niet doen. Opmerkingen als: jij ziet je moeder lekker niet vaak of ga terug naar je eigen land??
Maar ook volwassenen beseffen vaak niet dat wat zij doen of zeggen impact heeft op de kinderen. Afwijzing. Jij hoort er niet bij.
Ook de confrontatie met het netwerk is soms heftig. Ze zitten vaak klem tussen twee werelden. Maken zich zorgen om dingen waar een kind zich helemaal geen zorgen om behoord te maken. En allemaal reageren ze in gedrag anders. De één klapt dicht en verwerkt in stilte. De ander gooit het meubilair door de kamer of zoekt in alles de discussie op. Soms loop ik er zo op leeg. Want iedere reactie geeft ook weer een tegenreactie. En dat is soms heel veel herrie met zeven pleegjes. Maar het maakt me ook strijdvaardig. Het  doet me pijn om hun verdriet en onmacht te zien. Ik denk aan die Psalm.
De Filistijn, de Tyriër, de Moren,
Zijn binnen u, o Godsstad, voortgebracht;
Van Sion zal het blijde nageslacht
Haast zeggen: "Deez' en die is daar geboren".

We zingen het uit volle borst mee. Toch? Maar brengen we in praktijk wat we zingen?  Beseffen we echt wat we zingen?
Deze kinderen, zo kwetsbaar, hebben juist mensen om hen heen nodig die zeggen: je bent welkom. Je hoort erbij. Ongeacht je huidskleur, ongeacht waar je vandaan komt, ongeacht je achtergrond, ja zelfs ongeacht je gedrag.
Ik schrik ervan dat er juist binnen onze christelijke cultuur zoveel onbegrip en discriminatie is. Zoveel afwijzing. Jezelf beter achten dan de ander. Terwijl Jezus zegt: maar gij geheel anders.
ALs ik terug kijk op de afgelopen 15 jaar dat wij dit werk doen zijn er zoveel voorbeelden te noemen. Zoals dat jongetje dat weggestuurd werd bij een vriendje uit zijn klas. Jij bent een raar jongetje, jij mag hier niet spelen. Hij kwam bij ons verdrietig thuis. Hij snapte het niet. Mama Jenny: deze mensen zijn toch ook christen? Ik zit bij dat jongetje in de klas.
Ik snap dat als je naar het gedrag van sommige van onze kinderen kijkt, je ogen en oren soms klapperen. Maar stuur dan een kind niet weg, maar ga in gesprek. Zo alleen kan je begrijpen waarom een kind doet wat hij doet.
Ik kan me dan soms net zo troosteloos voelen als het weer nu buiten. Druilerig, mistig en grauw. Dan bid ik: Heer leer mij te zien met U ogen. Dat ik dicht bij mezelf blijf. Wat kan ik doen om het verschil voor die ander te maken.
Dan kan ik door het troosteloze, de hoop zien gloren.
En hoor ik Zijn belofte: Eens zal Ik alles nieuw maken.


zaterdag 31 december 2016

oudejaarsdag

De oliebollen en appelbeignetten zijn gebakken. Ik had me voorgenomen om dit buiten te doen. Maar met zoveel mist, druppelt het wel erg hard buiten en het is zoo koouud. Dus toch maar binnen. De kinderen hangen over de aanrecht heen. Ze hebben de appels geschild en willen nu proeven.

foto van Jenny Zwijnenburg.

De pan staat inmiddels buiten af te koelen. Ons logeetje is onderweg naar huis. Ze is een nachtje langer gebleven. Het was ook erg gezellig. De pleegjes genieten van hun zusje. De klok tikt de laatste uurtjes weg. Ons oudste pleegje is het dorp in. Ook dat is loslaten. Want natuurlijk is dit om vuurwerk af te steken. En dat is in de polder niet leuk en spannend. Zo is de eerste vakantie week al voorbij.
En ook 2016 is bijna ten einde. Ik kijk terug op het jaar.
Een jaar van afscheid nemen. Nieuwe mensen en kinderen ontmoeten. Soms even op weg helpen. Een luisterend oor bieden of een stukje meelopen op hun weg en dan weer loslaten. Onze ritjes naar de basisschool zijn voorbij. De pleegjes worden groot. Bijna allemaal inmiddels op het voortgezet onderwijs. We zien ze groeien niet alleen fysiek. We gaan drie stappen vooruit en weer twee achteruit. Maar we blijven in hun tempo meelopen. Stimuleren en activeren om nieuwe dingen te ontdekken. Voorzichtig vertrouwen krijgen in de wereld om hun heen. Om dan weer even keihard om te vallen, als iemand dat vertrouwen beschaamd. Even uithuilen of uitrazen of je even terug trekken. Om dan weer tevoorschijn te komen. Sterker en krachtiger dan daarvoor. En daarbij mogen wij helpen en meelopen. Ik heb echt de leukste baan die er bestaat. Ik kijk terug op een mooi, bewogen en gezegend jaar. In en door alles kon ik steeds weer terug naar de bron van mijn leven. God. Hij geeft mij liefde, geduld en kracht om dit mooie, maar ook moeilijke werk te doen.
Het nieuwe jaar. We weten niet wat dat zal brengen.Vallen en weer opstaan. Het even gehad hebben, en genieten. Ik hoop mijn opleiding af te ronden. Mijn eerste module heb ik in mijn zak zitten. Geslaagd. Februari de tweede. We zullen afscheid moeten nemen van ons crisispleegje. We hopen op een goede en fijne nieuwe plek voor hem. Genoeg uitdagingen voor het komende jaar.
Het vuurwerk staat klaar om straks het jaar uit te knallen. Daar komen we met tieners niet onderuit.
Ik bid voor het komende jaar om voldoende liefde, geduld, vertrouwen, en alles wat ik nodig heb om dit werk te doen.

Lief pleegje

Jou hand aarzelend in die van mij
Jou ogen die mij zoeken
Jou roep: waar is mama?
Jou onrust als ik er niet ben
Jou boosheid afgereageerd op mij
Jou vertrouwen in mij
Mijn handen die jou opvangen
Mijn handen die jou troosten
Mijn handen die jou tranen wegpoetsen
Mijn handen die jou klappen opvangen
Mijn hart waar jij helemaal in kan
Ik geef je mijn liefde
Jij geeft me jou pijn
Samen worstelen we ons een weg door dit leven
Zoekend naar wie je bent
Het verleden achter je latend
Kijkend naar de toekomst
Ik wil er zijn voor jou
Zodat jij er straks kan zijn voor die ander.
Sterk, moedig en vol vertrouwen
Samen met God gaat dat zeker lukken

Ik hoop dat jullie weer genoten hebben van mijn schrijven. Ik heb genoten van het leven in ons gezinshuis en van jullie reacties hierop. Ik wens jullie een heel goed en gezegend 2017 toe.











dinsdag 27 december 2016

kerst

We lijken wel kinderen uit Afrika die een schoenendoos krijgen. Een schaterlach was het gevolg van deze uitspraak. De mond waaruit deze uitspraak komt lacht er het hardst om. De brenger van dit geluk staat er lachend bij. Onze kinderen waren opgegeven bij Stichting het Vergeten Kind. Die deelt deze dagen kerstpakketten uit aan kinderen die in een instelling of gezinshuis wonen. Vragend zegt één van de pleegjes: ben ik een vergeten kind dan? Ik leg hen uit waar deze stichting voor staat. En dat het echt wel een verschil is of je in een gezinshuis woont zoals zij of dat je in een instelling woont. Zoals veel kinderen en jongeren. Onze pleegjes voelen zich thuis ondanks dat ze niet thuis bij hun ouders wonen. Maar toch genieten ze wel echt van deze verrassing. Zeven grote dozen worden er binnen gebracht en de achtste doos is voor iedereen. Het is zo'n leuk gezicht als je ze die dozen ziet open maken. De spanning: wat zit erin? En tijdens dat nieuwsgierig kijken wordt deze uitspraak de kamer in geslingerd. We brullen allemaal van de lach. Pleegje moet er zelf het hardst om lachen." Is toch zo zegt ze". "En we zijn nog bruin ook". "Maar ik niet" bromt een ander pleegje. "Jaaa, alleen jij niet".

Rustiger worden de kinderen zeker niet. Sintavond is voorbij en er wordt weer toegeleefd naar Kerst en vakantie, en wat we dan allemaal gaan doen. Ons laatste vrije weekend dit jaar brachten we samen door in Amsterdam. Het was weer even heerlijk om niets te moeten. Heerlijk uit eten, winkelen en uit bed komen als je zin hebt (niet wakker worden van pleegjes met alarmen op de deur die dan even laten weten dat ze wakker zijn). We hadden het even nodig. Straks is alles twee weken thuis.

En nu is het Kerst. De koelkast puilt uit, evenals de voorraadkast. Met zoveel gezinsleden en de kinderen die thuis komen eten is dat al snel het geval. Als ik vrijdag mijn boodschappen ga halen loop ik regelrecht in een soort van gekkenhuis. Winkelkarren net niet op. Ik sta in de file om de winkel in te komen en bij de schappen te komen. Mensen duwen elkaar weg.
Ik denk terug aan het gesprek met onze pleegjes naar aanleiding van de kerstpakket dozen die ze kregen. natuurlijk waren ze er heel blij mee. Maar, ik ben geen vergeten kind hoor: aldus een van onze pleegjes. Hierdoor ontstond een gesprek. Over de vele kinderen die in een instelling wonen. Over kinderen die wel thuis wonen maar soms onder slechte omstandigheden. Niet de kinderen in Afrika of waar dan ook. Maar kinderen in ons eigen land. Jaarlijks zijn 119.000 kinderen slachtoffer van kindermishandeling. Zoveel kinderen die echt vergeten worden. En wij? Wij hebben jullie. En het is fijn hier.
Dan komt er maar één woord naar boven. Dankbaarheid. Wat ben ik dankbaar voor wat ik kan en mag doen. Voor deze kinderen die in ons gezin gebracht zijn. Maar dan gaat mijn hart ook uit naar al die kinderen die het minder hebben getroffen. Ik trotseer de gekte in de winkel en laad mijn kar vol met de boodschappen. Ik moet deze kinderen toch een gezellige kerst bezorgen.
Toch kan ik me niet aan het onaangename gevoel onttrekken. Waarom doen we dit? Waarom doe ik dit? Waar gaat het om met Kerst en wat wil ik de kinderen meegeven?

De drukte ebt langzaam weg. Ik luister naar het geschal van de cd van pleegje. Stille nacht, heilige nacht.... En dan, geschreeuw en gegooi. Van een ander pleegje. Stille nacht?  ...moeder. Ik maak alles kapot. Bam. ik ga maar eens kijken wat er gebeurt. In de kamer van pleegje liggen zijn spullen al overal heen. De deur van zijn kast is ingetrapt. Verbaasd kijk ik naar die kast. Hoe kan dat? We hebben speciaal kasten gekocht die tegen een stootje kunnen. Maar zo'n stoot was hij niet tegen bestand. Bij nader inzien toch wel, want na reparatie van manlief is er niets meer van te zien.  
Zo rollen we van gezellige momenten in boze buien.

Vandaag zijn de kerstdagen voorbij. De vakantie nog lang niet. We hebben er een logé bij deze dagen. Ook dat geeft bij sommige pleegjes weer even gestuiter. Op naar oudejaarsavond.