gezinshuis

gezinshuis
de morgenster

vrijdag 25 maart 2016

bonusmoeder

Drie slaapkamers. Volledige chaos. Ik begrijp er soms echt helemaal niks van. Zo vaak heb ik uitgelegd hoe je een kamer netjes houd. Zo vaak heb ik het voorgedaan en meegeholpen om orde te scheppen in die chaos.  Lijstjes gemaakt met alles wat er gedaan moet worden. Maar als ik dan de controle even laat verslappen gaat het mis. Ik heb mijn lat al aardig omlaag gedaan. Maar wasgoed hoort gewoon in de wasmand. Zelfs dat laat ik soms gaan. Want er komt een dag dat je kast leeg is. maar als er dan gezeurd wordt: ik heb geen ondergoed meer, en er liggen zeven vuile door je kamer heen geslingerd, of ik heb niets om aan te trekken. En er dan ook even een opdracht gegeven wordt dat ik nieuwe kleding moet kopen. Dan ben ik het zat. En het lijkt erop dat ze daarop wachten. Ze merken dan toch dat de grens is bereikt. Reageren doen ze allemaal op hun eigen manier. De één met allerlei excuses om de verantwoording buiten zichzelf te leggen. De ander door heel uit de hoogte te kijken en zonder wat ze zeggen begint met opruimen. En de derde roept: het is toch al opgeruimd? U bent zo een zeurpiet altijd maar netjes, netjes en opruimen. Maar als ik haar hulp aanbied is ze wat blij als alles weer is opgeruimd en helpt ze ook heel hard mee. Eigenlijk is het zo een contrast met zoveel jaar geleden toen ze bij ons kwam. Rommel maken? Ze kon niet eens spelen. Laat staan rommel maken. En als ze vies was geworden van bijvoorbeeld spinazie eten raakte ze helemaal overstuur. Kruimels veegde ze netjes van de tafel af in haar handje en gooide ze in de prullenbak. Twee jaar oud. Misschien heb ik toen teveel gezegd: het geeft niet hoor als je morst of vuil wordt. Nu moet ik heel vaak zeggen: eet netjes boven je bord. En zie ik precies waar ze gezeten heeft met koek eten. Zo verschillend als ze zijn, zie je steeds weer hun wankele basis. En als er dan maar iets is wat spanning geeft vallen ze terug. Soms is dit duidelijk merkbaar, soms ook niet. Zo was pleegje eens bij haar vriendin aan het spelen. Ze praatte niet veel, maar jonge kinderen spelen ook zonder te hoeven praten met elkaar. Ineens vliegen alle kratten speelgoed door de kamer. Pleegje gaat helemaal los. Verbazingwekkend, want dit pleegje is altijd zo rustig en stil. Als alles door de kamer ligt gaat ze zitten. Ze kijkt even rond en pakt iets op om mee te spelen en gaat verder met spelen of er niets is gebeurt. Zomaar uit het niets lijkt het te komen. Een ander pleegje had het op school. Ineens lijkt er een knop om te gaan en knalt ze als een gek met de deuren en schopt tegen de deuren. Als ze klaar is, gaat ze verder met waar ze mee bezig was. Als ik er later over wil praten lijkt ze niet meer te weten wat ze gedaan heeft. Boosheid die ineens een uitweg zoekt. Waar die boosheid vandaan komt kunnen ze vaak niet benoemen. Een van onze pleegjes, die toen 12 jaar was , benoemde het eens zo: mama Jenny, als we gezellig op de bank zitten en lol hebben met elkaar krijg ik ineens een beeld in mijn hoofd van vroeger. Dat ik bij mama op de bank zat en papa ineens boos werd en mama in elkaar sloeg. En dan is er iets in mij dat de gezelligheid kapot wil maken. Ik wil het niet maar het gebeurt. Zo probeer ik ook steeds weer te kijken naar onze kids. Als er dingen niet helemaal gaan zoals ik ze geleerd heb of zoals het zou moeten. Als boosheid iets kapot maakt. Of als kamers ineens niet meer opgeruimd worden. Dan probeer ik me te verplaatsen in het kind. Terug te kijken naar hun geschiedenis en van daaruit het kind te zien. Steeds weer opnieuw te benoemen welk gedrag ik wel wil zien en opnieuw beginnen. Volhouden en niet afwijzen. In diepste zoeken ze steeds weer die grenzen op. Hou je genoeg van me om me niet los te laten? Ga je nog steeds voor me ook als ik dingen kapot maak? Ook als ik niet doe wat jij van me vraagt? Dat wil niet zeggen dat ik alles maar accepteer en ze maar zielig vind. O nee, maak je iets kapot dan lever je van je zakgeld in. Die kamer wordt opgeruimd. Ze moeten zeker wel leren dat hun gedrag consequenties heeft. Maar dat ik daarmee henzelf niet afwijs is steeds weer nodig om benoemd te worden. Juist omdat ik  om je geef moet je leren wat de consequenties van je gedrag zijn. Dat doet soms pijn. Bij de kinderen maar ook bij mijzelf. Als ik ze wil omarmen maar ze me afstoten. Als ik ze wil leren en ze roepen: je bent toch mijn moeder niet.  Jij hebt niks over mij te zeggen. Maar dan koester ik de momenten dat ze wel die geborgenheid zoeken. Ze even hun kwetsbaarheid laten zien waarmee ze zeggen: ik heb je juist hartstikke nodig. Maar ik weet niet hoe ik dat moet laten zien. Dan ben ik zo blij dat ik hun pleegmoeder mag zijn. Ik hoorde iemand zeggen ik ben een bonus moeder. Dat vond ik zo mooi. De betekenis van bonus is: goed. Iets dat je extra krijgt. Ik heb er gewoon zes extra gekregen. Zes bonussen. Ach wat maak ik me dan druk om een rommel kamer en vuile was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen